Donderdag 25/04/2019

Het Groot Onderhoud

Bart Somers: "Ik wil de rebellie aanvoeren, ik wil de strijd aangaan met het populisme"

Bart Somers: "Ik vind mijzelf zeer politiek incorrect." Beeld Stefaan Temmerman

Zijn politieke ideeën veroveren de wereld. Van Den Haag tot Barcelona: overal mag de burgemeester van Mechelen zijn inzichten gaan delen. En zijn boek over de strijd tegen IS wordt binnenkort in het Duits vertaald. Bart Somers (Open Vld), na de aanslagen in Manchester en Londen: "Ik wil geen brutaal discours, ik wil niet huilen met de wolven."

"Ik vind mijzelf zeer politiek incorrect”, zegt Bart Somers (53). “Ik pleit voor empathie, voor een inclusieve samenleving. Dat is vandaag niet echt in de mode. Maar ik wil de rebellie aanvoeren, ik wil de strijd aangaan met het populisme.”

Het is woensdagmiddag en in zijn kantoor in het Vlaams Parlement heeft Bart Somers nog net een beetje tijd kunnen vrijmaken voor een interview. Dadelijk vertrekt hij naar Nederland, waar hij met Bert Koenders, de minister van Buitenlandse Zaken, in debat zal gaan over politiek in tijden van radicalisering. Morgenvroeg vliegt hij dan weer naar Barcelona, om daar zijn inzichten te delen over de grote vraag van deze tijd: hoe houden we de boel samen? “Ik krijg elke week wel drie uitnodigingen om in het buitenland te gaan spreken”, zegt hij. “Blijkbaar heeft mijn discours over de samenleving de aandacht getrokken. Mijn boek Samen leven: een hoopvolle strategie tegen IS wordt binnenkort in het Duits vertaald. Kenne­lijk inspireer ik andere beleidsmakers. Dat doet mij plezier.”

De vraag is na de aanslagen in Manchester en Londen alleen maar dwingender geworden: hoe beginnen we aan de strijd tegen IS?

“Het begint met de strijd tegen criminaliteit. Dat is de harde kant. Als je mensen laat opgroeien in een verloederde buurt, dan laat je hen in de steek. En waar de criminelen komen, volgen de terroristen.”

Bestonden zulke buurten vroeger in Mechelen?

“Toen ik burgemeester werd, in 2000, waren er een paar verloederde buurten, ja, waar men veel door de vingers zag en de rechtsstaat eigenlijk niet meer bestond. Men kon er in een aantal theehuizen gemakkelijk drugs kopen en in sommige winkeltjes werden zonder problemen gestolen goederen verkocht. Er was ook veel vandalisme, mensen werden lastiggevallen op straat – enfin, dat kon toen allemaal nog.”

Hoe hebt u dat aangepakt?

“Met kordaat beleid, waar ik destijds ook veel kritiek voor heb gekregen. Denk maar aan de politiecamera’s, of aan de politie te paard, of aan de nultolerantie die af en toe in bepaalde buurten werd ingevoerd. Als sommige gasten het bleven uithangen, dan werd alles gecontroleerd, tot en met het brandblusapparaat in hun auto.”

Dat is pestgedrag.

“Absoluut, dat is very irritating police. Maar dat werkte, want op den duur kwamen die jongeren vragen of ze met een schone lei mochten herbeginnen. Ik heb ook weleens een samenscholingsverbod uitgevaardigd. Maar we probeerden mensen ook te betrekken bij ons veiligheidsbeleid: door vaders in de buurt te laten rondwandelen, bijvoorbeeld. Of door grote broers en zussen toezicht te laten houden op de speelpleintjes.”

Tegen betaling?

“Als jobstudent, absoluut. Op die manier leren jongeren om zich te identificeren met het gezag en krijgen de kinderen een ander beeld van de overheid: ze kijken op naar die oudere broers en zussen. Ook mensen die bang zijn omdat de samenleving verkleurt, stel je zo gerust, omdat ze de garantie krijgen dat er iemand in het stadhuis zit die de veiligheid waarborgt. Dat is het vertrekpunt. Vervolgens moet je segregatie tegengaan. We leven te veel naast elkaar, en niet genoeg met elkaar.”

