Opera

De Munt houdt Aida sober

2 De Griekse regisseur Stathis Livathinos maakte een overtuigende versie van 'Aida' ©rv Forster

Van alle opera’s is Aida er een die de allermeeste historische ballast meesleept. Stathis Livathinos houdt het – voor de laatste productie van De Munt in het Muntpaleis – sober en maakt er een klassieke tragedie met expressionistische trekjes van.

Kamelen, olifanten, tweedimensionaal marcherende figuranten in faraonische kledij, trompetgeschetter en wapengekletter: Verdi’s Aida is de laatste anderhalve eeuw niets bespaard gebleven. Nochtans kijk je voor het grootste deel van de avond naar een kamerstuk over een driehoeksverhouding.

Share

Er is geen triomfmars te zien, nochtans het pièce de résistance waar een deel van het publiek naar verlangt

Een kamer is er bij de Griekse regisseur Stathis Livathinos niet te zien. Zijn decorbouwer Alexander Polzin heeft een barre ruimte ontworpen, een vormeloze rots waarboven een vierkant betonblok met een gat erin zweeft. Zijn imaginaire Egypte is een woestijn, letterlijk maar ook figuurlijk: een verdorde, decadente, hypocriete, religieus-fascistische maatschappij die met overtuiging “Dood aan de vreemdeling!” roept.

Evenmin is er, nadat de vreemdeling dood en verslagen is, een triomfmars te zien, nochtans het pièce de résistance waar een deel van het publiek naar verlangt. Behalve enkele drollige soldaten in een karikaturale paradepas zien we alleen de toeschouwers, die zich over de onzichtbaar voorbijtrekkende regimenten (en kamelen) verkneukelen. O ja, en daarna volgen met minimale trippelpasjes – wel zichtbaar! – de buitgemaakte slavinnen.

Wat we wel zien, zijn priesters met jakhalsmaskers, vrouwen met vogelbekken, een farao als een valk. Anubis, Horus en hun gevolg zijn zowat de enige verwijzingen naar het oude Egypte. De hogepriester Ramfis heeft een takkenarm die zich als de poten van een spin rond zijn slachtoffers kan krullen – meer een beeld uit een nachtmerrie dan uit de mythologie.

Kitschelementen

©rv Forster

En de driehoeksverhouding? De protagonisten – Radamès, Amneris en Aida met haar vader Amonasro – zijn de enigen die als normale mensen geportretteerd zijn. Livathinos heeft hen een uitvergrotende, expressionistische acteerstijl aangemeten, die hand in hand lijkt te gaan met Verdi’s overgrote gevoelens. Dat is nochtans, samen met enkele overbodige kitschelementen, de enige vergissing in de dramaturgie: de liefdes- en jaloeziescènes in Aida maken veel meer effect als ze zo intiem mogelijk worden gespeeld. Alleen dan leveren zij het gewenste contrast met de wreedheid van de koren en alleen dan weerspiegelen zij adequaat het kamermuzikale karakter van Verdi’s orkestratie.

Muziekdirecteur Alain Antinoglu heeft dat wel begrepen en brengt een uiterst verfijnde lezing van die delen van de partituur. Maar ook wanneer eer kracht wordt verlangt, weet hij die juist te doseren. Het enige wat hij mist, is de durf om ook eens een lelijk moment in te bouwen - je mag vermoeden dat het gekrijs van de slavinnen een idee van de regisseur was. Verdi heeft er nochtans enkele geschreven.

Het uitstekende zangensemble wordt gedomineerd door de Afro-Amerikaanse sopraan Adina Aaron als Aida. Naast haar klinken de nochtans ook zeer adequate Nora Gubisch als Amneris en in nog grotere mate Andrea Caré als Radamès stilistisch bijna verouderd. Ook vocaal geldt in deze opera vaak: less is more.

Tot 4/6 in het Muntpaleis op Tour & Taxis. demunt.be

zine