Dinsdag 09/03/2021

AchtergrondLopende zaken

De onverantwoordelijke politiek van Theo Francken (en Maggie De Block)

April 2017: Theo Francken met Melikan Kucam te gast bij de Chaldeeuwse-Assysrische paasmis in Mechelen. Beeld ID/Gil Plaquet
April 2017: Theo Francken met Melikan Kucam te gast bij de Chaldeeuwse-Assysrische paasmis in Mechelen.Beeld ID/Gil Plaquet

Door geen consequenties te trekken uit hun falende beleid, perken zowel oud-staatssecretaris Theo Francken (N-VA) als oud-minister Maggie De Block (Open Vld) de politieke verantwoordelijkheid in tot een krimpend eilandje van persoonlijke aansprakelijkheid.

Middenin een pandemie dreigt in Nederland zowat een hele generatie toppolitici een roemloze exit te krijgen. Aanleiding is de zogenoemde toeslagenaffaire, waarbij aan het licht kwam dat duizenden sociaal zwakkere gezinnen ten onrechte als fraudeur werden aangemerkt en tot duizenden euro’s boete werden verplicht. Als eerste zette PvdA-leider Lodewijk Asscher een stap terug. De hele Nederlandse regering-Rutte volgde twee dagen later. 

Asscher is voormalig minister van Sociale Zaken, maar leidde in de aflopende regeerperiode de oppositie. Hij zou bij de verkiezingen in maart de PvdA-lijst gaan trekken, maar ziet daar nu van af: “De constateringen over mijn eigen rol zijn pijnlijk en vervullen me met schaamte.”

Van zo veel inkeer schrikt een Belg toch op. Ook afgelopen week bereikte bij ons de affaire-Kucam haar voorlopige juridische eindpunt, met de veroordeling van spilfiguur Melikam Kucam voor – even ademhalen – mensensmokkel, omkoping, passieve corruptie en lidmaatschap van een criminele organisatie. De N-VA-mandataris verdiende als vertrouweling van het kabinet van toenmalig staatssecretaris voor Asiel Theo Francken grof geld met het versjacheren van humanitaire visa. 

De gevallen van Lodewijk Asscher en Theo Francken zijn goed vergelijkbaar: allebei waren ze politiek verantwoordelijk in een schandaal waarin hun kabinet een sleutelrol speelde, maar zijn ze inmiddels boegbeeld van de oppositie geworden. Waar Asscher ook vanuit die positie een stap opzij zet, verroert Francken geen vin. Geen ‘pijn’ en geen ‘schaamte’ bij hem.

“Uiteraard ben ik politiek verantwoordelijk”, gaf Theo Francken op Twitter toe, maar aan dat inzicht werd geen gevolg gekoppeld. Toen de zaak publiek werd, was Francken samen met de N-VA al uit de regering gestapt, maar ook nu volgt er geen sorry, geen erkenning van fout. Integendeel meent Francken dat de kiezer hem vrijgesproken heeft: “Ik behaalde meer dan 122.000 voorkeurstemmen en onze lijst ging netto zelfs vooruit. De kiezer heeft dus duidelijk geoordeeld.”

Meer dan een handigheidje is het zwaaien met de eigen politieke ‘eindverantwoordelijkheid’ niet. De oud-staatssecretaris suggereert dat hijzelf het slachtoffer is van een snoodaard die misbruik van zijn vertrouwen maakte. Maar juist de nonchalante uitbesteding van beslissingsmacht en de afwezigheid van controle daarop leidde tot een situatie die zwarte handel in verblijfspapieren mogelijk maakte. Als je een pot honing op tafel zet, de achterdeur openlaat en een bord met ‘hier honing’ ophangt, moet je niet verbaasd zijn dat er op een dag een beer aan je keukentafel zit.

Nog voor de zaak-Kucam in het volle daglicht kwam, was Francken al meermaals gewaarschuwd dat er iets niet pluis was. Berichtgeving in De Standaard toont aan dat de alarmsignalen kwamen van prominente partijgenoten zoals justitiespecialiste Sophie De Wit, maar ook via mails van gedupeerden, die eisten dezelfde voorkeursbehandeling te krijgen die Kucam tegen betaling aanbood. 