Mogen mensen er niet voor kiezen om hun eigen netwerken te bouwen, zoals de Turken dat in verschillende steden hebben gedaan, bijvoorbeeld?

“Ik geloof daar niet in. Mensen voelen zich misschien goed in die eigen netwerken, maar op die manier blijven het gesloten gemeenschappen. En in zulke gemeenschappen holt de interne druk de individuele vrijheid uit. Je bent pas vrij als je in contact komt met andere opvattingen. Ik wil niemand dwingen, ik heb geen probleem met Turkse netwerken en verenigingen, maar ik wil mensen overtuigen om samen te leven.”

Dan is ook de joods-orthodoxe gemeenschap in Antwerpen voor u een probleem?

“Het liberalisme staat voor emancipatie. Mensen mogen kiezen voor een orthodox leven, maar hebben ze ooit alternatieven aangeboden gekregen? Ik twijfel daaraan. Een vrije samenleving respecteert mensen in hun keuze, maar mensen moeten wel weten welke keuzemogelijkheden er bestaan. En in deze superdiverse samenleving hebben we meer cohesie nodig. Dat begint in onze scholen. Daarom stimuleren we in Mechelen ouders om hun kinderen naar concentratiescholen te sturen.”

Hoezo?

“We hebben de voorbije jaren 150 witte ouders overtuigd om hun kinderen naar een zwarte school te sturen. Nu gaan we ouders met een migratieachtergrond stimuleren om hun kinderen naar witte gettoscholen te sturen. Tegelijk denken we na over manieren om de leerstof te verbreden, zodat alle kinderen zich goed voelen in de klas, bijvoorbeeld door tijdens de les aardrijkskunde ook iets over Armenië en Marokko te vertellen. En we stimuleren de betrokkenheid van ouders.”

Door hen te beboeten als ze niet naar het oudercontact komen, zoals u ooit in deze krant suggereerde?

“Dat heb ik nooit willen suggereren. Ik had uw krant een opiniestuk gestuurd waarin ik pleitte voor meer ouderbetrokkenheid – zowel van allochtone als van autochtone ouders, trouwens – omdat ik dat essentieel vind. Het woord ‘boete’ stond daar niet in.”

Maar tijdens een telefonische toelichting bij een collega suggereerde u dat boetes daar misschien bij konden helpen. Dat stond op onze voorpagina.

“En ik heb dat die ochtend op de radio meteen gecorrigeerd. Het is nooit mijn bedoeling geweest om boetes uit te delen.”

Maar u had dat wel gezegd.

“Ik wil dat niet opnieuw oprakelen. Ik was nogal boos op uw hoofdredacteur omdat mijn opiniestuk zélf, waarin van boetes geen sprake was, niet eens was gepubliceerd. Ik stel voor dat u dat onthoudt: het is nooit mijn bedoeling geweest om iemand te beboeten. Ik wil alleen meer ouder­betrokkenheid bij de school. We willen de segregatie nu trouwens ook aanpakken bij de jeugd­beweging.”

Waarom zijn die nog zo wit?

“Ik heb mensen ter linkerzijde ooit horen vertellen dat kinderen met een migratieachtergrond op een andere manier spelen. Sorry, maar dat is dus cultureel racisme. Kinderen willen zich allemaal amuseren, alleen zijn sommige gezinnen niet vertrouwd met de jeugdbeweging. En er zijn een aantal culturele zorgen die leven bij mensen met een migratieachtergrond.”

Zoals?

“Sommigen zullen zich afvragen of hun kinderen wel halal kunnen eten. Daar hebben de meeste jeugdbewegingen problemen mee, terwijl ze met plezier vegetarische maaltijden aanbieden. Dat vind ik onbegrijpelijk. Regel dat gewoon, dat moeten we doorbreken. En daar zijn we in Mechelen volop mee bezig. Idem dito in onze sportclubs: daar bestaat een cultuur van mensen bij elkaar brengen.”

