Donderdag 16/07/2020

InterviewConner Rousseau

Conner Rousseau (sp.a) ‘Ik wist wat er echt rot was in onze partij’

Conner Rousseau: ‘Als jullie vinden dat ik niet bezig ben met inhoud, schrijf dat dan gerust zo op. Het laat me koud.’Beeld Bob Van Mol

Hij is 27. Heeft geen eigen huis, auto of wasmachine. Het deert hem niet. Zijn partij, zijn fans, zijn impact in de Wetstraat: daar is sp.a-voorzitter Conner Rousseau maniakaal mee bezig. ‘Ik ben nog nooit verliefd geweest. Als mijn leven wat normaler wordt, ga ik er misschien wel werk van maken.’

De meeste politici vallen te paaien met een exquis diner bij dé kok van het moment. Conner Rousseau niet. Hij wandelt door de tuin van Willem Hiele in Koksijde en kijkt verbaasd. “Amai, ik dacht het hier een chique restaurant was en jullie zitten in een moestuin”, grapt hij.

Eten, hij heeft er niks mee. “Voor koken heb ik geen geduld. Voor al die gangen eigenlijk ook niet. Altijd maar wachten.” Hij doet, om gezondheidsredenen, aan periodiek vasten. Zeventien van de afgelopen 24 uur heeft hij niet gegeten. ’s Middags verorberde hij een halve kip van het spit, zijn vaste gerecht als hij zelf eten ‘klaarmaakt’. Dat, of tonijn uit blik. “Ik heb net een ijskoude douche gepakt. Soms neem ik er zelfs twee per dag. Elke ochtend doe ik ook 15 minuten high-intensity-oefeningen, in overleg met mijn personal coach. Het coronavirus zal me niet te pakken krijgen.”

BIO • 27 jaar, zoon van Christel Geerts, voormalig sp.a-politica, en Jo Rousseau, vroeger directeur van De Barkentijn, een vakantiecentrum van het socialistisch ziekenfonds • studeerde rechten in Gent • werkte voor Vlaams minister Freya Van den Bossche en sp.a-voorzitter John Crombez • tussen 2017 en 2019 communicatie­directeur van sp.a • Oost-Vlaams lijsttrekker in 2019, na zijn verkiezing meteen aangeduid als fractieleider in het Vlaams Parlement • werd in november 2019 partijvoorzitter met 72 procent van de stemmen

De Wetstraat is in de ban van de jonge socialistische voorzitter. Hij gaat als een raket vooruit in de populariteitspolls, en speelt ondanks zijn beperkte electorale gewicht een centrale rol bij de vorming van een nieuwe federale regering. Eerst moest hij de brug vormen tussen de PS en N-VA, nu zijn alle ogen op hem gericht om een avontuur zonder de PS te starten.

De komende twee maanden brengt hij door waar hij zowat elke zomer heeft gesleten: in de Barkentijn, het jeugdcentrum in Nieuwpoort waar zijn vader directeur was. “Ik ga er slapen en wat coördineren.” Rousseau is daar gemaakt en geboren, hij ging er als kind op kamp, samen met kansarme jongeren. Later was hij er monitor.

“De laatste vrijdag van het schooljaar was in mijn kindertijd telkens het gelukkigste moment van het jaar. We reden dan met ons ma tussen zeven en acht uur ’s avonds van Sint-Niklaas naar Nieuwpoort. En dan, op het laatste stukje E40, evenwijdig met de kust, zagen we de zon ondergaan. Dan wisten we: de zomer en de zee zijn daar. Later, toen ik zelf met de auto kwam, wachtte ik altijd tot ik wist dat ik de zon zou zien ondergaan op de snelweg. Lichtjes autistisch misschien, maar ik hou wel van regelmaat en gewoontes.

“Elke dag in de Barkentijn is netjes gestructureerd. Elke week krijg je hetzelfde menu. De kinderen wisselen, het eten blijft hetzelfde. Ik weet nu al op welke dag ik deze zomer cordon bleu met bloemkool eet. Buiten een surfkamp en een reisje naar Ibiza heb ik nooit wat anders gekend. Op kamp is er altijd drukte. Veel mensen, monitoren en kinderen. Je bent daar nooit alleen.”

