Maandag 01/06/2020

25 jaar Zwarte Zondag

‘Altijd ging het over die vreemdelingen. En maar schelden, en maar roepen’

Beeld Eric de Mildt

‘Laten we het alstublieft niet verdoezelen’, zegt Bob Cools. ‘Het is gewoon pure xenofobie. En daar is geen kruid tegen gewassen.’ De socialistische oud-burgemeester van Antwerpen blikt terug op de opmars van extreemrechts en houdt zijn hart vast voor Europa. ‘Het zijn droevige tijden. Er staan ons nog veel zwarte zondagen te wachten.’

“Ik heb lang geaarzeld of ik dit gesprek wel wilde doen”, zegt Bob Cools, 82 ondertussen maar nog altijd scherp van tong en geest. “Het zijn droevige tijden. We hebben al zoveel zwarte zondagen gekend dat het ondertussen bijna banaal is geworden. Kijk maar naar wat er sinds de overwinning van Donald Trump is gebeurd: na één dagje onrust schoten de beurzen al omhoog. Iedereen reageert opportunistisch, het gaat bijzonder snel. En er staan ons nog veel zwarte dagen te wachten: in Nederland, Duitsland, Frankrijk...”

Van 1982 tot 1994 was Cools de socialistische burgemeester van Antwerpen. Hij was het die voor het eerst mocht kennismaken met wat hij “het verschijnsel” noemde: in 1988, drie jaar voor de federale doorbraak op Zwarte Zondag in 1991, haalde het Vlaams Blok meer dan 17 procent in zijn stad. “Maar ook in andere steden dook het verschijnsel toen al op”, zegt hij. “Alleen in Limburg stonden ze nog nergens. Maar laat ik beginnen bij het begin. En daarvoor moeten we terug naar 1978.”

Cools heeft zich grondig voorbereid. De tafel waaraan we praten en koffie drinken, ligt vol met schriftjes die uitpuilen van de krantenknipsels. “Ik heb mijn huiswerk gemaakt”, lacht hij. “Ik houd al bijna 40 jaar een dagboek bij. Ik kan u dan ook tot op de dag precies zeggen wanneer het voor mij begonnen is: op vrijdag 27 januari 1978.”

Wat gebeurde er die dag?

Cools: “Ik was schepen van Ruimtelijke Ordening en had op het Zuid, zoals wij die stadswijk noemen, een hoorzitting met de bewoners over onze plannen. Op een van de beelden in onze diavoorstelling zag je een schooltje met allemaal Marokkaanse moeders aan de poort. Meteen begonnen de mensen in de zaal onrustig te wemelen. Toen de vragen uit het publiek kwamen, hadden die niets te maken met ruimtelijke ordening. De mensen vroegen maar één ding (in plat Antwerps): ‘Wat gade gij met al die vreemdelingen doen?’”

Wat hebt u toen gezegd?

“We wilden daar niet te veel op ingaan, toen. Ik herinner mij nog dat we vooral over het zware verkeer hebben gepraat, en wat we daaraan gingen doen. Wat de vreemdelingen betreft, heb ik toen de houding aangenomen die een socialist moet aannemen: wij zijn internationalisten, wij leven in voeling met de wereld. Ik heb gezegd dat Antwerpen een open stad moest zijn, geen gesloten gemeenschap. Dat deed mijn voorganger Camille Huysmans ook toen in de jaren 30 de wrevel tegen joodse mensen begon.”

Was het volgens u louter xenofobie?

“Men heeft daar in de loop der jaren veel eufemismen voor gebruikt, maar laten we het alstublieft niet verdoezelen, het is gewoon pure xenofobie. Waarom denkt u dat de Amerikanen voor Trump hebben gestemd? Xenofobie! En de Britten voor de brexit? Xenofobie! In Antwerpen heb ik dat met de jaren zien toenemen. In de Seefhoek begon dat ook eind de jaren zeventig. Daar sprongen de mensen op tafel als we kwamen praten over ruimtelijke ordening. Ze begonnen te roepen en te tieren (verheft zijn stem): ‘Wat gade gij met al die vreemdelingen doen?!’”

