OPERA

'Lucio Silla' in de Munt: Machtswellust met Halloweenkitsch

1 © rv

Een nieuwe bewerking van Mozarts Lucio Silla toont dat een achttiende-eeuwse opera nog steeds actuele weerklanken kan hebben. Alleen begraaft regisseur Tobias Kratzer die weerklanken onder clichés en kitsch.

De opera seria – de Italiaanse hofopera uit de achttiende eeuw – heeft nog altijd een slechte reputatie: te formeel, te weinig psychologisch uitgediept. Ten onrechte. Vele voorbeelden uit het genre, en met name die van Mozart, zijn hoogst actueel. Ze gaan over wat vandaag weer overal opduikt: de arrogantie van de macht. De nieuwe productie van Lucio Silla in de Munt wil dat laten zien, maar slaagt daar maar ten dele in. Omdat ze te veel wil.

Lucio Silla toont de Romeinse dictator Sulla, die door de geschiedschrijver Sallustius werd omschreven als “gericht op genot, maar meer nog op roem”. Machtig en arrogant. Die machtswellust, die we vandaag bij mensen als Poetin, Assad of Trump (en in een veel flauwere versie bij sommige Europese en Belgische politici) zien, leidt tot een verbetenheid die de rationaliteit wegdringt. 

Share

De productie van Lucio Silla in de Munt wil de arrogantie van de macht laten zien, maar slaagt daar maar ten dele in. Omdat ze te veel wil

Er is geen opera van Mozart waarin zovele aria’s die agitatie weergeven als ‘Lucio Silla’. Alle personages lijken er op een of andere manier van doordrongen. Dirigent Antonello Manacorda treft die constant hoge tonus uitstekend, waardoor de aandacht gespannen blijft tot op het einde. Mozart volgt daar zijn librettist in een onverwachte en op het eerste gezicht onbegrijpelijke ontknoping: Silla verleent clementie aan de opstandelingen Cinna en Cecilio. 

Nochtans is dat een historisch feit en een politiek sluwe zet: zo bindt Silla immers zijn tegenstanders aan zich terwijl hij voor zichzelf de macht bewaart. Dat einde heeft regisseur Tobias Kratzer echter laten varen. Cinna overwint en Silla wordt in de boeien geslagen. Dat komt misschien tegemoet aan ons streven naar rechtvaardigheid maar het is in elk geval niet hoe politiek toen en nu functioneert.

Kim Jong-Un

Nochtans had Kratzer verwachtingen gewekt. De ijskoude typering van een personage als Cinna (Simona Šaturová), in meer dan een betekenis de waakhond van het stuk; die van Silla (Jeremy Ovenden) als nooit volwassen geworden man; en van zijn zus Celia (Ilse Eerens) als angstaanjagend kind, dat met haar Barbiepoppen in een Hitchcock-poppenhuis haar frustraties botviert: het zijn hoogst zinvolle psychogrammen. Aan de andere kant wordt Cecilio, die nochtans de centrale figuur van de opera is, erg ongeloofwaardig getypeerd als een soort verstoten Harry Potter. Gelukkig geeft Anna Bonitatibus hem met veel virtuositeit en nuance muzikale gestalte. 

Giunia krijgt van Lenneke Ruiten een al even indrukwekkende vocale interpretatie mee maar blijft als personage eerder vlak: het mooie slachtoffer, de damsel in distress. Aufidio, de raadsheer van Silla, staat als een soort cynisch Über-Ich helemaal buiten het stuk: hij heeft het gezicht van vader Leopold Mozart meegekregen, een weinig ter zake doend cliché. 

En daar houdt het niet mee op. Dat Silla gaandeweg een vampier blijkt te zijn (met heel wat bloederige details tot gevolg) en dat er in de ombra-scène aan het einde van het eerste bedrijf tamelijk lachwekkende zombie-goths rondlopen is pure Halloweenkitsch. En wat erger is: het leidt af van de kernboodschap van het stuk, zoals die door Kratzer wel degelijk was herkend: het parallellisme tussen politieke macht en persoonlijke verdorvenheid, of op z’n minst zwakte. Het Kim Jong-Un-syndroom, als het ware.

Die spijtige uitwassen doen helaas afbreuk aan een voor het overige uitstekend gemaakte en tot in het detail (van decor, personenregie en muzikale interpretatie) nagenoeg perfect verzorgde productie.

Lucio Silla loopt nog tot 15 november in de Brusselse Munt.

nieuws

zine