Vindt u dat moeilijk, alleen zijn?

“Nee, ik voel me nooit alleen. Ik ben altijd bezig met mijn duizenden volgers. (lacht) Als je me laat doen, beantwoord ik een hele dag hun vragen.”

Hoeveel tijd spendeert u op sociale media?

“Minstens twee uur per dag. Morgennamiddag heb ik bijvoorbeeld vier uur geblokkeerd om filmpjes in te spreken: originele verjaardagswensen of felicitaties voor diploma’s. Tijdens de quarantaine hebben we er al 400 opgenomen. Sommige BV’s vragen daar geld voor. Bij mij is het gratis.”

‘Ik kan niet meer ladderzat in de Overpoort van de ene naar de andere hoek strompelen. De keren dat ik buitenkwam in de lockdown, waren een realitycheck.’ Beeld Bob Van Mol

Moet een politicus wel een BV zijn?

“Als ik echt een BV had willen worden, had ik me wel ingeschreven voor een showbizzprogramma. Via je bekendheid kun je je boodschap beter verspreiden. Op Instagram leg ik even goed uit waarvoor we staan. Ik volg veel Instagramstory’s, zo weet ik ook waar iedereen mee bezig is. Zeker jonge mensen. Op Twitter zit ik niet, dat is voor de journalisten. Ik wil niet in die bubbel leven.”

Instagram is toch even fake?

“Ik zit gewoon graag op het medium. Scrol maar terug. Vier, vijf jaar geleden sprak ik iedereen daar al aan met ‘mateke’. Toen ik lijsttrekker werd, zeiden veel partijgenoten dat mijn gedrag op sociale media niet hoorde voor een politicus. (lacht) Alsof zij het zo ver gebracht hebben.”

Motiveert het u wanneer mensen niet in u geloven?

“Enorm. Het beste wat mij ooit overkomen is, is blijven zitten in het vijfde middelbaar. Dat was echt niet omdat ik te dom was. Ik kwam uit mijn apenjaren, begon uit te gaan. Daarvoor deed ik Grieks-Latijn.”

In de dagen voor de proclamatie bleef hij thuis twee dagen kamperen voor de telefoon. Uit angst dat zijn titularis zou bellen dat hij een C-attest had. De telefoon rinkelde niet. “Maar toen ik vrijdag de klas binnenwandelde, zei mijn klastitularis: ‘oei, ik ben je vergeten op te bellen. Je bent gebuisd.’ Het nieuws werd op onze roddelschool gretig door-ge-sms’t. Mijn moeder was hysterisch razend. Op het oudercontact begon mijn klastitularis ineens over mijn vader. ‘Hij woont aan de zee, hè? Dicht bij Nieuwpoort is er een vissersschool. Dat is bso, meer Conner zijn niveau.’

“Mijn wereld stortte in, maar de gasten van de Barkentijn hebben me er die zomer bovenop geholpen. ‘Je hoat da seutekallepiswuf toh eur hoesting nie hevn é’, zeiden ze. ‘Weet je hoe je ze het hardst gaat laten afzien? Wanneer je met schitterende punten afstudeert op je oude school.’ Mijn ma vond het een slecht idee, maar ik ben teruggekeerd naar het college.”

En toen?

“Ik engageerde me voor alles. De Damiaanactie, Broederlijk Delen, het bal van de school. ‘Gij toch niet?’, zeiden de leerkrachten. Die inzet was iets voor de nerds, niet voor de cool kids. Ik begon ook busreizen te organiseren naar die bals, waarbij ik een procentje vroeg aan de busbedrijven.”

Wie dat hoort, denkt: die wordt ondernemer.

“In de politiek ben ik toch een beetje ondernemer? Er viel wel wat efficiëntiewinst te boeken in onze partij. En er is nog steeds veel ruimte voor verbetering. Zodra we verhuisd zijn naar de Keizerslaan (sp.a gaat twee verdiepingen innemen in het PS-hoofdkwartier, TP/RW), ga ik onze boodschap verder stroomlijnen.”

