Dinsdag 15/10/2019

Nederland

Amsterdamse burgemeester kop van jut: partner verdacht van wapenbezit

Femke Halsema en haar partner, Robert Oey. Het – weliswaar onklaar gemaakte – wapen waar hun vijftienjarige zoon mee betrapt werd deze zomer, was van hem. Beeld Hollandse Hoogte / Fotopersburo Edwin Janssen

Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam, moet zich vandaag verantwoorden voor de gemeenteraad nu haar partner officieel verdacht wordt van verboden wapenbezit. Eerder deze zomer werd haar zoon met datzelfde wapen betrapt.

De Nederlandse documentairemaker en filmproducent Robert Oey is officieel in verdenking gesteld van verboden wapenbezit. En dat gaat serieus over de tongen bij onze noorderburen. Want Oey is niet zomaar een filmmaker, hij is ook de wederhelft van de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema. En dat wapen is niet zomaar een wapen: het is het wapen waarmee de vijftienjarige zoon van Halsema en Oey een verlaten woonboot betrad, waar hij samen met een vriend onder meer ook een brandblusapparaat leegspoot. 

Dat gebeurde eerder deze zomer, op 15 juli. Een ooggetuige belt de politie en wanneer die komt aangereden, vluchten de jongens weg. In zijn haast gooit de zoon van Oey en Halsema het wapen weg, dat de politie later vindt. Wanneer het nieuws een maand later uitlekt via de Nederlandse krant De Telegraaf, schrijft Halsema een open brief. Daarin heeft ze het over “een (verboden) nepwapen”.

Maar wat blijkt nu: dat wapen is helemaal geen nepwapen. Het is een heel echte revolver, weliswaar onklaar gemaakt. Bovendien moest de vijftienjarige niet veel moeite doen om aan het wapen te geraken: dat lag gewoonweg thuis. Zijn vader had het daar gelegd, verklaarde Oey afgelopen weekend boudweg in een veelbesproken interview met het NRC Handelsblad

Log productiemaatschappij

“Ik ken het wapen al twintig jaar”, zegt hij daar. “We hebben het in 1999 gefotografeerd voor het logo van onze toenmalige productiemaatschappij.” Het wapen werd daarvoor aangekocht en is sindsdien eigendom van een goede vriend van Oey. De filmmaker haalde de revolver daar enkele weken voor de aanhouding van zijn zoon op, om het te gebruiken als rekwisiet in zijn documentaireserie Cannabis, over de geschiedenis van wiet.

“Het ding lag gewoon in de auto, op weg naar de set. Na die shoot ben ik met de revolver naar de  ambstwoning gereden. Ik heb het ding in een juten zak gedaan en in een kastje in de woonkamer gelegd. In een la waar ik ook weleens de telefoons van de kinderen verstop wanneer ze straf hebben”, vertelt Oey in de NRC.  Daar ligt het wapen nog steeds wanneer hij een paar dagen later naar Thailand vertrekt voor filmopnames. “Ik dacht nog even: moet ik die revolver beter verstoppen? Heb ik niet gedaan.” Later in het gesprek zegt hij nog dat hij niet kan uitsluiten dat er nog andere verboden wapens in huis liggen.

Privézaken

Oey benadrukt dat zijn vrouw geen idee had dat er een verboden wapen in huis lag. Want dat is de revolver, ook al is het onklaar gemaakt. Wie zo’n wapen in huis heeft, dient een certificaat te hebben en dat heeft Oey niet. Ermee rondlopen op straat, zoals de zoon deed, is sowieso verboden. Het onderscheid met een functionerend wapen is namelijk niet te zien.

Toch wordt de affaire Halsema aangerekend. Oppositiepartijen VVD, Forum voor Democratie, DENK en de Partij van de Ouderen willen haar woensdag ondervragen tijdens een spoeddebat. Maar zelfs van de eerder linkse coalitie met daarin onder meer de socialistische PvdA en GroenLinks, de partij waarvan Halsema ooit voorzitter was, moet de burgemeester niet heel veel steun verwachten.

Overleven

“Halsema is rechtser dan de coalitie, dat is geen warme relatie”, weet hoofdredacteur van de Amsterdamse krant Het Parool Ronald Ockhuysen. “Ze valt er dus een beetje tussen. Maar ze is zo ervaren als politica dat ze het debat wel zal overleven. De politieke gevolgen zullen volgens mij binnen de perken blijven.”

De imagoschade daarentegen is veel aanzienlijker, zegt Ockhuysen. Want waar Halsema de hele zaak rond haar zoon afschermde als zijnde een privézaak, heeft haar partner in het interview met de NRC wel zeer persoonlijke dingen prijsgegeven. 

Zo zegt hij dat Halsema hem midden in de nacht belde in Bangkok om te zeggen dat hun zoon gearresteerd was en hem vroeg terug te keren naar huis. Dat deed hij niet: Oey bleef nog twaalf dagen in Thailand, waardoor zijn zoon zonder ouderlijke begeleiding ondervraagd werd – Halsema kon het vanuit haar functie niet maken erbij te zijn. Oey zegt dat hij meteen wist dat het om zijn wapen ging, maar ook dat vertelde hij Halsema niet in dat eerste gesprek. 

Dat zijn vrouw erg boos moet zijn, erkent Oey. “Alleen is dat nog niet uitgesproken tot de dag van vandaag”, zegt hij. “Ze heeft nog niet geroepen: ‘Paardenlul, hoe kún je nou...?’ Ze kan dat zeggen, maar dan zeg ik tegen haar: ‘Dit is gewoon mijn werk. Flikker op met je ambstwoning!’ Dat is een ruzie die we nu beiden uit de weg gaan.”

Gezin onder controle

Het zijn vooral die fragmenten die bij de Amsterdammers fel blijven hangen, zegt Ockhuysen. “Men redeneert: als ze haar gezin niet onder controle heeft, de stad dan wel?” Dat is best een pijnlijke gedachtengang, zegt de hoofdredacteur van de stadskrant. “Want die opmerking heeft natuurlijk een seksistische voedingsbodem. Feit is dat Halsema best daadkrachtig en goed functioneert. Eberhard van der Laan, haar voorganger, was een linkse dictator van de oude slag die journalisten geregeld de huid vol schold, maar hem werd alles vergeven omdat hij zo charmant was. Halsema is een totaal ander type, toch kan ze in de ogen van de opinie al sinds haar aanstellen niets goed doen. En dan kan je je alleen afvragen: zou haar dit allemaal ook zo aangerekend worden als ze een man was?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234