review

Tutti Fratelli's schurende stem krabt aan je ziel

De Driestuiversopera van Tutti Fratelli

1 Archieffoto. Reinhilde Decleir en haar gezelschap 'Tutti Fratelli'. © Bas Bogaerts

Tien jaar na de start van haar sociaal-artistieke project Tutti Fratelli kiest Reinhilde Decleir opnieuw voor De Driestuiversopera. Het resultaat: koude rillingen, tranen in de ogen.

Toen Bertolt Brecht en Kurt Weill hun Driestuiversopera schreven in 1928, wilden zij niet meer of niet minder dan een "nieuwe vorm van muziektheater" ontwikkelen. Of dat geslaagd is, zal een eindeloze discussie blijven. Maar het succes was gigantisch en de uitvoeringsmogelijkheden - van opera tot popconcert - bleken haast onbeperkt. De opera was tien jaar geleden de openingsproductie van Tutti Fratelli, het sociaal-artistieke project van Reinhilde Decleir. Voor hun jubileum in de nieuwe Antwerpse Elisabethzaal drong een herneming zich op.

Is De Driestuiversopera werkelijk een sociaal-artistiek werk? Zeker niet uitsluitend. Het oorspronkelijke opzet was ook commercieel. Maar dat hij voor een sociaal-artistieke aanpak geschikt is, heeft Reinhilde Decleir nu afdoende bewezen.

De hoekige muziek, het tegelijk cynische en ontroerende verhaal, de gebroken personages: dat alles is als het ware een afspiegeling van armoede en ongelijkheid. Schurende stemmen krabben aan je ziel. Een al te groot gebaar getuigt van breekbaarheid. Dansjes zorgen voor groepsgevoel en spel laat ruimte voor individualiteit, ook als die niet van burgerlijk-psychologische aard is. Dat iemands zwakte in zo'n voorstelling even belangrijk is als zijn of haar sterkte: dat is een levensles.

Mysterieus fenomeen

Niets is af aan deze voorstelling en net dat is haar kracht. Elke afwijking van de norm - zogenaamd 'mekkervibrato', onzekere intonatie, geschmier, onhandigheid, noem maar op - wordt omgebogen naar een karaktertrek van het personage. Dat alle medewerkers de kans krijgen (of gedwongen worden?) boven zichzelf uit te stijgen, maakt dat je zelfs van iets wat je normaal als sentimentaliteit zou afbranden, koude rillingen of tranen in je ogen kunt krijgen. Een mysterieus maar ongemeen overtuigend fenomeen.

De eerste horde van het sociaal-artistieke werk, de empowerment van de deelnemers, is daarmee in elk geval met vlag en wimpel gehaald. Maar de laatste toetssteen blijft natuurlijk het effect op het publiek. Hebben zij dit signaal gevoeld? Of geldt nog altijd wat Canetti na de eerste voorstelling in 1930 schreef: "De mensen bejubelden zichzelf en voelden zich goed. Eerst kwam hun vreten en dan kwam hun moraal. Niemand van hen had het beter kunnen zeggen." Je kunt alleen maar hopen dat hij ongelijk had, maar de tijden zijn er niet naar.

Nog voorstellingen in het najaar in Oostende, Antwerpen en Gent.

cult