U lijkt meer bezig met communicatie dan met politieke ideeën.

“We zijn de enige partij die een plan heeft opgesteld voor het postcoronatijdperk. In de quarantaine hebben we ook met de studiedienst onze tijd genomen om ideeën uit te werken. Hele zoomsessies waren we aan het pingpongen. Inti (Ghysels, directeur studiedienst, TP/RW) steekt altijd mijn leesmap helemaal vol. Als jullie vinden dat ik niet bezig ben met inhoud, schrijf het gerust zo op. Het laat me koud.”

Klopt dat wel? Raakt het u echt niet wat de pers schrijft.?

“Ze hadden me hiervoor gewaarschuwd. De eerste zes maanden hou je van de pers. Daarna komt de kritiek en begin je erop te kappen. Ik ben geen robot die socialistische manifesten aframmelt.”

Welke souffleurs hebt u in de partij?

“Ik bel heel veel mensen op. Binnen en buiten de partij. Als ik bijvoorbeeld naar De afspraak moet en het gaat over eurobonds, dan bel ik enkele proffen economie. Of John (Crombez, TP/RW) zelf natuurlijk. Ik hoor wel tien mensen. Elke keer schrijf ik iets extra op, bouw ik verder. De eerste gesprekken luister ik vooral, daarna stel ik vragen en het laatste gesprek zegt de prof aan de andere kant van de lijn: ik moet niets meer zeggen, want je weet alles al.”

“Ik zit nu ook bij de PES-leadersmeeting, van de Europese sociaaldemocraten. Dat is wel heel interessant: je zit dan bij Pedro Sánchez en Mette Frederiksen (de Spaanse en Deense premier).”

Bent u dan geïmponeerd?

(direct) “Maar neen. Die onlinesessies zijn superamateuristisch georganiseerd. Maar het is wel erg leerrijk.”

En de regerings­onderhandelingen, maken die wel indruk?

“Ik was vooral teleurgesteld. Ik werd de eerste keer verwacht in het kasteel van Lembeek en dat bleken vooral heel gewone mensen die veel praten. Paul Magnette is wel erg slim, hoor. En Gwendolyn Rutten heeft me toen aangenaam verrast. Jammer voor haar dat ze zo genadeloos is behandeld.

“Toen ik net voorzitter werd in december, ben ik met haar gaan eten in Brussel. Ze had toen net die tweet gestuurd dat ze positief is over het paars-groene project van Magnette. Ik heb haar toen gezegd dat het veel te vroeg was om al zo enthousiast te zijn. Ze is toen in overdrive gegaan. Om premier te worden? Iedereen zegt van wel, maar dat weet ik niet. (houdt even in) Hoe vroeger ze je tackelen, hoe meer kans dat je de finish niet haalt.”

U was toen een paar dagen voorzitter.

“Allicht dacht ze dat die snotneus zich wat kalm moest houden. In het weekend in maart, toen we een noodregering probeerden te vormen, hebben we echt veel aan elkaar gehad. Rutten blijft in zulke situaties superkalm, zet ook Georges-Louis (Bouchez, MR-voorzitter, TP/RW) op zijn plaats als het moet.”

Was Rutten degene met wie u de beste verstandhouding had?

“Gwendolyn, en Bart ook wel. (glimlacht) Met De Wever klikt het ideologisch natuurlijk niet, maar ik kan zijn directheid wel appreciëren. Ik dacht dat hij wat op mij zou neerkijken: who the fuck ben jij eigenlijk? Maar neen, hij sprak me meteen aan met veel respect. Het was een debat tussen gelijken.”

Hij heeft u toch gewoon gevleid?

“Ik maak me geen illusies: niemand is in die context helemaal eerlijk. Achter alles schuilt strategie. Maar op dat moment kun je kiezen: of je gaat uit van achterdocht en er gebeurt helemaal niets, of je kunt proberen je open te stellen. Uiteraard zet De Wever de zaken naar zijn hand. Dat hij respect toonde, is ook geen schande. Er zaten toen wel anderen rond de tafel die hun misprijzen niet konden verstoppen.”

U doelt op Bouchez?

“Dat zeggen jullie.”

