Theaterrecensie

De moeder van alle miserie

'Nachtelijk symposium' door Mesut Arslan bij KVS

Eric De Volder schilderde bij leven Vlaamse kleinburgerlijke ellende in de schrilste kleuren. 'Expressionistisch' schiet er als woord nog te kort voor. Zeven jaar na zijn dood toont Mesut Arslans regie van Nachtelijk symposium (1994) dat De Volders teksten ook zonder dat geweld nog staan als een huis.

1 © RV/Danny Willems

In Nachtelijk symposium fantaseert een moeder met haar zonen een nacht lang, in een alcoholische roes, over de moord op de almachtige, afwezige vader. Het eindigt met een kater. Ook figuurlijk. De volgende dag blijkt de vader failliet. Hij laat het gezin berooid achter.

De bedompte lucht van kleinsteeds Vlaanderen walmt uit de bladzijden op. De personages hebben nauwelijks woorden voor hun miserie. “Hoe is’t? Goed, goed, goed, goed!” “Wat is’t? Niks, niks, niks!” Met die drie keer niks houden ze het deksel op de beerput van hun frustraties. Alsof ze niet durven spreken, uit schrik voor de gevolgen.

De verleiding moet groot zijn om dit stuk in de stijl van De Volder te regisseren: vol overdrijving, vettig, kleurig, als een karikatuur van het echte leven. Regisseur Mesut Arslan doet het andersom. Hij abstraheert de plot tot het uiterste.

Tollen en gladiatoren

Dat begint al met het decor: een reusachtige houten kuip, als een arena. De rand ervan komt tot op borsthoogte van het publiek dat er zich rond verzamelt. Het is een objet trouvé. Kunstenaar Lawrence Malstaf bedacht deze ‘Tollenarena’ in 2006 voor het Leuvense Artefact festival. Reuzentollen draaien rond in deze kuip, als gladiatoren in een onvoorspelbaar gevecht.

Die tollen zwermen ook hier weer rond, als lastige gedachten en knagende twijfels die de personages beletten om te bewegen, of ze zelfs levensgevaarlijk bedreigen. Daarom dragen alle spelers overalls met plastic beschermplaten. Enkel Bernard Van Eeghem, in een viervoudige rol als bediende, “bobonne”, gerechtsdeurwaarder en vader draagt een pak. Hij is immers, in elke rol, de buitenstaander. De enige die zich enigszins gedraagt en buiten de strijd blijft.

Share

Zonder huiskameranekdotiek, in de bizarre context van een arena, komt het stuk ongemeen sterk binnen

Want ook de acteurs handelen als gladiatoren. Ze spelen spelletjes op leven en dood. Voortdurend spiedend naar een zwakte in het pantser van de ander om er genadeloos hun kleine, venijnige, eindeloos herhaalde woordjes in te planten. Ina Geerts, als moeder Adrienne, doet koosnaampjes voor haar zonen zelfs klinken als de ultieme kleinering. Een blik en een intonatie die doden. Zonder veel woorden. Want die maken kwetsbaar.

Zonder huiskameranekdotiek, in de bizarre context van een arena, komt het stuk ongemeen sterk binnen. Adrienne is in Geerts’ vertolking niet langer een hysterisch stuk ongeluk waar je deernis voor voelt. Feilloos stuurt ze het spel waarin de anderen elkaar afmatten tot zij de orde herstelt. Alsof ze het al eeuwen deed. Net als de rest van de cast: sarren en kwellen lijkt in hun diepste vezels te zitten.

Nachtelijk symposium van Mesut Arslan vertelt daardoor geen verhaal meer. Het stuk toont de mechaniek van een disfunctioneel gezin: hoe mensen, als de omstandigheden er hen toe dwingen, vastlopen in een genadeloze, uitzichtloze, eeuwige strijd. Een verhaal zo oud als de Mensheid zelf.

Nog tot 26 april in KVS Box. kvs.be