Beeld Eric de Mildt

En het was uw traditionele achterban die dat riep.

“Absoluut. Als wij onze achterban bevroegen over het partijprogramma en suggesties lieten doen over prioriteiten, ging het altijd over die vreemdelingen. 'Ik ben geen racist, maar...’ - hoe vaak ik dát heb moeten horen. En maar schelden, en maar roepen: ‘Die vreemdelingen kweken hier als konijnen, wat gade gij daaraan doen?!’”

Wat wilden ze dat u eraan deed?

“Dat hebben ze natuurlijk nooit gezegd. Dat is de grote hypocrisie. De mensen die mij die vraag stelden, konden maar één oplossing aanvaarden. En er is één politicus die dat dan ook heeft uitgesproken.”

Filip Dewinter, die zei: “We sturen ze allemaal terug.”

“Voilà. En zo is hij groot geworden. Uiteraard waren er problemen in bepaalde wijken, maar Dewinter heeft er ook voortdurend een probleem van gemáákt. In 1982 haalde het Vlaams Blok voor het eerst twee zetels. Dewinter was daar nog niet bij, hij stuurde die twee gemeenteraadsleden aan achter de schermen. De ene zei nooit iets, en de andere wilde dat we geen enkele vreemdeling meer zouden inschrijven. Maar dat was wettelijk niet mogelijk. En als we wel een probleem aanpakten, was het nooit voldoende.”

Welk probleem pakte u dan wel aan?

“In 1988 kwam de partij met tien vertegenwoordigers in de gemeenteraad en begonnen ze over de moskeeën. Ik was mij er toen niet van bewust dat migranten gewoon thuis een moskee hadden ingericht. Maar de Vlaams Blokkers hadden overal mensen op het terrein, en waren dus goed geïnformeerd. Eerst hadden ze de mensen wijsgemaakt dat de werkloosheid kon worden opgelost door alle migranten terug te sturen. Daarna stookten ze voortdurend onrust over de moskeeën.”

Beeld Eric de Mildt

En hoe probeerde u die onrust aan te pakken?

“Ik ging met de mensen praten. Ik probeerde Marokkanen ervan te overtuigen om een andere plek te zoeken. Maar dat hielp allemaal niet. Het verzet bleef groeien, en er kwamen steeds meer moskeeën bij. Dat heeft het Vlaams Blok ongelofelijk uitgebuit. Wij probeerden het probleem te ordenen, zij bleven onrust creëren. En toen kwam het volgende thema: de veiligheid. En daar heeft uw krant een onvergeeflijke rol gespeeld.”

Wat heeft De Morgen toen verkeerd gedaan?

“Eind 1990 gebeurt er iets vreselijks. Na een moskeewandeling georganiseerd door het Vlaams Blok komt een wat oudere man onderweg naar huis twee Marokkaanse jongens tegen. Hij roept naar hen: ‘Uit mijne weg, makakken!’ Een van die jongens duwt de man, die valt met zijn hoofd tegen een vensterbank, en is meteen klinisch dood. Een drama, dat kunt u zich voorstellen. Op dat moment verneemt Frank Vandenbroucke, die toen mijn partijvoorzitter was, dat De Morgen een peiling wil organiseren in Antwerpen.”

Wat is er mis met een peiling?

(fel) “Uit die peiling bleek dat een op de drie Antwerpenaren van plan was om in november 1991 voor het Vlaams Blok te stemmen. Omdat ze de aanwezigheid van migranten beschouwden als een bedreiging voor hun persoonlijke veiligheid. Ik ben er zeker van dat die peiling mee heeft geleid tot Zwarte Zondag. Vandenbroucke en ik hebben Paul Goossens, die toen hoofdredacteur was, nog op andere gedachten proberen te brengen. Maar hij heeft die peiling toch gepubliceerd.”

Een hoofdredacteur moet toch niet naar politici luisteren. Goossens bewees daarmee dat hij een goede journalist was.

