Maandag 16/09/2019

Interview

Daniël Termont: "Er is echt iets gebroken"

Daniël Termont: ‘Er waren zelfs insinuaties over Russische callgirls. Dat is complete waanzin.’ Beeld Wouter Van Vooren

Nog twee jaar en dan leert Daniël Termont (63) de ‘Inter­nationale’ spelen op piano. Dan zal hij geen burgemeester van Gent meer zijn en is er tijd. Eerder niet. Wie dacht dat de Optima-affaire hem tot ontslag zou dwingen, was fout. "Heb ik aan stoppen gedacht? Echt niet."

"Waarde gij gene burgemeester, dan waarde gij ne bokseur.” Beeldspraak moet je niet altijd zoeken, ze ligt gewoon op de vensterbank van het kabinet van Daniël Termont. Is getekend: JP Bauwens, op een grijze boks­handschoen. Termont stond in 2016 vaak in de ring en kreeg slaag. Moest terugmeppen. Leek te wankelen. Zegt straks zelf: “Dat was onder de gordel.” Maar finaal werd hij dus niet uitgeteld en evenmin ging hij knock-out. Er zijn wel blijvende letsels.

Dat we hier zitten, is trouwens niet vanzelf­sprekend. De Morgen was maandenlang niet welkom aan deze tafel. De burgemeester vergat en vergaf de krant van 23 juni 2016 en de titel ‘Termont zat dan toch op een boot’ maar moeilijk. Maar daarnet – onderweg – belde zijn medewerker Claude “of we graag een broodje hadden tijdens het interview”. Het jaar is gekanteld, de Optima-onderzoeks­commissie pleitte de burgemeester vrij, misschien was de kerst vredig en Termont ontspande op de skilatten in het Oostenrijkse Schladming. “Al 34 jaar ga ik naar dezelfde plaats”, zegt hij.

“Straks, in de krokus­vakantie, ga ik nog eens. En in maart nog een shortski. Ik ben een goeie skiër.” We gaan daar geen beeldspraak bij verzinnen.

Castro

Maar hoe begin je? Met de vakantie en omdat je in de voorbereiding las dat hij ereburger is van Asuncion in Paraguay en Commandeur in de Orde van Bernardo O’Higgins in Chili vraag je of hij toevallig naar Zuid- of Midden-Amerika ging. Als een grapje. Het ijs kan beter snel breken. Zo zijn we ook snel bij Fidel Castro. Termont was ooit in Cuba, een ontmoeting zat er nooit in. 

“Maar ik heb wel enorm veel appreciatie voor wat hij deed. Er is ongetwijfeld veel te zeggen over het feit dat Cuba geen democratie is en daar ben ik het mee eens. Maar hij is er wel in geslaagd de gezondheidszorg gratis te maken, net als het onderwijs. Je ziet in het land de armoede in onze betekenis van het woord, namelijk het materiële. Maar er is ook een enorme rijkdom. Cuba kent geen analfabetisme, 99 procent van de mensen kan lezen en schrijven. De gezondheidszorg is kwalitatief. Er zijn dus ook grote voordelen aan dit soort samenleving. Je mag daar niet enkel met Europese ogen naar kijken, je moet dat met Midden-Amerikaanse ogen doen.”

Toen Fidel overleed, uitten enkele socialistische politici hun lof op Twitter, maar daar kwam snel veel kritiek op. Moet je vandaag meer letten op je uitspraken dan twintig jaar geleden?

Daniël Termont: “Je moet zelfs zo ver niet terug­gaan. Ik ben tien jaar burgemeester en in die tien jaar heb ik de maatschappij enorm zien evolueren. Ook onze stad. Er is polarisatie over alles. De minste uitspraak zorgt voor polemiek. Dat komt de maatschappij volgens mij niet ten goede, omdat de verdraagzaamheid weg is. Terrorisme? Dat is de islam, en daarmee gedaan. Er is geen nuance meer en men heeft de capaciteit niet meer om empathie op te brengen en zich in te leven in het standpunt van wie anders denkt. Ik vind dat een gevaarlijke en slechte evolutie.”

