REVIEW

“Drie zusters”: Drie uur toptheater

1 'Drie zusters' van Theater Zuidpool. © Kurt Van der Elst

Producties van theater Zuidpool worden steevast “eigenzinnig” genoemd. In een landschap dat vooral inzet op herinterpretatie, gaat ook hun ogenschijnlijk klassieke Drie zusters tegen de stroom in. Maar met welke kwaliteit!

Anton Tsjechovs conversatiestuk Drie zusters is de oervorm van het twintigste-eeuwse ‘moderne’ theater. Het toont geen grote tegenstellingen, het verrast niet met onverwachte wendingen, het gaat niet naar een oplossing toe. Het kent ook geen helden. Geprivilegieerde mensen praten met en naast elkaar, zonder dat hun dialogen een doel hebben. De sociale realiteit is op de achtergrond aanwezig maar breekt slechts enkele keren in het gebeuren in. En toch zweven er boven het gebabbel existentiële vragen.

Share

De hele tekst, dat betekent meer dan drie uur theater dat constant aandacht vereist. Het is spijtig dat dit voor een gedeelte van het publiek een te grote eis is geworden

Zonder dat gebabbel bestaat dit stuk niet. Er zijn pogingen geweest om de tekst te transformeren – de meest geslaagde was wellicht de opera Tri sestri van de Hongaarse componist Peter Eötvös uit 1998 – maar uiteindelijk ontstaat alleen uit het ritme van de tekst de betekenis ervan. Dat hebben de makers van Zuidpool goed begrepen.

En dus zien we een eenvoudig, traditioneel maar efficiënt decor: twee canapés, een tafel, wat stoelen, lampen, tapijten, enkele schotten en kamerschermen die in- en uitgangen mogelijk maken. Daarin worden de karakters – vooral bij de vrouwelijke hoofdrolspeelsters – met precisie en zonder overdrijving gediversifieerd. De vele acteurs kunnen rondfladderen, zich neervlijen, oreren of zich opwinden. En dat doen ze met overtuiging, engagement en speelplezier, maar ook in de hand gehouden door een strak geregisseerd ritme. Hier en daar wordt dat onderstreept met een discreet geluidsdecor en enkele keren breekt er muziek met meer kracht binnen. Twee liedjes begeleiden de zinloosheid van het bestaan: ‘Een vrolijk lentelied’ van Jan De Wilde en het kinderliedje ‘Zeg ken jij de mosselman’.

Vederlichte leegte

Terwijl de eerste twee bedrijven voor de pauze vooral die vederlichte leegte – het vage verlangen naar Moskou en “een betere wereld” – uitdrukken, zijn de laatste twee contrastrijker. In het derde worden de zusterlijke gevoelens op de spits gedreven: wanhoop blijkt heel dicht te liggen bij de slappe lach. Precies dat toont de sterkte aan van deze interpretatie, die niet in melancholie en evenmin in de ironische of zelfs groteske uitvergroting van recentere opvoeringen vervalt maar beide elementen tot een ragfijn vlechtwerk verenigt. Voor het laatste bedrijf wordt het huis afgebroken en worden de tapijten opgerold. Voor een waaiend achterdoek, dat het briesje in de tuin suggereert, komen het verlies en de dood naar binnen. En daarmee wordt heel de opvoering één subtiele ontkenning van de dromen van de drie zusters. Nee, binnen tweehonderd jaar wordt het niet beter. Nee, we gaan nooit naar Moskou.

De hele tekst, dat betekent meer dan drie uur theater dat constant aandacht vereist. Het is spijtig dat dit voor een gedeelte van het publiek een te grote eis is geworden. Velen verlaten in de pauze de zaal en missen zo de sterkste momenten van de avond. Deze opvoering is namelijk een leerschool die aantoont dat bescheidenheid en respect soms tot sterkere resultaten leiden dan, nou ja, Moskou.

Tot 10 maart op tournee.

nieuws

cult

zine