Opera

'De Speler' van Prokofjev bij Opera Vlaanderen is een waanzinnige dodendans

3 'De Speler' Prokofjev Opera © Opera Ballet Vlaanderen

Ondanks het feit dat hij in 1929 in de Munt in Brussel in première ging, is Prokofjevs opera De Speler in België nooit een repertoirestuk geworden. Nu is hij in Gent en Antwerpen te zien in een intelligente en intrigerende interpretatie.

Intendant Aviel Cahn wist wie hij in huis haalde toen hij aan de Duitse theaterregisseuse Karin Henkel vroeg om zijn ‘Rien ne va plus’-seizoen af te sluiten met Prokofievs De Speler, een van de weinige op Dostojevski gebaseerde opera’s. Henkel zette al theaterversies van De Idioot en Misdaad en straf op de planken. 

Henkel is echter ook een meesteres van het komische en groteske. Op het eerste gezicht is dat wat je krijgt: uitvergrote personages, karikaturale handelingen. Maar het groteske is niet gratuit. Het staat voor de hopeloosheid van het lot en voor de vertekening van de herinnering. Henkel introduceert opnieuw de door Prokofiev losgelaten flashbackstructuur van Dostojevski’s roman en creëert een spel van verdubbelingen en valse perspectieven, waar uiteindelijk een grote droefheid uit spreekt: zo gaat het leven voorbij, uitzichtloos.

Tragikomische grijns

Die gelaagdheid is heel intelligent vormgegeven: met drie identieke toneelbeelden in raccourci, met dubbelgangers voor het hoofdpersonage Aleksej Ivanovitsj en later ook voor Polina en Blanche, met afgebroken parallellen in de personenregie, met verwijzingen naar Dostojevski’s eigen gokzucht, drankprobleem en epilepsie. 

3 © Opera Ballet Vlaanderen

In zo’n complexiteit schuilt een risico op kilheid maar precies dat wordt opgevangen door de tragikomische grijns waarmee sommige personages zoals de Generaal en het Grootmoedertje (Baboelenka) worden uitvergroot. - Een procedé dat in de beroemde casinoscène naar een hoogtepunt  geleid wordt. 

Hier krijg je een pandemonium van tics, een waanzinnige dodendans. Verfrissend ook dat dat alles zonder overdreven technologie, met de klassieke theatermiddelen van decor, machinerie, spel en licht wordt bereikt.

Uitgepuurde instrumentatie

Dirigent Dmitri Jurowski laat de twee kanten van de lange wordingsgang van De Speler horen: het vrije, ongetemde, zelfs schreeuwerige van de jonge componist, maar ook de uitgepuurde instrumentatie van de late dertiger. Soms snak je naar nog wat meer drive en up-tempo, al begrijp je ook dat Jurowski's keuzes mede zijn ingegeven door de achterliggende melancholie van het stuk.

Het moet niet gemakkelijk geweest zijn om de zesentwintig (!) rollen van het stuk te bezetten. Opvallend is de uitstekende kwaliteit van de vele, vaak met Belgische zangers bezette kleine rolletjes. 

Maar ook het grote geschut is niet te versmaden: de twee knappe tenoren Ladislav Elgr (Aleksej Ivanovitsj) en Michael J. Scott (de Markies) en de indrukwekkende bas Eric Halfvarson als Generaal, maar vooral de buitengewone Anna Nechaeva als Polina. Zij maakt dat zelfs het sentimentele liefdesduet met Aleksej aan het einde van de opera nog geloofwaardig lijkt, totdat zij de illusie ervan efficiënt aan diggelen gooit.

In Gent tot 19 juni, in Antwerpen van 28 juni tot 7 juli.

3 © Opera Ballet Vlaanderen

nieuws

cult

zine