Wat heeft dat in tien jaar doen kantelen?

“Ik hoed me voor veel politieke uitspraken, omdat er ook geen wederwoord is. Maar er is een nieuwe generatie politieke leiders. Die zoeken dat en lokken dat uit. Als je permanent wit-zwart communiceert, kun je als antwoord enkel wit-zwart krijgen."

“N-VA kwam, zowel Vlaams als federaal, aan de macht en plots was alles de schuld van de socialisten. Nu zeg ik niet dat socialisten nooit fouten maakten, maar dit is wel zwaar overdreven. Zo jutten ze hun eigen militanten op om anti­socialistisch te zijn en dat is geen goede zaak. Want de tegenreactie van de socialistische militanten is dan: ‘Kijk eens wat die zwartzakken van N-VA ervan bakken...’ In een democratie moet je naar elkaar luisteren en met elkaar spreken. De communicatie van N-VA is niet de mijne.”

Beeld Wouter Van Vooren

Was voor u 2016 een kanteljaar?

“Eigenlijk niet. Ik krijg die vraag vaak door die Optima-affaire, maar neen. Omdat er niks aan de hand was. Vanaf het begin zei ik heel duidelijk dat ik met die zaak niks te maken had. Dat heb ik al honderd keer gezegd en dat is ook gebleken. Het is zeker geen aangename periode geweest en het waren moeilijke maanden. Maar ik heb zelf een commissie gevraagd om het te onderzoeken. Dat was de enige manier om te bewijzen dat ik er niks mee te maken had."

“Dus neen, ik zie dat niet als een kantelperiode. Mijn gedragingen, dynamiek, inzet en overtuiging zijn niet veranderd. Ik blijf keihard werken voor de stad, voor de Gentenaars en zal blijven mensen samenbrengen om economische projecten vooruit te krijgen. Het schoonste bewijs is dat Voka, waarvan mijnheer De Wever toch zegt dat het zijn werkgever is, mij onlangs huldigde als ‘De Legende’. Voor mijn carrière en mijn inzet voor bedrijfs­leven en economie.”

Op welk moment realiseerde u zich dat die Optima-affaire voor, wat u zegt, ‘moeilijke maanden’ zou zorgen?

“Eerst was er een telefoon van een van uw collega’s bij De Standaard. Die vroeg me of de champagne op de boot van mijnheer Piqueur goed was. Ik zei metéén dat ik nooit op die boot was geweest. Wat ook zo is, ik heb die boot zelfs nooit gezien. Hij bleef maar vragen en op het einde vroeg hij naar een appartement dat ik van mijnheer Piqueur gekocht had. Maar ik héb geen appartement. ‘U hebt er ook geen gekregen?’, vroeg hij. Dan voel je aan je ellebogen: dit is spektakel­journalistiek, men wil hier absoluut iets van maken."

“Een ander moment was jullie krant en die titel: ‘Termont zat dan toch op een boot’. Twee pagina’s met een foto van een jacht op zee. Dat was dus een congresboot gehuurd door de stad en verschillende andere partners omdat dat goedkoper was dan een standplaats op de MIPIM-vastgoedbeurs in Cannes. Helemaal geen luxejacht, laat staan dat van mijnheer Piqueur.”

Beeld Wouter Van Vooren

Een cascade, noemt hij het. Een opeenvolging van berichten. “Ik werd in een spiraal meegezogen en ik begon me af te vragen hoe ik daar uit kon geraken”, zegt hij. En toen was er een idee: op Facebook postte Termont een videoboodschap waarin hij zijn onschuld duidelijk wilde maken. Nu zegt hij: “Dat heeft niet geholpen, integendeel. Er kwamen allerlei smeuïge verhalen over Cannes en nachtclubs...”

Freddy Willockx zei onlangs in deze krant: ‘Daniël panikeerde. Hij had sneller moeten zeggen dat hij Jeroen Piqueur goed kende, maar dat hij met het faillissement van de bank niks te maken had.’ Is dat inderdaad fout geweest?

