Vrijdag 13/12/2019

Interview Lydia Peeters

‘De Lijn moet zich dringend bewijzen’

Lydia Peeters (Open Vld). Beeld Tim Dirven

Nog maar een maand op post en al oog in oog met stakers bij De Lijn. Lydia Peeters (Open Vld) krijgt meteen een ‘warm’ welkom als minister van Mobiliteit. Toch is ze vastberaden. ‘Als De Lijn zich niet kan bewijzen, wordt ze vervangen door een andere aannemer’.

“Met het openbaar vervoer naar Brussel? Dan ben ik tweeënhalf uur onderweg. Dan is de auto een pak sneller”, zegt ze halverwege dit gesprek. Om maar te illustreren dat Lydia Peeters (50) niet de neiging heeft mensen naar de mond te praten. De advocate en burgemeester van Dilsen-Stokkem zegt waar het op staat. What you see is what you get. “Ik kom uit het verre Limburg, he. Het openbaar vervoer is daar niet zo goed geregeld.”

In minder dan een jaar schoof Peeters zeven banken vooruit, van onbekend parlementslid tot energieminister ad interim en nu ook minister van Mobiliteit en Openbare Werken. Op haar bureau aan het Noordstation ligt een grote stapel dossiers. Intussen moet ze ook een grote staking bij De Lijn zien te bezweren (inmiddels is dat gelukt, vanaf vrijdag zouden de chauffeurs weer uitrijden). “Ach, verandering veroorzaakt altijd wrevel. Maar moeilijk gaat ook.” 

Iedereen dacht nochtans dat Open Vld-voorzitter Gwendolyn Rutten uw ministerpost zou claimen.

“Ik denk dat Gwendolyn even heeft getwijfeld. Van in het begin was duidelijk dat Bart Somers onze minister van Samenleving zou worden. Voor Mobiliteit en Openbare Werken ging het tussen Gwendolyn en mij. Toen ik na ons toetredingscongres naar huis reed, wist ik nog van niets. Pas de volgende ochtend, nadat ik haar een berichtje had gestuurd om te vragen of ze er al uit was, belde ze terug met de vraag of ik het wilde doen. Enkele uren later heb ik de eed afgelegd.”

Klopt het dat ze eerst Maggie De Block heeft gevraagd?

“Nee, dat is een kwakkel.”

U voelt zich geen tweede keuze?

“Niet echt. Mocht de partij iemand totaal anders hebben gevraagd, dan had ik het moeilijker gehad. Ik heb me uiteindelijk toch bewezen als interim-minister. Maar in het geval van Gwendolyn heb ik alle begrip. Ik heb veel respect voor wat ze de voorbije jaren als voorzitter bewezen heeft. “

Uw start verloopt niet ideaal. Bij De Lijn zijn ze al dagen aan het staken.

“Ik heb samengezeten met de vakbonden. Ze zijn vooral misnoegd over het feit dat er een privatisering zit aan te komen tegen 2023. Ook het plan om in 2020 een benchmark uit te voeren, waarbij De Lijn de vergelijking zal moeten doorstaan met private aannemers, baart hen zorgen. Terwijl die benchmark al in de vorige legislatuur werd aangekondigd.”

Waarom is die benchmark zo belangrijk?

“Tot 2020 is De Lijn de ‘interne operator’ van de trams en bussen in Vlaanderen. Dat geeft haar de facto een monopolie. Vorig jaar hebben we in de regering afgesproken dat De Lijn die vergelijkende studie zal moeten doorstaan als ze die status wil behouden, iets wat ook door Europa wordt opgelegd. Als dat lukt, zit ze tot 2030 veilig. Lukt dat niet, dan verliest ze die status. In dat geval wordt ze vervangen door een andere aannemer.”

In het slechtste geval kan De Lijn dus volgend jaar haar monopolie verliezen?

“Dat klopt. Al ga ik ervan uit dat ze het haalt als iedereen zijn best doet. De Lijn moet zich dringend bewijzen. Niet door voortdurend te staken, maar door performant en efficiënt te werken.”

Een liberaal op openbaar vervoer: voor velen is dat per definitie verdacht. Jullie zouden het openbaar vervoer willen uitkleden.

“In het begin dacht ik: ik ben een liberale minister, de onvrede zal wel aan mij liggen. Maar als ik zie hoe vaak de voorbije jaren werd gestaakt, dan klopt dat duidelijk niet. (lacht)

“Wat ik vaststel, is dat de private onderaannemers van De Lijn in 2018 en dit jaar al meer kilometers hebben afgelegd dan De Lijn zelf. Daarmee is de privatisering al gedeeltelijk voltrokken. De werknemers van die particulieren hebben trouwens niet meegestaakt. Dat maakt hen nog wat aantrekkelijker.”

Denkt u aan de reiziger?

“Natuurlijk! Als er vandaag één slachtoffer is, dan is het de reiziger. Het enige wat die wil, is dat de bussen comfortabel en stipt rijden. Dat hij fatsoenlijk geïnformeerd wordt. Als De Lijn daar niet in slaagt, dan is het onze plicht om in te grijpen. 

“In het regeerakkoord hebben we daarom afgesproken dat in 2023 alvast in één vervoerregio een pilootproject wordt opgezet om daar via een aanbesteding een operator aan te duiden. De Lijn zal dus moeten opboksen tegen private concurrenten. Een beetje concurrentie kan geen kwaad voor de dienstverlening.”

Hoe kan De Lijn winnen als ze voortdurend moet besparen?

