Muziektheater

Drie keer de driehoek

‘Menuet’ van Daan Janssens door LOD op het festival Opera 21

De roman Menuet van Louis Paul Boon is niet alleen door zijn titel een muzikaal werk. Ook de vorm ervan ademt muziek en dans. De vertaling van Daan Janssens en Fabrice Murgia naar het muziektheater volgt die adem getrouw en subtiel.

2 'Menuet' van Farbrice Murgia en Daan Janssens © Kurt Van Der Elst
Share

Het mooie aan het werk van Janssens en Murgia is dat ze allebei op hun eigen manier die perspectieven hebben uitgelicht

Het verhaal is eenvoudig: een man begeert een jong meisje en zijn vrouw krijgt een kind van zijn broer. De erotische symboliek is zo mogelijk nog banaler: de man werkt in een vrieskelder en knipt als tijdverdrijf gruwelijke fait divers uit kranten; de vrouw is altijd bezig met een ‘handel in kinderkleren’; het meisje ‘ontluikt’ en verleidt à la Lolita. Bijzonder is vooral de vorm: het verhaal wordt – zowel bij Boon als in deze voorstelling – drie keer verteld, telkens vanuit het perspectief van een van de hoofdpersonages. Het mooie aan het werk van Janssens en Murgia is dat ze allebei op hun eigen manier die perspectieven hebben uitgelicht. 

Op het toneel zien we drie keer na elkaar hetzelfde gebeuren maar telkens met allerlei detailverschillen, niet alleen in de vertelling maar ook letterlijk in de hoek waaruit we ernaar kijken. Het eerste verhaal, dat van de man (“De ijskelder”), is het uitvoerigst maar, zo blijkt achteraf, ook het meest gekleurd door zelfrechtvaardiging. Dat van het meisje (“Mijn planeet”) lijkt het eerlijkst: over haar ontluikende lichaam maar ook over de karakters van het echtpaar. Of is zij even manipulatief? Dat van de vrouw ten slotte (“Het eiland”) lijkt de feitelijke waarheid en dus de ontknoping te brengen maar gaat gebukt onder een door kerk en samenleving onderdrukte seksualiteit. 

Ander facet

2 'Menuet' van Fabrice Murgia © Kurt Van Der Elst

Fabrice Murgia geeft al die aspecten heel behoedzaam en respectvol weer door onze blik via een efficiënt en mooi decor en een uitgekiend gebruik van video telkens weer op een ander facet van dezelfde driehoek te richten. Daan Janssens doet in zijn partituur iets vergelijkbaars: in de drie delen keren essentiële fragmenten weer maar met een subtiel veranderde kleur of harmonie: een ander instrument, een toegevoegde noot, een verschoven akkoord. Hij schrijft zeer effectvol, soms op het precieuze af, voor bepaalde instrumenten (de contrafagot!), zodat het instrumentale ensemble (het uitstekende Spectra o.l.v. Filip Rathé) flonkert als een juwelenkistje. 

Dat heeft een keerzijde: wat rauwheid hier en daar had niet misstaan. Veel minder interessant is helaas zijn schriftuur voor de stem: de soms erg lange recieten missen wendbaarheid, zodat ze snel vervelen. Je bent blij dat er af en toe gesproken wordt, ook al is de uitspraak van het Duits (want eigenaardig genoeg wordt Boon in die taal gesproken en gezongen) niet altijd even perfect. Van de drie zangers overtuigt Raimund Nolte (de man) vocaal het meest maar Cécile Granger (het meisje) en Tineke Van Ingelgem (de vrouw) zijn sterkere persoonlijkheden op het toneel.

Nog op 26 en 27 april in de Opera in Gent en van 14 tot 17 februari 2018 in het Théâtre National in Brussel.