“Neen, echt niet. Ik zeg het met overtuiging: neen. De journalist die schreef dat ik zei dat ik Piqueur niet kende, schreef in hetzelfde artikel dat ik uitlegde hoe we twaalf jaar onderhandelden over de Ghelamco Arena. Hoe zou ik dan zeggen dat ik hem niet ken? Ik gaf zelfs alle details over die onderhandelingen.”

Dus dat u ontkende dat u hem kende, is niet waar?

“Inderdaad. Maar die man schrijft dat, andere journalisten nemen dat over en iedereen schrijft: ‘Termont zegt dat hij hem niet kent.’ (ferm) Ik héb dat nooit gezegd. Nergens. Waarom zou ik? Heel Gent weet dat ik Piqueur ken en dat ik met Piqueur allerlei dossiers gedaan heb. Zoals ik élke bedrijfs­leider in deze stad ken en met voornaam aanspreek. Piqueur zei achteraf in een interview: ‘Waarom zegt Termont dat hij me niet kent?’ Wel: ik heb dat dus inderdaad nooit gezegd. Maar dat werd bon ton en iedereen zei dat Termont een leugenaar was. En daar kun je je moeilijk tegen verweren in de media.”

U zei onlangs in Knack dat de pers haar mosterd haalde bij de oppositie in Gent. Zegt u daarmee dat ze campagne voerden voor 2018?

“Daar ben ik van overtuigd. Ook al zei ik voor de verkiezingen van 2012 al dat ik zou stoppen in 2018, ik zal dan wel als lijstduwer nog een belangrijke rol spelen en proberen Tom Balthazar en alle kandidaten van sp.a en Groen met wie we weer in kartel gaan, te steunen. Dit was een poging van de oppositie om me persoonlijk schade toe te brengen. Het was een politiek spel.”

Hoe gaat dat dan buiten de gemeenteraad? Gaat u bijvoorbeeld met N-VA-kopstuk Siegfried Bracke koffie drinken?

(schudt het hoofd) “Dit heeft veel kapot­gemaakt. Er is echt iets gebroken. Ik kon met Bracke door één deur in zijn rol als oppositieleider. Ik ken hem uiteraard van jongs af, toen hij nog bij ons in de partij zat. Maar wat mijnheer Bracke en wat mijnheer Yüksel over mij persoonlijk zeiden in de Optima-commissie, heeft op menselijk vlak veel kapot­gemaakt. Het is van die aard om niet snel weer vriendschappelijk met hen om te gaan. Zeker mijnheer Yüksel heeft vuile roddels over me verspreid.”

Wat was de meest waanzinnige roddel?

“Er waren insinuaties over Russische callgirls. (met een lachje) Dat klinkt ongetwijfeld goed voor de oppositie, maar het is complete waanzin. Helemaal uit de lucht gegrepen. En onlangs stond in een krantje van het Vlaams Belang nog: ‘Wie heeft er op de kamer van Daniël Termont geslapen?’. Dat is echt onder de gordel, want ik heb die hele uitleg in de gemeenteraad gedaan hoe ik mijn hotelkamer afstond aan een medewerkster van de stad. Ik ging op de boot slapen waar zij niet meer durfde te slapen omdat ze er bestolen was. Dat wéten ze. En toch schrijven ze zoiets.”

Beeld Wouter Van Vooren

Hoe sliep u in die periode?

“Ik ben geen man van hoogtes en laagtes. Een van de leukste momenten uit mijn leven was toen ik 44.561 voorkeur­stemmen haalde in Gent. Anderen zouden daarvoor uit de bol gaan, maar ik ging de volgende dag gewoon werken. Dat was nu niet anders. Ik was gesterkt door de wetenschap dat er niks was en dat ze dus nooit iets konden bovenhalen. Natuurlijk stond ik ermee op en ging ik ermee slapen. Maar ik hield er niet één slapeloze nacht aan over, ik werd niet ziek en ik dacht er niet aan om te stoppen.”

Geen moment?