Hij is de Franstalige Conner Rousseau: een jonge gast met de juiste looks die via de sociale media de politiek wil veroveren.

“Oei, nu beginnen jullie te beledigen. (lacht) Ik wil niemand afzeiken, maar ik vond het destijds vooral jammer dat hij dat politieke spelletje nooit heeft overstegen. Ik vind van mezelf dat ik dat wel doe. Bouchez leek toen vooral met zichzelf bezig en zei elke week iets anders.”

‘Ik wist wat er echt rot was in onze partij, maar het verleden met al die vetes interesseert mij geen kloten. Iedereen komt weer overeen, ik heb daar hard aan gewerkt.’Beeld Bob Van Mol

U clashte met hem aan de onderhandelingstafel.

“Hij heeft als informateur eens heel denigrerend gedaan over mijn rugzak. ‘Kijk, de schooljongen is daar’, zei hij. Ik heb hem dan toegebeten dat hij zich niet beter moet voelen dan ik. We hebben het intussen bijgelegd.

“Maar vooral: wat hij als informateur in januari op tafel legde, was gewoon een brolnota. Als hij een goede tekst had opgesteld, waren we vertrokken met Vivaldi. Maar de eer en het ego van velen stond toen in de weg.”

Wordt u niet moe van al die spelletjes?

“Tijdens dat weekend in maart stond ik op het toppunt van mijn kunnen. Door de adrenaline was ik supergefocust, mijn Frans was plots twee keer zo goed. Ik zat vijf dagen lang in the zone. Ineens voelde ik me zowat staatsmanachtig. (lacht) Of beter: een staatsmannetje. Ik voelde aan dat we op een historisch moment zaten.”

En toch liep het fout met de noodregering met PS en N-VA. Door die slimme gast, Paul Magnette.

“Ook slimme gasten doen soms rare dingen. Ik heb hem toen gezegd dat dit het moment was om er boven te staan. ‘In het begin gaat het pijn doen, maar op het eind van de rit kun je alleen maar big time winnen’, zei ik hem. Stel je voor dat er nu een regering was met PS en N-VA, die de crisis goed beheerd had en nu een relanceplan klaar had. Dan hadden we onlangs een heel andere peiling gehad. Het zou een dikke middenvinger zijn geweest naar extremisten. De PS boert nu ook achteruit in de peilingen en ze hebben nog niet één dag bestuurd met N-VA.

“Inhoudelijk konden we wel een vergelijk vinden. Maar, ik heb het vaak genoeg tegen De Wever gezegd: doe iets aan die tone of voice. Wat jullie soms zeggen en tweeten over mensen: dat gaat toch echt niet. Dat weekend was De Wever erg constructief. Dat is intussen wel wat verminderd.”

Wanneer gaat het dan eindelijk lukken?

“Tijdens onze snuffelronde hebben we de N-VA drie keer gezien. De eerste en vooral de tweede keer waren echt goede gesprekken. Bij het derde viel het weer op zijn gat. Magnette had in de pers gezegd dat N-VA aan het smeken was om in de regering te geraken, De Wever had daar nogal bits op gereageerd.”

Mislukt het dan werkelijk door wat tackles in de media?

“Ik heb toen het grapje gemaakt: ben ik hier met middelbare-schoolmeisjes bezig? Ik denk vooral dat De Wever toen al wist dat die drie koningen samen iets zouden ondernemen. Egbert Lachaert was een uur eerder bij De Wever langs geweest. Dan weet je genoeg.”

Is de nieuwe Open Vld-voorzitter een gamechanger?

“Het is een fijne man in de omgang. Maar ik vind het raar dat ik altijd al weet uit de media wat zijn wensen en plannen zijn. Maar dat ligt misschien niet aan hem. En Coens (Joachim Coens, CD&V-voorzitter, TP/RW)? Een heel aangename mens, maar ik kan hem moeilijk lezen.”

U moet de PS laten vallen, horen we nu.

“Ik zie niet in welke constellatie zonder de PS inhoudelijk interessant is voor ons. Het is een cliché, maar ik kijk echt enkel naar de inhoud. Als het een goed project is voor ons, waarom zou het dan geen goed project zijn voor de PS?”