“Zoals Filip Dewinter altijd heeft bewezen dat hij een goed politicus is. Goossens zou van Dewinter een decoratie moeten krijgen, want hij heeft bijgedragen tot het succes van het Vlaams Blok. Ik heb in elk geval sindsdien nooit meer met Goossens gepraat. Die peiling had een enorme weerslag.”

Maar wat had Goossens moeten doen? De peiling achterhouden?

“Hij had ze na de verkiezingen kunnen publiceren, bijvoorbeeld. Door ze op voorhand te publiceren, wist hij dat die cijfers het Vlaams Blok in de kaart zouden spelen.”

U geeft nu de media de schuld. Maar is het niet veeleer de schuld van traditionele politici dat het Vlaams Blok ooit zo groot is kunnen worden?

“Nee. Dat is de schuld van niemand. Tegen xenofobie is geen kruid gewassen. Als u vindt dat vreemdelingen een probleem zijn, kan ik u niet van het tegendeel overtuigen. En je ziet het vandaag overal. We gaan zware jaren tegemoet op dat gebied. Daarom heb ik zoveel bewondering voor Angela Merkel. Ik ben geen fan van haar partij, want die is christelijk, maar zij vertoont socialistisch gedrag - het moet zijn dat het DDR-model nog altijd in haar doorwerkt. Het vergt veel moed om, zoals zij, tegen de stroom in te gaan.”

Maar nogmaals: heeft het beleid bij ons geen fouten gemaakt?

“Er is volgens mij een kapitale fout gemaakt. Herinner u het rapport van mevrouw Paula D'Hondt, die van 1989 tot 1993 koninklijk commissaris voor het Migrantenbeleid was. Zij had de oplossing gevonden: de sociale mix. (cynisch) Als we een sociale mix hadden, zouden al onze problemen opgelost zijn. Dat was totaal ondoordacht. En het heeft de problemen in de woonblokken van de sociale huisvesting alleen maar erger gemaakt.”

U hebt daar een paar jaar geleden een doctoraat over gemaakt. Het beleid in die blokken was volgens u een historische vergissing.

“Absoluut. In die woonblokken ontstond wat ik palier-racisme noem: racisme op de palier, de overloop. Als mensen met verschillende leefstijlen met elkaar samenwonen, creëert dat spanningen en ruzies. Streven naar een sociale mix was dus geen oplossing, het wakkerde het vuur nog aan. Mensen voelden zich vervreemd, ze hadden geen greep meer op hun omgeving. Als je in de sociale huisvesting rekening houdt met verschillende leefstijlen, zal dat de verdraagzaamheid bevorderen.”

Beeld Eric de Mildt

Welke leefstijlen zijn er zoal?

“Ik onderscheid er vier. De mensen die rustig willen wonen, vaak gepensioneerden. Sommige islamieten die liefst bij elkaar wonen. De mensen die begeleid moeten wonen, omdat ze zichzelf anders een beetje verwaarlozen. En tot slot de jongeren die kiezen voor een exotische leefstijl, die er geen probleem mee hebben om naast een Afrikaan te wonen. Dat veel jongeren dat oké vinden, is trouwens een hoopvol teken.”

Komt uw voorstel niet neer op gettovorming?

“Wie dat zegt, weet niet wat een getto is. In Antwerpen heeft niemand ooit aan een jood gezegd waar hij moest gaan wonen. Toch wonen de joden in dezelfde buurten. Dat heb ik altijd een goed model van inburgering en integratie gevonden. Mensen gaan spontaan bij elkaar in de buurt wonen, ze vormen als het ware socioculturele parochies. Als je dat ook in de sociale woningen toelaat, zou dat tot meer kalmte kunnen leiden.”

In 1993, toen u nog burgemeester was, werd Antwerpen culturele hoofdstad van Europa. Dacht u dat dat ging helpen tegen de opmars van extreemrechts?