“Misschien dat die gedachte er eens was. Mijn vrouw zei: ‘Waarom haal je je al die miserie op de nek?’ Maar ontslag zou gezien worden als een bewijs van schuld en dat was niet zo. Ik beloofde de kiezer in 2012 dat ik mijn mandaat zou uitdoen. Op 1 januari 2019 stop ik. Dan zal ik 45 jaar en acht maanden gewerkt hebben.”

Ook in Knack zei u: ‘Ik ben nog altijd populair in Gent.’ Is dat waar het om draait?

“Als politicus wel, want electoraal is dat van belang. Als ik in 2018 een stem vraag als afscheids­cadeau, dan moeten die mensen in mij geloven. En als burgemeester kun je niet geloofwaardig functioneren als de inwoners je niet meer vertrouwen. Maar ik kan u zeggen dat dat vertrouwen er nog is. Misschien nog meer. Ik dénk dat de oppositie zich nog wel­eens zou kunnen vergissen als ze denken dat ze me hierdoor schade berokkend hebben."

“Toen ik 23 was, zat ik in de gemeenteraad en op een dag stond er in de krant een verhaal over me dat ik niet goed vond. Ik vertelde dat aan Willy De Clercq zaliger (ex-PVV-minister, RVP) en die zei: ‘Niet mee inzitten. Als ze over je schrijven, betekent het dat ze je belangrijk vinden.’ Ik heb dat al vaak aan Mathias (De Clercqs kleinzoon en nu schepen in Gent, RVP) verteld. Hoeveel mensen in die moeilijke periode de straat overstaken om me hun steun te geven of madammekes die met hun fiets stopten. (lacht) Zelfs in milieus die niet de mijne zijn, zoals Voka, kwamen duizend mensen naar die huldiging.”

U zei over die banden met de ondernemers: ‘Zelfs Bart De Wever vindt dat goed.’ Is hij de norm?

“Neen, want wat Bart De Wever zegt, doe ik al twintig jaar. Zodanig dat ze in mijn eigen partij al eens twijfelden of ik socialist of liberaal was. Maar het is simpel. Bedrijfs­leiders willen zo veel mogelijk winst voor hun aandeelhouders en ik wil zo veel mogelijk jobs en toegevoegde waarde creëren. Het verschil tussen De Wever en mij is dat hij énkel daar oog voor heeft en minder voor de sociale aspecten. "

"De achtergrond van mijn beleid is dat meer jobs en winst ook meer belastingen betekenen en dat we met die middelen vluchtelingen kunnen helpen, de armoede kunnen bestrijden, noem maar op. In Antwerpen kortwieken ze het middenveld en privatiseren ze de nacht­opvang. Ook mijnheer Bracke is daar zeer duidelijk in: minder toelagen aan het middenveld, minder kansen geven, de sociale diensten privatiseren.”

De Mechelse burgemeester Bart Somers (Open Vld) zei onlangs dat hij zich een vader wilde voelen voor alle Mechelaars. Dus ook, bijvoorbeeld, voor terug­gekeerde Syrië-strijders.

(knikt) “Ik ben burgemeester van alle Gentenaars en dat zijn de vluchtelingen, de mensen die in de marge leven, de bedrijfs­leiders en de mensen in de cultuur­sector ook. Me het lot van iemand níét aantrekken zou dom zijn en van mij een slechte burgemeester maken.”

Wat betekent het voor een burgemeester als op 14 juli een camion in Nice en op 19 december een camion in Berlijn voor doden zorgt?

“Nice gebeurde aan de vooravond van de Gentse Feesten. Daarom was de stad al afgesloten met blokken. We dachten voornamelijk aan bom­auto’s. Maar je neemt natuurlijk meteen contact op met de korps­chef om te kijken of je nog meer kunt doen. Ook na Berlijn deden we dat. We hadden een eigen kerstmarkt. Wat kunnen we nog doen? We hebben extra personeel ingezet, er hangen nu ook camera’s bij de Winterfeesten, de vuilniszakken zijn doorzichtig en de politie is zwaarder bewapend. En verder? Je kunt enkel hopen dat het niet in je stad gebeurt.”