“Ze moet weten waar haar prioriteiten liggen. Als er maar vijf mensen op een bus zitten, dan kunnen we beter met een deelauto of een taxi werken. Een taxibedrijf werkt toch ook niet met verlies? De komende jaren maken we daarom werk van ‘combipunten’ waar mensen makkelijk van het ene op het andere vervoersmiddel kunnen overstappen. Denk aan elektrische fietsen, deelauto’s of taxi’s.

Minister Lydia Peeters: ‘De Lijn zal moeten opboksen tegen private concurrenten.’ Beeld BELGA

“Veel frustraties bij De Lijn hebben trouwens niets te maken met subsidies of besparingen. De vakbonden klagen onder andere over de uitbetaling van de lonen, de planning en de vakantieregeling. Dat gaat puur over de interne werking.”

Mag topman Roger Kesteloot van u zijn mandaat tot 2022 uitdoen?

“Ik heb de procedure nagekeken. De raad van bestuur heeft nooit een negatieve evaluatie aan meneer Kesteloot gegeven. Wie ben ik dan om te zeggen dat hij zijn mandaat niet mag uitdoen? Ik heb met hem samengezeten. Hij lijkt nog altijd heel bevlogen.”

Hij moet een minimale dienst op stakingsdagen invoeren, terwijl er sociale verkiezingen aankomen. Dat is toch vragen om miserie?

“Veel reizigers hebben geen alternatief. Ook op stakingsdagen moeten ze op de bus of de tram kunnen rekenen, zoals bij de NMBS. Anders laten we hen in de kou staan. De directie en de vakbonden krijgen zes maanden om er onderling uit te geraken. Ik hoop dat ze daarin slagen. Lukt het niet, dan zal ik zelf maatregelen nemen.”

In uw beleidsnota is er sprake van tariefverhoging. Worden bus en tram duurder?

“Dat zullen de benchmark en de kostendekkingsgraad moeten uitwijzen. Sommige experts verwijzen naar Nederland, waar het openbaar vervoer beter werkt. Maar daar liggen de ticketprijzen een stuk hoger. Ik denk dat de reiziger bereid is meer te betalen, zolang daar een goede service tegenover staat.”

‘Er zijn aangenamere manieren om je ministerschap te beginnen’, zei u toen u vernam dat er opnieuw meer verkeersdoden waren gevallen. 

“De bedoeling was dat we volgend jaar nog maximaal 200 doden zouden hebben. Dat gaan we sowieso niet halen. Maar elke verkeersdode is er een te veel. Ik hoop de komende jaren op een sterke daling. We gaan onder andere data uit navigatie- en remsystemen gebruiken om kruispunten te detecteren waar mensen hard in de remmen gaan. Die maken we veiliger. Ook kleine ingrepen, zoals extra verlichting of snelheidsremmers, doen al veel.”

U kunt ook, zoals Nederland, de snelheid op de autosnelweg naar 100 km/u verlagen.

“Honderd kilometer per uur halen op onze autosnelwegen is al uitzonderlijk, want je staat er meestal stil. Ik ben dus niet bezig met het terugschroeven van de snelheid. We kunnen beter inzetten op de strijd tegen alcohol en drugs. Er zitten ook nieuwe trajectcontroles in de pijplijn.”

En de veiligheid van fietsers? Nooit eerder stierven er zo veel in Vlaanderen.

“Het aantal fietsers is dan ook fors gestegen. Elektrische fietsen halen ook veel hogere snelheden dan vroeger. Dat maakt dat er meer ongevallen gebeuren, helaas ook dodelijke.

“Ik wil zo snel mogelijk samenzitten met bedrijven als Waze en Google om ervoor te zorgen dat ze automobilisten niet meer langs scholen sturen. Zij moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Het valt ook op dat er veel ongevallen met speed pedelecs en steps gebeuren. Misschien moeten we die gebruikers een opleiding laten volgen? We gaan dat bekijken.”

Is het probleem niet dat sommige fietsers veel sneller gaan dan andere?

“Speed pedelecs halen tot 45 kilometer per uur. Ik gun die mensen een vlotte rit naar hun werk, maar het moet inderdaad veilig blijven. Op sommige plaatsen delen ze de weg met wandelaars, buggy’s en wielertoeristen. We moeten die fietspaden veel breder maken. En die werken moeten ook veel sneller uitgevoerd worden dan nu. Ik ben nogal een ongeduldig type. De komende jaren investeren we daarvoor tot 300 miljoen euro per jaar.”

Vindt u dat er een kilometerheffing moet komen?

“Neen, niet zolang we onvoldoende alternatieven hebben voor de auto. Als Brussel zijn plannen voor een kilometerheffing doorzet, dan kan ik dat uiteraard niet verhinderen. Ik hoop alleen dat het niet gewoon een platte belastingverhoging wordt voor wie in Vlaanderen woont. In dat geval moeten we die ongelijkheid misschien aankaarten bij Europa. Maar ik wil daar niet op vooruitlopen. Ik heb al samengezeten met mijn Brusselse collega Elke Van den Brandt (Groen). We hebben de intentie om constructief samen te werken.”

Vlaanderen en Brussel staan al jaren tegenover elkaar als het over mobiliteit gaat.

“Tijdens de vorige legislatuur werd er soms geblokkeerd om te blokkeren. Ik heb geen communautaire agenda. Het is niet omdat Brussel of de groenen iets willen, dat we sowieso zullen dwarsliggen. Als Elke Van den Brandt bijvoorbeeld minder randparkings wil, dan is dat bespreekbaar. In ruil hoop ik dat we vaart kunnen maken met de heraanleg van de Brusselse ring en de trambus in de noordrand. Het is een win-win.”

Zien we hier de kiem van een paars-groene federale regering?

“U mag daar in zien wat u wilt. (lacht) Ik heb in elk geval geen veto’s, zolang het maar vooruitgaat.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234