U hebt duidelijk een hoog Kumbaya-gehalte.

“Wat is er mis met ‘Kumbaya’ zingen? Dat is een mooi liedje. Dat is toch net wat we nodig hebben: verbinding, cohesie, samenhang. In mijn stad zie ik buurten op die manier openbloeien en veranderen. Natuurlijk is er ook nog overlast, zijn er nog problemen, maar ik zie veel verandering ten goede. Het narratief dat we vertellen, speelt ook een grote rol. Is Mechelen de stad die mensen tegen hun zin hebben zien verkleuren, of is Meche­len een stad waar iedereen zich goed voelt?”

Bart Somers: "Wat is er mis met ‘Kumbaya’ zingen? Dat is een mooi liedje. Dat is toch net wat we nodig hebben: verbinding, cohesie, samenhang? In mijn stad zie ik buurten op die manier openbloeien en veranderen." Beeld Stefaan Temmerman

Dat is de vraag die de hele samenleving zich moet stellen.

“En te vaak wordt er een verhaal verteld van verlies. Voor autochtone mensen, die zich niet meer op hun gemak voelen, en voor allochtone mensen, die er nooit echt bij horen. Ik wil een verhaal vertellen dat inclusief is. Mechelen heeft 50 jaar migratie gevierd met onder meer 120 foto’s op de Grote Markt, van stadsgenoten uit alle windstreken. Tien jaar geleden zouden die foto’s nog beklad of vernield zijn. Vandaag zijn wij trots op onze diversiteit. Dat er geen Mechelse jongeren naar Syrië zijn vertrokken…”

Dat is vast ook een kwestie van geluk.

“Zeker. Daar is vast wat geluk mee gemoeid. Maar statistisch klopt het niet, normaal gesproken zou Mechelen wél Syrië-gangers moeten hebben. Maar die zijn er niet. En daar zijn wij fier op. Want hoe komt dat? Wij zijn erin geslaagd om onze jongeren bij ons te houden. Dat creëert trots in de stad.”

Wanneer hebt u de klik gemaakt en besefte u dat wij allemaal nieuwkomers zijn in deze superdiverse samenleving?

“Die klik was er al voor de radicalisering begon toe te slaan. Fouad Belkacem van Sharia4­Belgium heeft destijds ook in Mechelen geprobeerd om jongeren te ronselen. Maar hij werd buitengegooid in het jeugdhuis. Ik heb ook altijd een goede relatie gehad met de moskeebesturen. De dag van de aanslagen in Zaventem heb ik afgesloten bij de vertegenwoordigers van de moskeeën in Mechelen. Allemaal met de handen in het haar, bang en boos, maar ook verbonden in vastberadenheid.”

Na Manchester en Londen heerst bij veel mensen wel het gevoel: dit komt niet meer goed.

“We zitten in een ontredderende periode. Niemand heeft dé oplossing. We mogen de problemen ook niet wegwuiven of minimaliseren. Er zijn mensen die een totalitaire ideologie om­armen, die is mogelijk gemaakt doordat Saudi-Arabië jarenlang miljarden euro’s aan propaganda in Europa heeft verspreid, meer dan wat alle politieke partijen samen aan politieke propaganda hebben besteed. Dat is een groot probleem en het legt een voedingsbodem voor de rekrutering van terroristen.”

Volgens Dirk Verhofstadt, broer van en lid van denktank Liberales, moeten we overwegen om bepaalde salafistische organisaties buiten de wet te stellen.

“Ik denk dat we vooral het conflict met Saudi-Arabië nog duidelijker moeten aangaan.

“Wij mogen niet langer aanvaarden dat de Saudi’s hier een totalitaire interpretatie van de islam financieren. Wij willen die import van ideeën niet. Om eens een brutale vergelijking te maken: mocht nazi-Duitsland nog bestaan, dan zouden we toch ook geen import van die ideeën tolereren? Tegelijk biedt elke crisis ook een kans: er zijn al heel wat moslims in Vlaanderen die de moderniteit omarmen en die dat extremisme zelf ook kotsbeu zijn.”