Mensen vragen zich af in welke wereld we leven.

“Ik heb geen glazen bol, maar ik vrees dat we de eerste jaren nog niet van het terrorisme af zijn. Zelfs als IS in Syrië of Irak uitgeschakeld wordt, blijft dat gedachtegoed nog hangen. En we moeten eerlijk zijn: we kunnen de bevolking niet garanderen dat er niks zal gebeuren. We mogen niet bang zijn en moeten blijven leven zoals we dat doen. Maar onvoorzichtigheid is even dom. Tegelijk ben ik ervan overtuigd dat het zal keren en dat mensen inzien dat we een andere richting uit moeten.”

Is dit dan een diepte­punt? Trump wordt president, er was de brexit en extreem­rechts groeit in Nederland en Frankrijk. Waar zit de hoop?

“Ik ben een optimist en ik geloof écht dat er een kentering komt. Daarom niet dit jaar, maar in 2018 of 2019 wel. We hebben nog zulke periodes gekend. Dit is er ook een en we geraken daar weer uit.”

Beeld Wouter Van Vooren

Over welke periodes spreekt u? We zijn allemaal te jong om over de jaren 30 te kunnen spreken.

“In de jaren 70 moest de openbare verlichting gedimd worden en mochten licht­reclames in winkels ’s nachts niet branden omdat er te weinig elektriciteit was. Ik was pas getrouwd en die hele energie­crisis zorgde voor een zeer pessimistische periode. Dat was trouwens een van de redenen waarom wij geen kinderen hebben. We dachten: wat moet er van die kinderen worden in dit soort samenleving?”

Was dat écht een bewuste afweging?

“Dat was een van de redenen, ja. En in mijn familie zit de ziekte van Huntington. Die is erfelijk, er is altijd 50 procent kans om ze te krijgen. Het is een Russische roulette. Aan mijn moeders­zijde stierf mijn grootvader eraan, een nonkel, een tante en twee neven. Toen wist men nog niet zoveel als nu. Ook dat speelde mee.”

Is dat een gemis?

“Voorlopig nog niet. Ik weet niet hoe ik ga reageren als ik oud ben, maar nu hebben we altijd kinderen van mijn zus en van de, helaas overleden, broer van mijn vrouw in de buurt. Ze gingen mee skiën. Mijn vrouw is altijd zeer actief geweest in het verenigings­leven en ik had deze job ook nooit zo kunnen doen als we kinderen hadden.”

Beeld Wouter Van Vooren

U was zelf pas 14 toen u al bij de Jong­socialisten actief was. Andere kinderen gaan dan voetballen of naar de vioolles.

“Ik had een vriendinnetje bij de PVV-jongeren en ik had vrienden bij de Jong­socialisten. Ik ging dus naar de thés dansants van de PVV-jongeren en naar de fuiven van de Jong­socialisten. Niet om ideologische redenen, maar wel om waar de schoonste meiskes gingen. Toch vond ik dat ik op een bepaalde dag moest kiezen en ik ging bij de Mutualiteit der Jonge Arbeiders (MJA). Ik ging met hen op vakantie en daar werd niet over politiek gepraat. Maar gedurende het jaar wel. Er waren cursussen over het marxisme en ik ben daarover beginnen lezen om dat te begrijpen. Ik was nog zeer jong toen ik voorzitter werd van de toenmalige BSP (Belgische Socialistische Partij, de voorganger van sp.a, RVP) in Mariakerke.”

Beeld Wouter Van Vooren

U bent van de generatie-Verhofstadt.

“Op 1 januari was het exact veertig jaar geleden dat Guy en ik, als jongste gemeenteraadslid, de telling van de verkiezing van de schepenen moesten doen. (lacht) In het STAM hebben ze daar een schoon filmpje van. Wij allebei nog met lang haar. Er zijn ook foto’s van mij met Louis Paul Boon, die ik goed kende toen. Vanaf mijn negentiende moest ik als propagandist van de Bond Moyson elke week een bladzijde met mutualistisch nieuws vullen in de Vooruit. Dus elke vrijdag zat ik met Louis op de redactie. En daarna gingen we pinten en druppels drinken.”