Met de Zweedse partijen (Open Vld, N-VA, CD&V), sp.a en cdH heb je een meerderheid.

“Om het Zweeds beleid te depanneren? Neen, dank u. Het Zweeds beleid is genadeloos afgestraft door de kiezer.”

Dankzij cdH en CD&V kun je wat meer naar links gaan leunen. En jullie zijn erbij.

“Als vierde Vlaamse partij? En federaal in de regering en Vlaams niet? Dat zijn strategische overwegingen. Laat ze maar komen met een inhoudelijk voorstel en dan zal ik zien of het sociaal genoeg is.”

Jullie kunnen toch mee in de Vlaamse regering?

“Ik weet het niet. Of wij dat zouden willen? Er wordt zoveel gezegd. Vroeger hadden we misschien gezegd: ja, we willen erbij zijn. Nu staan we daar toch wat anders in. Zo aantrekkelijk is die regering-Jambon I nu ook niet.”

Mist u geen dossierkennis?

“Ik mis heel veel nog. Speelde me dat parten bij de toekenning van de bijzondere machten? Zes maanden ervaring of dertig jaar: er was daar niemand die exact doorhad wat er aan het gebeuren was, op Patrick Dewael na. Wisten jullie wat dat juist was, die bijzondere machten?”

U studeerde toch rechten?

(lachend) “Ik heb wat samenvattingen doorgeploegd als werkstudent. Pas op, ik bereid me grondig voor op die onderhandelingen. En Inti is vaak in de buurt. Die is superslim, echt fakkin’ slim. Dat is mijn gouden hulplijn. Van de meeste thema’s heb ik op z’n minst al een notie mee na vier jaar in de partij.

De zon gaat onder. De fotograaf neemt Conner Rousseau mee naar het strand. “Is het etentje en het interview afgelopen?”, vraagt hij. Even hoopt hij op een vrije avond. “Mijn bekendheid is enorm gestegen”, zegt hij als hij aanschuift voor het tweede deel. “Dat is nog wennen. Ik kan niet meer ladderzat in de Overpoort van de ene naar de andere hoek strompelen. Ik drink geen druppel alcohol meer. De keren dat ik buitenkwam in de lockdown, waren een realitycheck.”

Het filmpje waarop u een fles champagne over u heen krijgt, en dat op sociale media stond, was dat ook een realitycheck?

“Dat filmpje was fake news. Ik had die fles niet gekocht, ik heb ze niet leeg gespoten. Ik haat dat champagneflessengedoe. Toen dat filmpje bleek te circuleren, heb ik er heel slecht van geslapen. Freya Van den Bossche zei me toen: ‘Ik kon nog uitgaan als minister. Daar werd wel over gebabbeld, maar er waren geen foto’s of filmpjes van.’

“Vorige week ben ik voor het eerst met twee maten weg geweest in Gent. In het restaurant hield een poepchique madam, zo’n type dat volgens mij met een Porsche rijdt, mij tegen: ‘Gij zijt den dienen van sp.a. Gij zijt mijnen held.’ Ik was stomverbaasd.

“Later, op café, stond ik te pissen, en zei iemand naast mij: ‘Ah, mijnheer Rousseau.’ Toen heb ik wel even gezegd: ‘Dit is een beetje awkward, praten boven een pissijn.’ Op dat moment deden enkele meisjes ook nog eens de deur open van het mannentoilet. ‘Jaja, ‘t is hem’, hoorde ik hen giechelen.”

Bent u niet de zoveelste hype, zoals de Teletubbies met Freya Van den Bossche?

“Ik probeer geen hype te zijn. Ik wil duurzaam zijn. Eén jaar heb ik voor Freya gewerkt. Daar heb ik veel geleerd, maar ook gezien wat ik anders zou doen. Laat ik het zo zeggen: ik ben de zoon van een politica (Christel Geerts, sp.a, TP/RW) die er niet bij hoorde in de politiek. Ze werd door De Morgen en De Standaard in 2007 verkozen tot beste parlementair. Als bedankje van de partij kreeg ze de mededeling: ‘Je bent te saai, je krijgt geen plek bovenaan de lijst.’

