REVIEW

'Kuzikiliza': trip naar de donkerste krochten van de Belgische geschiedenis

Rapper Pitcho Womba Konga scheert hoge toppen met theaterdebuut 'Kuzikiliza'

2 © Stef Depover

Een voorstelling als een mokerslag. Pitcho Womba Konga fileert in Kuzikiliza het koloniale verleden van België. Tegelijkertijd weet hij de brug te slaan naar hedendaags racisme en wit privilege. Dat doet hij zonder opgestoken vingertje in een boeiend spel tussen beeld, taal en muziek.

Pitcho Womba Konga heeft al een hele carrière achter de rug als rapper, acteur en producer. Zo speelde hij mee in voorstellingen van Peter Brook en deed hij vorig jaar nog mee in de KVS-productie Malcolm X. Met Kuzikiliza, Swahili voor ‘gehoord worden’, toont hij zich nu ook een intelligent regisseur. Samen met vocaal kunstenaar Joost Maaskant en danser Karim Kalonji trakteert hij het publiek op een boeiende artistieke taal die diep doordringt tot de koloniale wortels van het Belgische nationale narratief.

Share

Konga trakteert het publiek op een boeiende artistieke taal die diep doordringt tot de koloniale wortels van het Belgische nationale narratief

Het uitgangspunt van de voorstelling is de onfhankelijkheidsspeech die Lumumba in 1960 uitsprak als eerste democratische premier. Maar Womba Konga heeft de voorstelling zo subtiel in elkaar gestoken dat die verwijzing pas op het einde expliciet wordt. Hij trekt de speech bovendien uit de Congolese context om er een universeel symbool van te maken voor de strijd tegen onderdrukking en racisme.

Aanvankelijk lijkt Kuzikiliza te bestaan uit een eenvoudige opeenvolging van verschillende scènes met een expliciete politieke inhoud. Zo toont de openingsscène een witte Nederlandstalige acteur die tijdens een auditie zijn onwetendheid en gebrek aan inlevingsvermogen tentoon spreidt ten aanzien van een Franstalige zwarte regisseur. Even later wordt het publiek uitgenodigd om geld in een emmer te gooien tegen de achtergrond van een wrange preek die alludeert aan de rijkdom die België wist te vergaren dankzij de uitbuiting van zwarten. En ook een soundscape waarin het bevrijdingsnummer Independence Cha Cha verwerkt werd, ontbreekt niet.

Wrang

2 Kuzikiliza © Stef Depover

Maar al gauw blijkt die expliciete bovenlaag gedragen te worden door een stevig doordacht fundament. Elk element op scène heeft een meerlagige functie binnen het geheel, waardoor de scènes intelligent in elkaar haken en op evidente en minder evidente manieren verwijzen naar de Belgische koloniale geschiedenis.

Dat blijkt al uit de ogenschijnlijk evidente openingsscène. Als de solliciterende acteur het voorstel krijgt om gratis te werken, bijt hij de regisseur verbolgen toe dat hij zich na dertig jaar in onze contreien wel eens zou mogen aanpassen aan onze geplogenheden. Ons recente koloniale verleden indachtig, is dat op zijn minst wrang te noemen. Maar het tempo van de regie laat gelukkig niet toe de emotionele lading dik aan te zetten. De daaropvolgende solo waarin Kalonji gebarentaal als derde taal op het podium introduceert, bindt alles samen in de start van een veelzijdige theatrale trip naar de donkerste krochten van onze natie.

Share

Het tempo van de regie laat gelukkig niet toe de emotionele lading dik aan te zetten

Daarbij laten de makers geen steen onomgedraaid. De grondstoffen waaraan België zich verrijkte, worden niet alleen zowel woordelijk als dansend gethematiseerd, ze worden ook gesymboliseerd door de koperen platen in de vloer waar Kalonji beweeglijk de dialoog mee aangaat. Evengoed komt de omgang van blanken met racistische moppen aan bod, wordt er gespeeld met huidskleur, lichamelijkheid en kledij, en passeren zowel de évolué, als Madonna en Nietzsches Zarathustra de revue.

Lust voor oog en oor

Taal vormt een rode draad: in de meertaligheid van de voorstelling, door te spelen met wie het woord krijgt, wie het neemt, wie het afgenomen wordt, wie gedoemd is om te zwijgen en wat er verzwegen wordt. Op een gegeven moment wordt het houten podium letterlijk opengebroken om te kijken welke woorden eronder verborgen liggen. Het thema van de (bebloede) handen verwijst dan weer naar de gruwelijke verminkingen die zwarte arbeiders moesten ondergaan onder het Belgische bewind.

Dat Kalonji’s dans en Maaskants geluidskunst een lust voor oog en oor zijn, maakt het geheel er bovendien alleen maar krachtiger op. Tel daar de ontroerende eindscène bij op, samen met een onvergetelijk gebruik van het prachtig pijnlijke nummer Nakomitunaka en je weet dat dit een niet te missen voorstelling is.

Op 8/11 en 9/11 in KVS, op 23/11 in Monty

nieuws

cult

zine