Moet de Vlaamse overheid die mensen niet beter ondersteunen? De Gentse imam Khalid Benhaddou doet goed werk in onze scholen, maar zoals hij moeten er méér zijn.

“Juist. En daar gaat de Vlaamse overheid ook werk van maken. In Mechelen subsidiëren wij zo de vereniging Ceapire, die onder andere met jongeren naar Cordoba reist, om hen de rijke islamitische geschiedenis te tonen. En om te praten over Averroës, bijvoorbeeld, de islamitische filosoof uit de elfde eeuw die al zei dat de rede voorrang moet krijgen op het geloof. Dat moet op grote schaal gebeuren: met jongeren aan tafel gaan zitten en de ideologie van IS ontmaskeren.”

Moeten we de lessen godsdienst niet af­schaffen, en alle leerlingen samen één vak Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie laten volgen?

“Dat zou je kunnen overwegen, ja. In elk geval is het fundamenteel dat jongeren de waarden en principes leren kennen die onze vrijheid garanderen. Tegelijk moeten we ervoor uitkijken dat de vrijheid van onderwijs niet tot moslimscholen leidt. Dat zou een ramp zijn qua segregatie.”

Ziet u tekenen dat daaraan gewerkt wordt?

“In Mechelen hebben we daar een debat over gehad. Er was vraag naar, omdat jonge moslims zich vaak niet zo goed voelen in de klas, en het vaak ook niet zo goed doen. Ik heb geprobeerd om hen dat uit het hoofd te praten, maar we hebben wel een aantal werkgroepen opgestart waarin wordt nagedacht over manieren om het welbehagen van leerlingen in de klas te verhogen. Onder meer met een buddy-project voor jongeren. Voorts wil ik in Mechelen ook het meest diverse politiekorps van Vlaanderen.”

Hoe zit het nog met het racisme bij uw politie?

“Uit onderzoek is gebleken dat die beschuldigingen onterecht waren. Wij hebben ook een nieuwe commissaris, Jinnih Beels, en we werken aan rekrutering op maat van jonge mensen. Sommigen bieden we bijvoorbeeld een opleiding in het tweedekansonderwijs. Daarnaast moet ook het lerarenkorps nog diverser worden. Veel werk aan de winkel. We praten soms te veel over inclusiviteit, in plaats van er iets aan te doen.”

Klinkt allemaal goed, maar de vraag waarmee dit interview begon, blijft pertinent: gaat u op die manier werkelijk IS kunnen bestrijden?

“Ja, daar ben ik van overtuigd. Als mensen zich burger voelen van de samenleving, als ze zich gerespecteerd voelen, dan heeft de extremist minder kans om hen te rekruteren. Want de extremist biedt jongeren een alternatief voor een wereld die hen vernedert en belachelijk maakt. Daarom vond ik minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon zo voortreffelijk in Terzake onlangs: hij heeft gelijk als hij zegt dat ‘vroegdetectie’ dé grote uitdaging is.”

Want als ze geradicaliseerd zijn, is het te laat?

“Dat is een ongemakkelijke waarheid, inderdaad: iemand deradicaliseren is tijdrovend, arbeidsintensief en succes is nooit gegarandeerd. In Mechelen hebben we gelukkig een goed systeem van vroegdetectie: er zijn veel mensen die daaraan meewerken. Onlangs zei iemand met een boutade dat Mechelse jongeren niet gerekruteerd kunnen worden voor IS, omdat ze gerekruteerd worden voor onze stad. Ik denk dat dat de sleutel moet zijn bij alles wat je doet. Daarom is empathie zo belangrijk.”

Empathie: daarvan beginnen veel politici tegenwoordig te geeuwen.

“Nochtans is dat de enige manier om terroristen te slim af te zijn. Mensen die aanslagen plegen, weten dat ze niet winnen met bommen. Ze hopen dat wij stommiteiten begaan, dat niet-moslims hun woede op alle moslims zullen richten. Want dan zullen zij nog meer mensen kunnen rekruteren voor hun terreur. In die val mogen we niet trappen.”