“Dat was in elk geval de bedoeling. Eric Antonis, die ik aantrok als intendant, geloofde daar rotsvast in. Alleen waren we het niet eens over de invulling van het concept. Antonis was volgens mij veel te modernistisch. Hij wilde de jongeren aanspreken, maar dat waren niet de kiezers van het Vlaams Blok. Maar goed, Antonis was overtuigd van zijn zaak en ik geloofde hem. Ik dacht dat wij het imago van de stad konden oppoetsen.”

Dat heeft niet geholpen.

“Nee. En dat Léona Detiège mij opvolgde, met haar moederinstinct, hielp ook niet. Het Blok bleef groeien. En toen Patrick Janssens het probeerde, hielp dat ook niet. Het Blok bleef groeien.”

Janssens heeft het in 2006 wel gehaald tegen Filip Dewinter.

“Ja, maar Dewinter heeft toen nog meer stemmen gehaald dan in 2000. Janssens heeft het alleen gehaald omdat hij de liberalen en de groenen had leeggezogen.”

Dan moet u N-VA-voorzitter Bart De Wever dankbaar zijn, omdat hij in 2012 het Vlaams Belang wél heeft kunnen doen krimpen.

“En daarmee is alles opgelost? Dat zou mij verbazen. Ik heb jarenlang moeten luisteren naar mensen die voor het Vlaams Blok hadden gestemd. Ik kan u zeggen: die konden roepen en tieren, dat waren geen lieve jongens en meisjes, hoor. Nu liggen die in de korf van mijnheer De Wever en zouden dat ineens lammetjes geworden zijn? Die zijn nu ineens helemaal tevreden? Daar geloof ik niets van.”

Beeld Eric de Mildt

Hoe bedoelt u?

“Ik zal het zo zeggen: Vlaams Belang en N-VA, allen zijn gekomen uit één stam, die van de Volksunie. De muziek van De Wever is gelijkaardig aan die van Filip Dewinter, alleen wordt ze anders uitgevoerd. Ik denk dat dat een antwoord is op uw vraag.”

Bedoelt u dat de N-VA in feite een Vlaams Belang light is?

“Dat is een andere manier om het te formuleren.”

Welk gevoel overheerst vandaag bij u na al die jaren? Bent u boos op de kiezers die uw partij de rug hebben toegekeerd? Of begrijpt u hen ondertussen?

“Ik heb begrip voor het feit dat sommige mensen zich vervreemd hebben gevoeld in hun eigen buurt. Daarom ben ik zo overtuigd van het belang van die indeling naar leefstijl. Tegelijk ben ik ook ontgoocheld in veel kiezers van wie ik altijd heb gedacht dat dat onze mensen waren, echte socialisten. En wie het socialisme in zijn lijf heeft, stelt de mensen eerst. (fel) Of die mensen nu blank of zwart of bruin zijn, maakt geen verschil. Daarom moet een socialist zich altijd verzetten tegen xenofobie.”

Hoe zal de geschiedenis over u oordelen, denkt u?

“Ik zei u al dat ik mijn huiswerk heb gemaakt. (toont een boek) Dit is de biografie van Karel Van Miert, de beste voorzitter die mijn partij ooit heeft gehad. Hij wist in de jaren tachtig al dat de strijd tegen xenofobie en racisme de belangrijkste was die wij zouden moeten voeren. Hij vond dat iedereen met een greintje fatsoen zich moest verzetten. Ik lees een zin voor uit het boek: ‘En Van Miert sprak zijn steun uit voor Bob Cools, die volgens hem in moeilijke omstandigheden, en vaak alleen, zijn nek bleef uitsteken.’ (stil) Die passage heeft mij veel plezier gedaan.”

Beeld Eric de Mildt

Bob Cools

• Geboren op 27 april 1934 in Antwerpen.

• Socialistisch volksvertegenwoordiger van 1974 tot 1983.

• Schepen (‘71-’82), burgemeester (‘82-’94) en OCMW-voorzitter (‘94-’01) van Antwerpen.

• Promoveerde in 2005 tot doctor in de sociale wetenschappen aan de VUB.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234