Beslist werd die signalen te negeren. Daarmee bleef ook de eigen verantwoordelijkheid toegedekt. Wanneer het VRT-programma Pano de fraude aan het licht brengt, is de eerste repliek van Francken een aanval op de journalisten omdat ze een vertaalfout zouden hebben gemaakt. Een merkwaardige reactie, gelet op de voorkennis. Toen het schandaal uitlekte, lichtte Francken, inmiddels oppositielid, de Kamer op zijn minst onzorgvuldig en onjuist in. Ook partijvoorzitter Bart De Wever reageerde eerst alsof het veel gedoe om niets was. Blijkbaar was zelfs De Wever door zijn partijgenoot niet correct over de ware, riskante impact ingelicht.

Pionnen beschermen

Theo Francken is niet de eerste of laatste die de consequenties van de politieke verantwoordelijkheid ontloopt. Er was recentelijk ook Maggie De Block. Het zou al te kras zijn om haar als oud-minister van Volksgezondheid de verantwoordelijkheid voor het tragische verloop van de coronacrisis in de schoenen te schuiven. Maar door de vernietiging en niet-vervanging van chirurgische mondmaskers en door de oriëntatie van de expertengroep op versoepeling bemoeilijkte het kabinet-De Block wel de strijd tegen de pandemie.

‘Bestuurlijke pech’, noemt socioloog Luc Huyse zulke kwesties in zijn nog altijd erg lezenswaardige essay De opmars van de Calimero’s (1999). Maar, stipt Huyse terecht aan, het is niet omdat je als overheid geconfronteerd wordt met heirkracht dat er geen blunders begaan kunnen zijn. In dit geval zouden de gemaakte fouten voor De Block wel een aanleiding kunnen geweest zijn om de verantwoordelijkheid voor het algemenere overheidsfalen op te nemen. Ze zou dan de rol van ‘zondebok’ op zich nemen, iemand die het eigen mandaat opoffert om de gemoederen te bedaren – naar het voorbeeld van de ministers Johan Vande Lanotte (SP) en Stefaan De Clerck (CVP) bij de ontsnapping van Marc Dutroux in 1998. De Block paste voor die rol, wellicht omdat ze meende dat haar geen ‘schuld’ trof, een erg smalle definitie van ‘verantwoordelijkheid’.

De verklaring voor het feit dat zowel Francken als De Block mochten blijven zitten, is dat hun partijleiding dat zo wilde. Pas wanneer de partij in een wankelende minister een risico ziet, worden de touwen doorgeknipt. Dat was in de vorige regeerperiode het lot van Jacqueline Galant (MR) of Joke Schauvliege (CD&V).

Particratie is uiteraard geen nieuw fenomeen in dit land van ingewikkelde coalitieregeringen. Wel illustreert de situatie van Francken en De Block, en neem er ook maar de Vlaamse excellenties Jan Jambon (N-VA) en Wouter Beke (CD&V) bij, dat na een tijdperk met relatief veel ‘stappen opzij’ de slinger weer doorslaat naar de andere kant, waar pas verantwoordelijkheid wordt opgenomen als er een persoonlijke aansprakelijkheid is (en dan nog).

In die ontwikkeling speelt de opkomst van N-VA mogelijk een bepalende rol. Het lijkt er alleszins op dat de manier waarop de partij haar pionnen te allen prijze blijft beschermen tot voorbeeld strekt. Het is de ironie van de geschiedenis dat het particratische paradigma nu wordt bepaald door de N-VA: erfgenaam van de Volksunie, een partij die ooit verzuiling en particratie te lijf ging. De opmars van de Calimero’s, die ‘verantwoordelijkheid afwentelen op het noodlot, op ondergeschikten, op een zondebok’, waar Luc Huyse al gewag van maakte, lijkt alvast nog niet gestuit.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234