M-Decreet

300 nieuwe leraren voor M-decreet

Onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) maakt extra 15,2 miljoen euro per jaar vrij

1 Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). ©Bas Bogaerts

Er komt extra geld voor het M-decreet. Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) voorziet vanaf 1 september jaarlijks 15,2 miljoen euro extra. Zo’n driehonderd nieuwe leerkrachten zullen vooral leerlingen met gedragsstoornissen en kleuters met het syndroom van Down moeten helpen.

Share

"Het M-decreet is, in tegenstelling tot wat soms wordt geopperd, geen besparingsoperatie"

Hilde Crevits, Vlaams minister van Onderwijs (CD&V)

“Een onhoudbare situatie.” Tot die conclusie kwamen de onderwijskoepels eind vorig jaar. Zowel Katholiek Onderwijs Vlaanderen als het Gemeenschapsonderwijs (GO!) vroegen extra middelen voor kinderen met een beperking die zich mogen inschrijven in het regulier onderwijs. Vandaag gaat minister Crevits hierop in. Bij de begrotingsonderhandelingen heeft de Vlaamse regering beslist om elk jaar opnieuw zo’n 15 miljoen euro extra te voorzien. “Het M-decreet is dus, in tegenstelling tot wat soms wordt geopperd, geen besparingsoperatie”, zegt Crevits.

Met de financiële injectie komt er plaats voor driehonderd nieuwe leerkrachten. Concreet betekent het dat er vanaf 1 september samen 107,4 miljoen euro wordt voorzien voor de begeleiding en uitvoering van het M-decreet, een stijging met 29,3 procent. Zo komt er naast het extra budget ook meer geld voor de waarborgregeling. In totaal waagden de afgelopen jaren 4.000 leerlingen de overstap vanuit het buitengewoon onderwijs. Het personeel dat daardoor vrijkomt, biedt door de regeling ondersteuning in de reguliere scholen. Vanaf 1 september kan het regulier onderwijs daardoor op 9,2 miljoen euro extra rekenen.

“Het geld moet de leerkrachten rechtstreeks ten goede komen”, zegt Crevits. “Elke euro moet in de klas terechtkomen. Er moesten extra middelen komen om het M-decreet perspectief te geven. Geen enkele school mag vanaf 1 september nog het gevoel hebben dat ze nergens hulp kan vragen. Twee groepen kinderen kregen tot nu bijvoorbeeld geen ondersteuning: de leerlingen met vrij zware gedragsproblemen en kleuters met het syndroom van Down. Daar komt verandering in.”

Alle middelen zullen worden ondergebracht in regionale ondersteuningsnetwerken. In dit nieuwe model moeten scholen onderling samenwerken, maar ook overleggen met de ouders, de Centra voor Leerlingenbegeleiding en het buitengewoon onderwijs. Zo zal worden gekeken waar de noden hoog zijn en welke leerlingen welke zorg kunnen gebruiken. De Vlaamse Onderwijsraad, waarin ook de koepels zijn vertegenwoordigd, oordeelde hierover in februari voorzichtig positief, maar stelde dat de invoering moest worden uitgesteld zodat alle betrokkenen op de hoogte konden worden gebracht.

Kort dag

Crevits ijvert toch voor een invoering op 1 september en vraagt dat de scholen zich tegen eind juni in netwerken verenigen. Het GO! heeft hier moeite mee, zo stelt topvrouw Raymonda Verdyck. “We zijn natuurlijk blij met het extra geld, maar het is wel ongelooflijk kort dag. Onze scholen moeten hierop worden voorbereid en we zitten al bijna aan het einde van het schooljaar. We zullen alle zeilen bijzetten, maar we moeten ons in amper twee maanden tijd organiseren.”

Katholiek Onderwijs Vlaanderen laat juist haar verzet varen en stelt dat de stilstand is doorbroken. “We kunnen dit alleen maar toejuichen”, zegt Jan Schokkaert, directeur van de Dienst Lerenden. “We drongen hier al langer op aan en nu is het eindelijk zover. Natuurlijk gaat het met dit bedrag niet mogelijk zijn om overal te doen aan co-teaching en twee leraren voor de klas te zetten. Wel kunnen we kortere trajecten opzetten. Of dit bedrag voldoende is weten we niet, maar het zal wel een verschil maken.”

Onderwijskoepels reageren gematigd positief

"In principe is het altijd positief als er extra geld wordt uitgetrokken om een probleem te verhelpen, maar of het genoeg geld is, dat zal in de praktijk moeten blijken. The proof of the pudding is in the eating, zoals de Engelsen zeggen", reageert Koen Van Kerkhoven, secretaris-generaal van de christelijke onderwijscentrale COC.

Share

'Hoe de leraren precies zullen worden ingeschakeld is nog niet duidelijk'

Marianne Coopman, algemeen secretaris van het Christelijk Onderwijzersverbond (COV)

"De toestand is op dit ogenblik hoe dan ook problematisch, dat hebben we al vaker aangekaart. Maar de vraag is nu of die bijkomende middelen veel gaan verhelpen. Veel zal ook afhangen van hoe de instroom van kinderen met beperkingen in het gewone onderwijs zal evolueren in de toekomst. Ook op dat vlak is opvolging nodig", aldus Van Kerkhoven.

Volgens Marianne Coopman, algemeen secretaris van het Christelijk Onderwijzersverbond (COV) is het nog afwachten hoe de driehonderd leraren gaan verdeeld worden over alle scholen en netten. "Ook hoe ze precies zullen worden ingeschakeld is nog niet duidelijk." Volgens Coopman blijft zeker in het buitengewoon onderwijs nog heel wat ongerustheid heersen met het oog op het volgende schooljaar.

"Dat door de extra input van 15,2 miljoen het budget voor volgend schooljaar met 30 procent zal stijgen is een feit", reageert Marnix Heyndrickx, voorzitter van VSOA Onderwijs. "Niettemin stellen wij ons de vraag of dit voldoende zal zijn."