Recensie

'Poquelin II': De satire van Stan

STAN buigt zich (samen met Olympique Dramatique) opnieuw over Molière

2 Poquelin II (STAN/Olympique Dramatique) © Kurt Van der Elst

In Poquelin II meet Stan zich andermaal met het oeuvre van Molière. Twee van zijn bekendste stukken, L’avare en Le bourgeois Gentilhomme, krijgen de Stan-behandeling. De cast is niet dezelfde als die van de succesproductie Poquelin I (2003), maar het resultaat is even hilarisch en respectloos.

Molière werd geboren als Jean-Baptiste Poquelin. Als acteur en auteur maakte hij de komedie in het 17e-eeuwse Frankrijk salonfähig, ondanks zijn genadeloze satire. L’ avare (De Vrek) portretteert een man die zijn kinderen omwille van zijn hebzucht misbruikt. De wrijving stijgt ten top als hij wil trouwen met het liefje van zijn zoon en zijn dochter wil uithuwelijken aan een oude rijkaard. Door een onwaarschijnlijke plotwending komt alles toch terecht.

Le bourgeois gentilhomme (De parvenu) is net zo onwaarschijnlijk. Een graaf troggelt de rijke burger Jourdain bakken geld af om indruk te maken op een markiezin. Hij doet Jourdain daartoe geloven dat de markiezin op hem verliefd is. Jourdain gaat zo wild fantaseren over een adellijk bestaan. Ook hier saboteren de vaderlijke ambities de liefdesplannen van zijn dochter.

Share

Stan verplaatst ons naar het rumoerige theater van de 17de eeuw, toen acteurs niet op een overdrijving meer of minder keken, tot jolijt van het publiek

Het zijn wrange komedies. De vrek en de ijdeltuit staan voor twee hoofdzonden. Een moderne lezing, waarin hoofdzonden neuroses worden is dan snel bedacht. Zo speelt men de stukken vaak. Dat is aan Stan niet besteed. Ze houden vast aan de klucht als een scherpe zedenschets, een vrijpostige sociologische observatie. Onversneden satire.

Idiotenspel

Ze volgen Molière volop in zijn groteske overdrijvingen. Bij Molière liggen de kaarten meteen op tafel: de vrek denkt alleen aan geld, de parvenu alleen aan prestige. De plot draait er dan om hoe ze op hun nummer gezet worden. Het leven als een absurd spel, gespeeld door idioten.

Zo gaan de acteursremmen los. Stan verplaatst ons naar het rumoerige theater van de 17de eeuw, toen acteurs niet op een overdrijving meer of minder keken, tot jolijt van het publiek. Zo ook hier: de actie speelt zich af op en rond een gammel schavot vooraan in de zaal, voor het brandgordijn. De spelers mengen zich voortdurend met het publiek als ze erop en eraf klimmen. Kijkers zijn ook de eerste gesprekspartner als het fout gaat. En dat is voortdurend zo.

Zeker omdat de bezetting te klein is. Stan, hier vertegenwoordigd door Damiaan De Schrijver, Jolente De Keersmaeker en Frank Vercruyssen, nodigden Kuno Bakker, Els Dottermans, Willy Thomas en Stijn Van Opstal uit als gastacteurs. Maar die zeven moeten in elk stuk wel vijftien rollen spelen. Dottermans is in Le bourgeois gentilhomme zowel mevrouw Jourdain als zijn dochter. Verwarring troef dus als ze samen een scène hebben. Het spel zelf ontaardt zo in een klucht. Het nadeel als voordeel.

Na L’ avare gaat het brandgordijn wel omhoog. Op het 'echte' podium hangen de kroonluchters en staan de zetels die in 2003 het decor vormden van Poquelin I. Maar deze nieuwe editie bewijst het origineel eer: de vitale en respectloze energie is ongebroken.

2 Poquelin II (STAN/Olympique Dramatique) © Kurt Van der Elst

Tot 22 december op tournee.