“Ik heb gezien hoe hard dat binnenkwam. Nochtans haalde ze wel haar stemmen in het Waasland, maar ze behoorde niet tot ‘het kliekske’. Mijn moeder is professor gerontologie, maar na haar nationaal mandaat is er geen enkele keer nog beroep op haar gedaan. Dat is toch hemeltergend? Ik wist wat er echt rot was in onze partij.”

Houdt u daarom een hele ploeg dichtbij tijdens de formatie? Zowel Bruno Tobback, Caroline Gennez als Van den Bossche geven nog advies.

“Al die mensen hebben al onderhandelingen gevoerd, dan is het toch logisch dat ik naar hen terugkoppel? De eerste keer waren ze positief verrast door mijn powerpointpresentatie. Ik zag hen naar elkaar kijken: ‘Aha, met die kleine gaat het ergens naartoe.’

Eten zegt Conner Rousseau niet veel. ‘Voor koken heb ik geen geduld. Voor al die gangen hier eigenlijk ook niet. Altijd maar wachten.’Beeld Bob Van Mol

“Het verleden met al die vetes interesseert mij geen kloten. Iedereen komt terug overeen, ik heb daar hard aan gewerkt. Ik durf ook...”

... bazig te zijn?

“‘I am the boss without being bossy.’ Ik had die quote voorbereid.”

Wij horen toch dat u zeer bazig bent.

(lacht verbaasd) “Wie zegt dat? Dat is niet waar.”

Als er tweets of Facebookberichten verschijnen die u niet aanstaan, stuurt u meteen een sms.

“Dat is helpen, hè. (lacht luid) Ik wil hun meer bereik geven. Ik ben nogal perfectionistisch, en de anderen moeten dat ook zijn. Als dan iemand voor de zoveelste keer een saaie foto post, krijgt die een bericht.”

Een partijlid merkte op: ‘Straks wordt sp.a even centraal geleid als Noord-Korea.’

“Wat is dat voor een belachelijke opmerking?”

Ook socioloog en De Morgen-columnist Mark Elchardus waarschuwde voor een personencultus waarbij de teamspirit verloren gaat.

“Bullshit. De teamspirit is nog nooit zo goed geweest. Sommigen, die al twintig jaar in het parlement zitten, stonden tegen mij te roepen toen ik lijsttrekker werd. Wel, nu komen die mij bedanken omdat ze mij zo’n goede voorzitter vinden.”

Is er dan nog nooit een wiel afgedraaid?

“Waarschijnlijk wel, maar ik zou niet weten welk.”

Het hoofddoekenverbod tot zestien jaar, waarover u het had in De Standaard?

“Maar neen, dat was niet eens een voorstel. Dat was een bedenking. De pers had dat weekend niks anders te doen en heeft dat breed uitgesmeerd.”

Kom, nu gaat u toch compleet voorbij aan de gevoeligheid van het thema?

(aarzelt) “Nee. Ja. Niet echt.”

Sp.a worstelt al decennia met de hoofddoek.

“Wat voor een voorzitter ben ik wanneer ik over zulke zaken niet meer durf na te denken? Voor mij is vrijheid heel belangrijk. Iedereen draagt wat hij of zij wil, of het nu een hoofddoek is of een ander religieus symbool. Maar die vrijheid stopt wanneer iemand anders je verplicht om iets te dragen. Op kamp zag ik vaak meisjes die uit de bus stapten en hun hoofddoek afzetten voor twee weken. Maar ik ken evengoed meisjes die hem uit vrije wil en volle overtuiging dragen. Met een hoofddoekenverbod ga je die meisjes niet gelukkig maken. Maar je moet er wel bij stilstaan.”

In Antwerpen was er vorige week een vergadering met militanten. Er was één onderwerp: de hoofddoek.

“Er zijn nog moeilijke thema’s. En dan? Ik ga mij niet excuseren voor iets wat ik niet gedaan heb. Hoofddoeken kunnen voor mij achter het loket en in de klas, voor leerkrachten én leerlingen. Maar, wat ik wilde zeggen, is dat men in het recht pas actieve rechten toekent vanaf 16 jaar.”

