Opinie

Wordt de klimaattop in Afrika er ook een voor Afrika?

Bogdan Vanden Berghe is directeur van 11.11.11, koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging.

2 © REUTERS
2 Bogdan Vanden Berghe (11.11.11). © dm

VN-topvrouw Christiana Figueres zei over het klimaatakkoord van Parijs van vorig jaar: "Getting 196 countries to agree on climate change was the easy part." Ze sloeg nagels met koppen. De klimaattop die vandaag van start gaat in Marrakesh is het begin van het minder makkelijke stuk. Vanaf nu begint de praktijk: wat gaat de wereld effectief doen om de 1,5 graden Celsius van Parijs te halen?

De eerste boterham op het bord is meteen ook een belangrijke voor de ontwikkelingslanden aan tafel. Zij zijn de eerste slachtoffers van de klimaatverandering en dragen er het minst verantwoordelijkheid voor. Tegelijk beschikken ze over minder technologie én geld om er iets aan te doen. Niet voor niets noemde de Marokkaanse voorzitter deze top "the COP for Africa".

Een terechte naam. Op korte termijn is de urgentie voor ontwikkelingslanden namelijk het hoogst. Van extreme droogte over orkanen tot zware overstromingen, geen enkel arm land is veilig voor de gevolgen van de klimaatverandering. De slachtoffers zijn legio: de bevolking, de natuur, de staatskas. Ook ontwikkelingslanden engageerden zich in Parijs voor het verminderen van CO₂ en een koolstofarm ontwikkelingspad. Maar men lijkt niet te beseffen welke enorme financiële uitdaging deze beloftes voor hen vormen.

Vandaar dat de top in Marrakesh de top van de centen moet worden. Klimaatfinanciering moet de arme landen helpen niet te kiezen voor een steenkoolcentrale, maar voor een windmolenpark. Het moet hen vooral helpen om zich aan te passen: dijken tegen overstromingen, andere landbouwtechnieken, enzovoort. En ondertussen zijn er nog veel andere uitdagingen: armoede en honger bestrijden, het onderwijs verbeteren, een degelijke basisgezondheidszorg. Ook dat kost geld.

Marrakesh, een top in Afrika, biedt een unieke kans om deze meervoudige uitdaging voor ontwikkelingslanden aan te pakken en zo een top vóór Afrika te worden. Gebeurt dat niet, dan zouden de engagementen van de ontwikkelingslanden weleens kunnen sneuvelen. Waarom zouden ze de steenkool of olie die in hun grond zit nog laten zitten? Heel wat van de nationale klimaatplannen die werden ingediend door ontwikkelingslanden, zijn afhankelijk van de afspraak dat er extra middelen voor worden vrijgemaakt.

België - dat maar liefst zes ministers naar deze klimaattop stuurt - is helaas een van de landen die weinig - zeg maar onvoldoende - ambitie tonen in hun internationale klimaatbijdrage. België houdt het bij 50 miljoen per jaar, die overigens in 2015 niet volledig werd behaald. Een belofte die jaren geleden misschien nog geloofwaardig was, maar in het niets verzinkt bij de miljardenbijdragen van buurlanden als Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. En bij wat nodig is.

De boodschap is dus simpel: er is meer geld nodig. Het argument dat dat niet kan in tijden van crisis is te makkelijk. Europa geeft ongeziene bedragen aan het versterken van de grenzen en het subsidiëren van vervuilend beleid, met de Belgische bedrijfswagens als sprekend voorbeeld. Groene en rechtvaardige fiscaliteit kan nieuwe inkomsten genereren. Goedkoop vervuilen op de kap van het Zuiden moet een verhaal van het verleden worden.

Helaas is dit momenteel een utopie. De rijke landen beloven keer op keer middelen, maar handelen er niet naar. De klimaattop in Marrakesh kan daar verandering in brengen. Na jarenlange onduidelijkheid gaan de onderhandelingen over belangrijke openstaande kwesties. Wat is klimaatfinanciering? Hoeveel zal worden voorzien voor de aanpassing? En zeker ook: hoe zorgen we ervoor dat het geld niet wordt opgehoest uit slinkende budgetten voor ontwikkelingssamenwerking? Die vragen zullen over twee weken hopelijk grotendeels zijn beantwoord. Enkel dan kan de 'COP for Africa' een keerpunt zijn in de onrechtvaardigheid van het klimaatprobleem.

Meer opinie? Krijg elke woensdag en zondag onze Opiniemakers nieuwsbrief.

nieuws

cult

zine