Recensie

'Obsession' van Toneelgroep Amsterdam: Schoonheid kan ook in de weg staan

Jude Law schittert in nieuwe Ivo van Hove-voorstelling, maar routine ligt op de loer

2 Jude Law en Halina Reijn in 'Obsession' (Ivo van Hove/Toneelgroep Amsterdam). ©Jan Versweyveld

Ivo van Hove en Toneelgroep Amsterdam slaan de handen in elkaar met Hollywoodster Jude Law om Luchino Visconti’s Obsession naar het podium te brengen. De Amerikaanse acteur legt veel passie en tragiek in een voorstelling die misschien wel té mooi aangekleed is.

Het rijtje Hollywoodsterren dat Tinseltown even achterlaat om met Toneelgroep Amsterdam-regisseur Ivo van Hove samen te werken, blijft aandikken. Volgend seizoen laat de theatermaker uit Heist-op-den-Berg Cate Blanchett opdraven in All About Eve en Bryan Cranston in Network, en eerder regisseerde hij al Juliette Binoche (in het magistrale Antigone), Mark Strong (A View from the Bridge) en Michael C. Hall (in Lazarus, van een zekere David Bowie).

Share

Het voelt niet lekker als een stuk met zo’n lelijke thematiek zo esthetisch wordt voorgesteld

Nu is Jude Law aan de beurt. Hij speelt de mannelijke hoofdrol in Obsession, een bewerking van Luchino Visconti’s neorealistische filmklassieker Ossessione, uit 1943. Law speelt Gino, een vlotte landloper die wordt begeleid door een mondharmonicadeuntje dat zowel uit een spaghettiwestern van Sergio Leone als uit een vroege ballad van Tom Waits zou kunnen komen. De melodie is dreigend en weemoedig tegelijk: een voorbode van de spanning en het drama dat hij met zich meezeult wanneer hij op een dag de taverne van de zelfingenomen Joseph (Gijs Scholten van Aschat) en zijn jongere vrouw, de mooie maar verveelde Hanna (Halina Reijn), binnenstruikelt. De vonken tussen Gino en Hanna slaan meteen over: het duurt geen tien minuten vooraleer Law en Reijn over de grond rollen. Maar de twee hebben andere prioriteiten – zij wil haar financiële zekerheid niet opgeven, hij kan het leven op de weg niet achter zich laten.

Obsession (of The Postman Always Rings Twice, zoals de echte brontekst van romancier James M. Cain heet) is een verhaal van eigengereide personages die zichzelf, vaak tegen beter weten in, de knoei in werken. Het heeft bijna iets van een Griekse tragedie, en van Hove speelt dat slim uit. Hij kiest voor een sobere vertelling, maar benadrukt de blinde vergissingen van Gino en Hanna door enkele scènes spectaculair in te kleden, zoals alleen hij dat kan. De motor als moordmachine is geen nieuw idee, maar de manier waarop van Hove en zijn vaste scenograaf Jan Versweyveld het kantelpunt van de voorstelling uitbeelden, is niet minder dan indrukwekkend.

Achilleshiel

Maar ironisch genoeg is de scenografie ook de achilleshiel van Obsession. Waar Visconti zijn film inkleedde met grauwheid en ellende, kiest Ivo van Hove voor een meer uitgepuurde, esthetischere benadering, wars van een specifieke plaats of een specifiek tijdsgewricht, soms op het abstracte af. De scène is grotendeels leeg, op de hierboven vernoemde motor en een aftandse waterkuip na. De taverne wordt uitgebeeld door een kale toog.

Halina Reijn, Gijs Scholten van Aschat en Jude Law in 'Obsession'. ©Jan Versweyveld

Het levert mooie beelden op, maar het creëert ook een nodeloze afstand voor het publiek, zeker in grote zalen als de Amsterdamse Carré. En bovendien strookt het niet met de toon van het stuk: Obsession gaat over egoïsme, over zelfingenomheid, over passie van het lelijkste soort. Het voelt niet lekker als een stuk met zo’n lelijke thematiek zo esthetisch wordt voorgesteld. Van Hove wil de scène ontdoen van zo veel mogelijk ballast, om de psychologie en de emoties van zijn personages op de voorgrond te plaatsen. Maar daarmee holt hij het drama ook een beetje uit, en krijg je soms het gevoel dat je naar een stijloefening kijkt – zeker wanneer een vrijscène wordt voorzien van slow-motion-videomateriaal.

Share

Jude Law slaagt erin om de toeschouwers in de voorstelling te trekken wanneer de afstandelijke regie hen dreigt weg te duwen

Obsession steunt daardoor voor een erg groot deel op de cast, die volledig in het Engels acteert. Naast Law, Reijn en Scholten van Aschat staan ook de Amerikaan Chukwudi Iwuji, de Britse Aysha Kala en Toneelgroep Amsterdam-lid Robert De Hoog op het podium, maar het is het toptrio dat de voorstelling draagt. Een rol als Hanna is door de jaren heen met Reijn vergroeid – hartstochtelijk, ietwat ijdel, een vrouw die verlangt en verlangd wordt. De Nederlandse actrice speelt al jaren hoofdrollen in van Hoves producties, en haar acteerstijl sluit dan ook nauw aan bij het theater dat de Belg brengt: ze is niet bang van groot drama, maar tegelijk diept ze haar personage subtiel uit.

Routine

Scholten van Aschat moet dan weer aan de slag met een meer ondankbare rol, maar hij overstijgt het pompeuze karakter van Joseph en weet zelfs een zeker medelijden op te wekken. Maar het is, zoals enigszins te verwachten viel, Jude Law die de show steelt. Hij speelt Gino als was het een synthese van de personages die we hem zo graag op het grote scherm zien vertolken: aantrekkelijk en arrogant, maar ook zwak en slijmerig. Het zegt wat over zijn talent dat hij die verschillende eigenschappen naadloos in één prestatie kan gieten, en dat hij een erg theatrale vertolking toch geloofwaardig weet te brengen. Obsession hangt voor een groot deel van Law af, en hij slaagt erin om de toeschouwers in de voorstelling te trekken wanneer de afstandelijke regie hen dreigt weg te duwen.

Je kan je na een uur en vijftig minuten dan ook niet van de indruk ontdoen dat Obsession voor de Hollywoodster een grotere uitdaging was dan voor Ivo van Hove zelf: hoe indrukwekkend het parcours van de uitgeweken Vlaming ook mag zijn, de routine ligt op de loer, en in zijn recentste werk dreigt zijn hang naar schoonheid soms in de weg te staan van de verhalen die hij wil vertellen. “I’m afraid of living a dead man’s life”, stelt Gino op een bepaald moment – en het is die angst die van Hove misschien iets meer moet voelen om het levendig theater te blijven maken waar hij zo groot mee is geworden.

Obsession (Toneelgroep Amsterdam/Barbican) speelt nog tot 18 juni in Koninklijk Theater Carré, Amsterdam. deSingel legt op 18 juni een bus in naar Amsterdam.