Actieve rechten? U had het toch over een verbod?

(wimpelt af) “Ik ben daar niet dagelijks mee bezig. Met de hoofddoek.”

Gaat de partij weer flinkser worden, zoals Crombez in 2016 aankondigde?

“We hebben het te lang niet aangedurfd om problemen te benoemen. En je moet de problemen managen. Mensen helpen inpassen. Niet aanpassen. Daarmee bedoel ik de wetten respecteren en je best doen. Tegelijk is er het solidariteitsprincipe: wie zijn job doet, moet ook zijn deel krijgen. Die wachtlijsten voor de taalcursussen moeten weg. En ik ben een heel groot voorstander van verplichte kinderopvang.”

Op uw eerste Go Left!-congres werd dat voorstel weggestemd.

“Ik ben nog steeds voorstander. Absoluut. Zo trek je kinderen vroeg mee in een taalbad. Dat is vooral in hun eigenbelang om hen geen enkele kans te ontnemen in hun latere leven. Ook ouders die geen Nederlands kennen, kunnen het daar leren, samen met hun kinderen. Soms moet je gewoon heel aanklampend zijn. Mijn vader gaf die gasten in de Barkentijn kansen, maar hij pakte ze ook bij hun nekvel en duwde ze er met hun neus in. Iedere keer opnieuw. Management, daar gaat het om.”

Management? Gaat u zo de ‘stedelijke kosmopolieten’ en de klassieke arbeidersachterban met elkaar verzoenen?

“Ja. Heel veel vaak zitten mensen vast in denkpatronen, terwijl het een kwestie van management is. Zoals je extremen kunt temmen door beleid te voeren, kun je ook door een sociale en strenge aanpak mensen weer meekrijgen.”

Kan dat concreter?

“Ik ken alle details van het beleid niet, hè. We gaan intern een ‘participatietraject’ starten om ons standpunt te bepalen. Wees maar zeker dat ik dan alle do’s-and-don’ts zal kennen. We hebben daar een specialist voor aangenomen. Daarna zullen we op die lijn gaan zitten, en zijn we safe.”

‘Wie het gat in de haag wil wegsnoeien, maakt het alleen maar groter’ zei Steve Stevaert zaliger over het Vlaams Belang. U deelt die mening niet?

“Neen. Het Vlaams Belang haalt 27 procent in de peilingen, dan is het strategisch fout om hen te negeren. Zij mogen geen vrijgeleide krijgen. We hebben ook te lang over de problemen gezwegen, en dat heeft ons niks opgeleverd.”

Kunt u die kiezers, die uw partij jaren geleden verloor aan Vlaams Belang, nog terugwinnen?

“Wij gaan die terughalen.”

Hoe kunt u daar zo zelfverzekerd over zijn?

“Je moet die kiezers alleszins serieus nemen. Ik ga graag met hen in gesprek, onlangs nog op een familiefeest. Ik sta daar niet met een opgeheven vingertje: ‘Opletten wat je zegt. Nu ben je een racist.’ Laat mij maar veel sparren met die mensen. Ik leer daar veel bij.

“Wat je moet doen, is op de positieve verhalen en je eigen principes wijzen. Er is zoveel fake news en opfokkerij op sociale media, daar moet je niet achteraanlopen. Ik weet niet welke simpele ziel ooit bedacht heeft: ‘Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel.’”

PVDA claimt ook kiezers weg te halen bij Vlaams Belang.

(diepe zucht) “Pffff. Er zijn wel wat dingen van PVDA die ze slim kopieerden of zelf bedachten. Maar in Wallonië hebben ze de kans gehad om mee te besturen, en op een uur hebben ze dan – zogezegd – dat regeerakkoord gelezen en afgekeurd.”

In Zelzate...

“Hier en daar zal samenwerken wel lukken, maar structureel zijn zij zeer destructief. Zeer populistisch.”

U bent zelf toch niet vies van een vleugje populisme? U koketteert graag met uw imago van ‘de gewone jongen’.

“Ik ben ook een gewone jongen, wat heeft dat met populisme te maken?”