Staatssecretaris Theo Francken liet na Londen weten dat hij het gehad heeft met de kaarsjes en de ‘Kumbaya’, en dat hij vechtlust voelt.

“Ja, ik voel die vechtlust ook. Maar we moeten op een slimme manier vechten, de juiste tegenstander kiezen. De aanslagen vernietigen ons vermogen tot empathie, en net daarom moeten we daarin investeren. Zeker beleidsmakers mogen geen lafaards zijn, maar moeten moedig zijn en durven zeggen dat iedereen inspanningen moet doen. Ik wil niet huilen met de wolven in het bos, ik wil geen brutaal discours.”

Toen u deze week nog eens tweette dat u een boek hebt geschreven over de strijd die we tegen IS moeten voeren, deed de woordvoerder van uw Antwerpse collega-burgemeester Bart De Wever daar op Twitter een beetje smalend en lacherig over. Hij tweette: ‘Werkt ook tegen tijgers en roze olifanten.’ Wat dacht u toen?

“Sarcasme is eigen aan mensen die onmacht voelen, en ik heb daar begrip voor. Maar ik laat mij daar niet door van de wijs brengen. Ik vind dat we het gevecht moeten aangaan. Terroristen verslaan, dat kunnen we alleen samen. De wonderoplossing bestaat niet, maar ik geloof dat onze aanpak werkt. En dat zeg ik in alle bescheidenheid, in het besef dat ook in Mechelen een aanslag mogelijk is en ook bij ons extremisten rond­lopen.”

Wat doen we met IS-strijders die terugkeren?

“We mogen niet naïef zijn. Als ze misdrijven gepleegd hebben, moeten ze berecht worden. Alleen al het feit dat ze naar ginder gingen vechten, moet misschien al strafbaar gesteld worden. Zo was dat na de Tweede Wereldoorlog: wie aan het Oostfront had gevochten, kon daarvoor veroordeeld worden. Omdat hij had gecollaboreerd met een regime dat ons land had bezet en geterroriseerd. Vandaag lopen we nog een extra risico: mensen die terugkeren uit het Midden-Oosten zijn in staat om een aanslag te plegen.”

Hoe houden we onze rechtsstaat overeind?

“Dat is een belangrijk gevecht. We hebben het waardendiscours te veel uit handen gegeven aan populisten, die daar op een orwelliaanse manier mee omgaan, en zo die waarden in hun tegendeel vervormen. Dat merk je bijvoorbeeld wanneer sommigen ervoor pleiten om de vrijheid van meningsuiting in te perken om haar te kunnen bewaren.

“Ander voorbeeld: het boerkinidebat. Er zijn mensen die de boerkini willen verbieden met het argument dat de vrouw die zoiets draagt, niet vrij is.”

Terwijl ze door dat verbod net van haar vrijheid wordt beroofd?

“Precies. Dat is het begin van totalitair denken. Dat lijkt op wat de communisten vroeger deden: wie tegen het regime was, werd krankzinnig bevonden en opgesloten in een psychiatrische inrichting. Zelf beslissen wie vrij is en wie niet, is de omgekeerde wereld.”

Dat denken is nochtans sterk aanwezig in uw partij.

“Dat denk ik niet.”

Dat denk ik wel.

“Nee, liberalen beseffen heel goed dat we verschillende manieren van leven moeten tolereren. Vrijheid betekent dat u dingen mag doen of dragen die mij irriteren. Ik heb het recht om u daarop aan te spreken, om u te overtuigen dat u zich vergist, maar als we alles verbieden wat ons niet bevalt, dan zijn we de vrijheid aan het vernietigen. Dat noem ik orwelliaans. Hetzelfde geldt voor het idee dat alleen ‘zij’ zich moeten aanpassen aan ‘ons’. Met die houding vernietig je de kern van onze samenleving.”

Hoezo?