Maar Verhofstadt bleef niet in Gent. Is het niet jammer dat u uw talent enkel voor uw eigen stad gebruikte?

“Drie keer kon ik parlementslid worden en de partij heeft me daar vaak voor aangezocht. Ik moest enkel naar Brussel voor de stemming. Maar ik wilde niet. Omdat ik geen cumul wilde en omdat ik de tijd, die nodig was om in Brussel te zijn, niet tussen de Gentenaars kon zitten. Ik ben liever hier."

“Ik ben er ook van overtuigd dat je als parlementslid en zelfs als minister véél minder kunt doen bewegen en veranderen dan als burgemeester van Gent. Als ik een idee heb en daar is 14 dagen later nog geen college­beslissing over, stel ik een vraag. Als je in het parlement een voorstel doet, mag je al in je handjes klappen als er na vier jaar beweging in zit.”

Waar zit de sp.a eigenlijk in dat parlement?

“Ik ga daar gemengd op antwoorden. Ik vind dat mensen als Joris Vandenbroucke en Meryame Kitir schitterend werk leveren. Op het partij­bureau zie ik welke alternatieven er uitgewerkt worden. Maar tot mijn spijt zie ik dat de volgende dagen niet in de kranten. Alleen in Villa Politica komen al eens socialisten voor de camera, maar voor de rest worden we door de pers niet opgepakt. Ligt dat aan de boodschap, aan de boodschapper of aan de journalisten? Ik weet het niet. Ik stelde onlangs vast dat over hetzelfde onderwerp een socialist tussenbeide kwam en dat beter deed dan de fractieleider van Groen, maar Calvo haalde de televisie.”

Heeft dat te maken met inhoud of profilering?

“Dat zou je aan de journalisten moeten vragen. Er is meer aandacht voor de interne ruzies binnen de regering en áls de oppositie aan bod komt, is het Calvo.”

Jullie missen een type als Stevaert.

“Dat denk ik wel. Er zullen wel nieuwe mensen opstaan en elke vogel zingt zoals hij gebekt is. En als sommige vogels er niet meer zijn, dan moeten andere het werk doen. Dat zal ook in Gent zijn. Als ik eind 2018 weg ben, is het aan Tom Balthazar.”

Beeld Wouter Van Vooren

Wat gaat u doen op 2 januari 2019?

“Skiën. En pianoles nemen. Ik ken er niks van en kan geen noten lezen. Maar ik heb al een piano gekocht, die staat klaar, en van Voka kreeg ik een bon voor de eerste tien piano­lessen.”

Wat gaat u dan spelen?

“Als die leraar me de keuze laat, dan wil ik eerst en vooral de ‘Internationale’ leren. (lacht) Dat kan ik dan op 1 mei 2019 spelen. Het grote voordeel is dat ik de tekst al ken.”

Nog één vraagje: wat helpt u als het, zoals vorig jaar, moeilijk gaat?

“Onlangs werd ik zeer ontroerd door dat Afghaans jongetje dat met Lionel Messi op het veld mocht, nadat hij zelf een plastic truitje met de naam van Messi had gemaakt. Dat is schoon.

“Maar er is zoveel. Ik ben een grote kenner van het werk van Pablo Neruda. Er ligt altijd een boek van hem op mijn nachtkastje. Op 1 mei 1973 begon ik op de Bond Moyson te werken en op 11 september 1973 werd in Chili Salvador Allende vermoord. Dat maakte grote indruk op me en toen las ik dat hij zeer goed bevriend was met Neruda. Ik ben eerst zijn gedichten in Canto General beginnen lezen, nadien alles.

“En toen ik als schepen van de Haven in Chili was en in dat presidentieel paleis kwam waar Allende was vermoord, was ik nog meer onder de indruk. In de vrije tijd ben ik toen alle huizen van Neruda gaan bekijken. En op basis van zijn gedichten heb ik zelfs Spaans geleerd.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234