U bent toch niet uit een werkmansbroek geschud? Uw moeder is professor, uw vader was directeur.

“Wat is dat voor een stomme uitdrukking? Ik heb thuis nooit wat tekort gehad, maar ik heb niet alles op mijn bord gekregen. Ik ben gaan afwassen om mijn studies te betalen. Ik weet wat een euro waard is.”

Wat is het inhoudelijke verschil tussen PVDA en sp.a? In het parlement stemmen jullie nagenoeg altijd hetzelfde.

“Kan zijn. U zou beter eens aan hen vragen waarom ze ons zo haten en bagger over ons heen kieperen. Wij gaan veel breder dan hen. Geef mij tien jaar voor de partij. Wij worden ‘de sociale volksbeweging’.”

Dat wordt toch niet de nieuwe naam van sp.a?

“Neen. Ik heb al lang een naam in gedachten, maar die ga ik nu niet zeggen. Die naamsverandering is ook nog niet 100 procent zeker.”

Bent u de nieuwe Steve Stevaert?

“Ik wil niet de tweede versie van iemand zijn. Ik wil de beste versie van mezelf zijn. Conner I.”

Premier worden dus?

“Dat zou tof zijn, ja. Het is zo fout dat je in dit land geen ambitie mag hebben. Ik wil impact hebben, en als premier heb je dat. Maar die ambitie gaat niet boven alles.”

‘Georges-Louis Bouchez heeft als informateur eens heel denigrerend gedaan over mijn rugzak. Kijk, de schooljongen is daar, zei hij.’Beeld Bob Van Mol

Welke partijen zitten in uw ideale regering?

(zonder twijfel) “Paars-groen.”

Het dessert arriveert. Een Oostendse kapper staat ineens bij Rousseau en roemt hem. Rousseau moet bijna mee op de foto. Selfies nemen met fans, het blijkt een gewoonte geworden. Of hij vroeger ook al een populaire jongen was? “Ik heb totaal niet veel liefjes gehad. Of toch nooit vast. Nooit echt. Ik ben nog nooit echt verliefd geweest.”

Wat is dat dan, echt verliefd zijn?

“Dat weet ik niet, maar als ik het word, zal ik het wel weten. Mijn wereld is nooit ineengestort wanneer het gedaan was. Als ik ga weten waar ik woon, als het leven wat normaler wordt, ga ik er misschien wel werk van maken.”

U gaat toch in Gent wonen om burgemeester te worden?

“Daar ben ik echt nog niet uit. Kijk maar naar mijn zoekopdrachten op Immoweb. (toont op zijn gsm de startpagina van Immoweb) Ik zoek zowel in Gent als in Sint-Niklaas. Op dit moment ben ik blij dat ik alleen ben. Als ik vijf minuten vrij ben, wil ik niet te horen krijgen: ‘Je hebt niet geantwoord’, ‘Je bent er nooit’. Misschien zie ik ook te veel slechte voorbeelden rondom mij.”

Uw zus...

“Ik weet wat je gaat zeggen. Wij hebben nooit ouders gehad die samen in de zetel zaten. Of die een kus of een knuffel gaven aan elkaar. Wij gingen nooit met vier op reis, wij gingen nooit samen eten. Ofwel zat ik bij mijn pa ofwel bij mijn ma. Ze werkten allebei keihard. Mijn vader was gewoon geen relatie- of familiemens.”

Neemt u hem dat kwalijk?

“Neen. We hebben nooit aandacht of liefde tekort gehad. Ik heb één doel momenteel: mijn job doen. Ik heb één taak. En ja, ik zwerf met mijn zakken nog steeds tussen mijn vader in Nieuwpoort en mijn moeder in Sint-Niklaas. Maar ik kan niet én overdag een snuffelronde doen én twee uur met Instagram bezig zijn en 200 mensen van de partij bellen én een huishouden hebben.”

Strijken, dat is uw ding niet?

“Dat doet mijn mama. Een wasmachine vullen doe ik zelf, maar zij haalt het eruit en strijkt het of zo. De delicate was doe ik naar mijn oma. Ik heb andere zorgen. Jullie. De partij. Het land. Zorgen genoeg.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234