“Vrijheid betekent per definitie verandering. Wie heeft de samenleving de voorbije honderd jaar veranderd? De arbeiders, de Vlaamse beweging, de vrouwen: allemaal emancipatiebewegingen die tegen de elite in de regels hebben doen veranderen. Voor de holebi’s geldt hetzelfde. Wat was de eerste reactie toen zij pleitten voor een huwelijk? Tegenwind. Dat gebeurt nu met mensen met een migratieachtergrond. Ook nu moet de aanpassing van twee kanten komen.”

Dat emancipatiediscours wordt krachtig vertolkt door Dyab Abou Jahjah. Ik heb u ooit samen geïnterviewd en er waren veel punten van overeenkomst.

“Dyab is een polemisch figuur. Ik ben het niet altijd met hem eens, maar ik voel ook niet de behoefte om hem te stigmatiseren. Ik vind wel dat we vandaag meer mensen nodig hebben die verbinden. Hij denkt nogal dialectisch en provoceert graag, en daar geloof ik niet zo in. Plus: hij is nogal gebiologeerd door de politieke agenda in het Midden-Oosten. Ik vind dat de focus hier bij ons moet liggen.”

Wat vindt u ervan dat hij samen met Ahmet Koç een nieuwe partij wil stichten?

“Ik vind dat geen goed idee. Het doet mij denken aan de moslimscholen, het werkt segregatie in de hand.”

Begrijpt u niet dat veel mensen zich momenteel niet vertegenwoordigd voelen in het parlement?

“Ik wil in elk geval blijven vechten voor inclusie.”

U misschien wel, maar uw partij niet. Uw hebt al vaak gepleit voor praktijktesten in de strijd tegen discriminatie, maar uw partij volgt u niet.

“Toch wel. Twee dagen geleden heeft het Vlaams parlement een decreet goedgekeurd waardoor de erkenningen van dienstenchequesbedrijven afhangt van de mate waarin zij praktijktesten aanvaarden. Het gaat te traag allemaal, maar het is een stap in de goede richting. Ik wil blijven vechten tegen de weerstand.”

Die er ook in uw eigen partij is.

“Die weerstand is er overal, in alle partijen, daar moeten we niet flauw over doen.”

Behalve Vlaams Belang, N-VA en Groen zijn alle partijen verdeeld over dit thema.

“Ook bij N-VA is er een flinke discussie.

“Als ik het discours van minister-president Geert Bourgeois vergelijk met dat van sommige van zijn partijgenoten, dan is het verschil soms groot. Bourgeois is duidelijk een inclusieve denker.”

In scherp contrast met zijn voorzitter Bart De Wever, bedoelt u?

“Ik ga het proces van andere partijen of andere politici niet maken. Ik zoek liever naar punten van overeenkomst dan naar de grote verschillen. Dus als ik zie dat ook Bart De Wever en Jan Jambon meer kleur willen bij de politie, dan juich ik dat toe.”

Wat vindt u van Theo Francken?

“Ook zijn proces wil ik hier niet maken. Ik heb daar geen behoefte aan. Zou ik zijn tweets versturen? Nee. Maar ik denk dat hij sommige tweets zelf ook niet zou versturen, als hij er wat langer over nadacht. Ik ben minder polariserend, dat is duidelijk.”

Wat vond u van de superioriteitsdiscussie die uw voorzitster Gwendolyn Rutten onlangs heeft losgemaakt?

“Onze samenleving staat of valt met een aantal waarden waar we niet op toegeven. De democratie is beter dan de dictatuur, of superieur, voor wie dat zo wil formuleren. En een samenleving met mensenrechten is beter dan een samenleving zonder. Daarbij moet wel worden aangestipt dat in onze liberale democratie verschillende manieren van leven mogelijk zijn. We mogen van gewoonten en tradities geen fundamentele waarden maken. Dat is nefast, dat doet IS.”

Hoe bedoelt u?

“Wel, voor IS is alles wat sinds Mohammed veranderd is, godslastering. We moeten ervoor opletten dat wij niet in dezelfde fout vervallen en denken dat elke verandering een verlies is.”

