Recensie

Opera 'Trompe-la-Mort': Haat doet leven

Guy Cassiers scoort in Parijs met opera 'Trompe-la-Mort'

2 ©AFP

Hoe concentreer je een gigantisch tafereel als La comédie humaine van Balzac met al zijn kleurschakeringen in een opera van twee uur? Door te werken zoals Balzac: met contrasten en nuances, sprongen en stilstand, licht en duister, een lach en een traan. In Parijs – het hol van de leeuw! – zijn Luca Francesconi en Guy Cassiers met Trompe-la-Mort grotendeels geslaagd in de opdracht.

Het vraagt puzzelwerk, zo’n grote onderneming met twaalf personages, veertig scènes en miljoenen videopixels. En het vereist vooral een compromisloze intellectuele gestrengheid. De partituur moet ervoor zorgen dat het tempo van de afwisseling van gevoelens in het publiek resoneert. Op het toneel moeten beeld, blik, gebaar, licht en kleur dat verloop perfect ondersteunen. 

Dat geldt natuurlijk voor nagenoeg elke opera, maar met een complex gegeven als dit en een zo rijk flonkerende partituur als die van Francesconi is de opdracht nog heikeler dan pakweg bij La traviata. Het wonder bij deze voorstelling is dat op die uitdaging – op enkele momenten waar de aandacht verslapt na – een perfect antwoord wordt gegeven. 

Burleske komedie of mateloze charge breken op het juiste moment het cynisme van het hoofdpersonage Trompe-la-Mort of de romantische dwaasheid van Lucien en Esther. Kleurrijke koorscènes staan tegenover duistere tweegesprekken. Voorts schept het steeds weerkerende gesprek tussen Lucien en Herrera, dat herinnert aan de dialogen tussen Faust en Mefisto, orde en logica in het complexe verhaal. Dat alles is hoogst artificieel, maar precies die kunstmatigheid maakt dat het stuk zowel inhoudelijk als vormelijk transparant blijft. Ongetwijfeld: een titanenwerk.

De poging van Fracesconi en Cassiers om Balzacs pandemonium een hedendaagse politieke betekenis te geven is minder vanzelfsprekend. Vormelijke verwijzingen naar economische wetmatigheden of naar de corruptie van het gerecht worden niet echt geïntegreerd in het verhaal en zelfs de apologie van de amoraliteit die de protagonist op het einde debiteert - “Haat doet leven!” - lijkt een beetje dubbelop. Maar dat doet maar weinig af aan de diepe indruk, die de voorstelling maakt.

©AFP

Die indruk komt ook en vooral uit de partituur en uit de manier waarop dirigente Susanna Mälkki die weergeeft: met precisie, uiteraard, maar ook met een onwaarschijnlijk rijk palet aan kleur- en intensiteitnuances, en met een fijn gevoel voor het evenwicht tussen agressiviteit, schoonheid en mededogen. Je zou gedacht hebben dat Laurent Naouri in de titelrol het plateau vocaal zou domineren, en dat lijkt op vele momenten ook zo. Maar uiteindelijk is het Julie Fuchs die als Esther – omringd door een hemel vol gloeilampen – de harten van het publiek steelt. Tot aan haar dood, waarna haar ziel als een wit lijkenhemd ten hemel stijgt en neerkijkt op het Parijs van Balzac.

Niet toevallig was het applaus en bravogeroep op de première onverdeeld – in Parijs eerder een zeldzaamheid.

Nog tot 5/4 in Palais Garnier, Parijs. operadeparis.fr

nieuws