Rutten noemde wel ‘onze manier van leven’ superieur.

“En toch ben ik ervan overtuigd dat Gwendolyn precies bedoelde wat ik net zei: de liberale democratie is superieur. We moeten ervoor uitkijken dat we in onze drang om politici zogezegd te ontmaskeren niet altijd de speld in de hooiberg zoeken. Dat is gevaarlijk en het helpt ons niet vooruit. Het is te gemakkelijk om te beweren dat politici in de hoop op electoraal gewin soms toogpraat beginnen te verkopen.”

Dat doen ze ook.

“U zegt dat. Ik ben daar veel positiever over. We moeten kritisch zijn, maar moeten ook opletten dat we mensen niet te snel veroordelen. Al klopt het ook dat politici voorzichtig moeten zijn met wat ze zeggen. Ik hoor vaak dat de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb de dingen durft te zeggen zoals ze zijn, als hij over samenlevingsproblemen praat, bijvoorbeeld. En dat zal best. Maar het is nu eenmaal zo dat iemand met migratieroots dingen kan zeggen die anderen niet op dezelfde manier kunnen zeggen.”

Moet een liberaal niet alles kunnen zeggen wat hij denkt?

“Van mij mág je alles zeggen wat je wilt, maar daarom móét je het nog niet zeggen.”

Wat zegt u dan bijvoorbeeld niét?

“Dat is de vraag niet. De vraag is: wat zeggen we wél? Hoe doorbreken we eindelijk het groepsdenken? Voor links zijn mensen met een migratieachtergrond te snel slachtoffers, voor rechts zijn het te snel criminelen of profiteurs. Terwijl de realiteit die tegenstelling allang heeft ingehaald. Ik ken in Mechelen allochtone huisartsen, managers, directeurs: dat is vandaag de realiteit. Die mensen mogen we niet allemaal in één hokje stoppen. Wij vormen allemaal samen één gemeenschap.”

Tot slot: u bent zowel burgemeester als Vlaams parlementslid. Als die cumul ooit wordt afgeschaft, wat uw partij niet ziet zitten, hebt u een probleem.

“Ik ben al 17 jaar burgemeester en 19 jaar parlementslid. Ik heb de eer om tot World Mayor te zijn verkozen en werd bij de laatste verkiezingen zowel door De Standaard als De Morgen uitgeroepen tot een van de beste parlementsleden. Dat is hard werken, maar het lukt. Sommige mensen zijn alleen parlementslid en bakken er niets van. Dus die roep om een decumul volg ik niet.”

Bart Somers: "Die roep om een decumul volg ik niet." Beeld Stefaan Temmerman

Is een lokaal mandaat geen meerwaarde voor een volksvertegenwoordiger?

“Absoluut. Ik sprak vorig weekend met parlementsleden van de Nederlandse VVD en D66. Sommige van die mensen zijn verkozen met een paar honderd stemmen en hebben nooit een lokaal mandaat bekleed. Ze hebben weinig binding met de realiteit. In debatten hoor ik dat snel: of iemand lokale ervaring heeft. Men denkt dat decumul de kloof met de burger zal verkleinen, maar dat is juist niet waar. Politiek moet bovendien aantrekkelijk genoeg blijven, vind ik, of niemand zal zich nog geroepen voelen.”

Bij u zat het in de familie.

“Mijn vader is inderdaad tien jaar volksvertegenwoordiger geweest voor de Volksunie. Hij heeft mij altijd warm gemaakt voor de politiek. Maar ik weet niet of ik dat ook nog met mijn kinderen zal doen. Ik zal trots zijn als ze ook in de politiek gaan, maar ik zou hen daarvan niet met hetzelfde enthousiasme als mijn vader kunnen overtuigen.”

Over politiek enthousiasme gesproken: hoe hebt u naar de Brusselse affaire rond Samusocial gekeken?

“Daarover kan ik kort zijn: de manier waarop die saga verlopen is, bewijst voor mij het morele failliet van de PS."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.