Opinie
Georges Allaert

Wie stad tegen platteland uitspeelt, zal géén open ruimte redden

3 Het Antwerpse Park Spoor Noord. © Wouter Van Vooren

Georges Allaert is emeritus hoogleraar ruimtelijke economie en ruimtelijke planning aan de UGent. 

3 Georges Allaert. © Filip claus

Deze week was het eindelijk zover: ruim vier jaar na goedkeuring van het groenboek 'Vlaanderen in 2050: Mensenmaat in een metropool' heeft de Vlaamse regering het witboek 'Beleidsplan Ruimte' goedgekeurd. Het is een turf geworden van meer dan honderd pagina's met een goede "Visie 2050" voor de ruimtelijke ontwikkeling van Vlaanderen. Het netto ruimtebeslag mag in 2040 niet meer toenemen, ondanks de grote uitdagingen (bevolkingstoename met 1 miljoen), meer ruimte voor de rivieren en beken (overstroombaar houden bij hevige neerslagmomenten), vergroening van onze steden, toenemende mobiliteit en Vlaanderen bereikbaar houden, instandhouden van voedselvoorziening, ruimte genereren voor transitie van energie en economie.

Willen we over 50 jaar nog open ruimte hebben in Vlaanderen dan moeten we inderdaad gaan naar een ruimtelijke ordening met meer rendement en toegevoegde waarde door verdichting in kernen, hergebruik van verlaten of verloren oppervlaktes (denk aan de 2000 stortplaatsen in Vlaanderen), verlaten fabriekspanden afbreken om meer zuurstof via waterpartijen en parken in de steden te brengen, een complete andere organisatie van onze mobiliteit en de ontwikkeling van meer robuuste (en nu vaak erg gefragmenteerde) natuurgebieden.

Share

Wil Vlaanderen over 50 jaar nog open ruimte hebben, dan moet het naar een ruimtelijke ordening met meer rendement door verdichting in kernen en hergebruik van verlaten of verloren oppervlaktes

De ambitie van de regering is dat deze uitdagingen kunnen worden opgevangen via een inbreidingsgerichte aanpak om ruimtelijk rendement te verhogen. Maar hoe dit moet gebeuren is niet duidelijk. Er worden wel contouren uitgezet in het witboek, zij het zonder concreet programma. Ook een transitiepad, herziening van de betreffende beleidsorganen, concrete voorbeelden van territoriale pacten met de gemeenten en provincies: het ontbreekt allemaal.

Ook geen woord in die planologische bijbel over de juridische context (naar Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening). Welke rechtszekerheid is er straks woongebieden en woonuitbreidingsgebieden worden geschrapt? Nu bijna ieder gemeente een structuurplan heeft moeten ze misschien opnieuw hun huiswerk herdoen. Hoe blijft onduidelijk, zonder reality check en aanzetten van praktijkvoorbeelden. Kortom, hier ligt veel voer voor juristen en notarissen.

Nu al reageert een aantal steden en gemeenten afwijzend op dit witboek beleidsplan hoewel we in de toelichtingsnota lezen: "Er zal gewerkt worden met een bottom up benadering waarbij de betrokken beleidsniveaus elkaar versterken en complementair fungeren eerder dan elkaar te domineren".

Verwarrende communicatie

Wat mij ergert is hoe het Witboek in de media is verschenen. Als het de bedoeling was om het debat aan te wakkeren door een handjevol zwart-witstellingen in de publieke ruimte te brengen dan is men met vlag en wimpel geslaagd. Veel burgers zijn evenwel geschrokken van de titels over betonstop, bouwstop op het platteland, gedaan met de fermette en of 'We moeten allemaal naar de stad'.

Vooral de tegenstelling tussen stad en platteland is problematisch. Wie beide tegen elkaar uitspeelt, zal van een kale reis terugkeren. Ik spreek uit ervaring. Bij de uitvoering van het vorige structuurplan, in de jaren negentig, werd de metafoor "open en stedelijk" gevoegd. Meer stad, meer open ruimte, was de idee. Goede zaak, zou je denken, maar het plan bleek onrealistisch. Stad versus buitengebied is geen effectief planologisch model voor Vlaanderen gebleken. Onze ruimtelijke ontwikkeling is - historisch gesproken - nu eenmaal een veelheid van wel duizend dorpskernen met daartussen een dertigtal (klein)stedelijke kernen. We hebben op Brussel na geen grote steden.

Share

De kracht van Vlaanderen ligt in een netwerkstedelijk model van veel kernen in een regionaalstedelijk netwerk

3 'Luchtbal'-wijk in Merksem, Antwerpen. © Jimmy Kets

Het model stad versus platteland werkt hier niet, hoezeer sommigen blijven aandringen. Wie dat toch wil doordrukken botst op hevige weerstand. Wie open ruimte écht wil vrijwaren moet het anders aanpakken. En vertrekken van de realiteit. De kracht van Vlaanderen ligt immers in een netwerkstedelijk model van veel kernen in een regionaalstedelijk netwerk. Dat is zo gegroeid vanaf het ontstaan van de ambachten en textielnijverheid die uitweken naar het platteland. Denk maar aan hoe de textielnijverheid vanuit Gent is uitgezwermd, en tot bloei kwam in heel wat dorpen richting Kortrijk. Deze dorpen - waar woonhuizen en fabrieken dicht bij elkaar staan - kunnen via kernenversterking en lokatiebeleid meewerken aan de verhoging van het ruimtelijk rendement dat eigenlijk iedereen wil. Daarom legt het groenboek het accent op Vlaanderen: "mensenmaat in een horizontale metropool".

Het is opvallend dat deze positieve metafoor (naar mobiliteit, klimaat, ruimte-besparing én robuuster open ruimte) niet verder is uitgewerkt in het witboek. Je zou op deze basis territoriale pacten kunnen sluiten. Niet alleen met gemeentelijke en provinciale overheid, maar evengoed met andere stakeholders: intercommunales,grote projectontwikkelaars, bedrijven, burgergroepen. Kortom met groepen die er kapitaal in willen stoppen.

Of nog: schaarse open ruimte vrijwaar je niet door te polariseren met een stoere 'betonstop'. Wel door iedereen mee aan boord te krijgen met een positief verhaal. .

Vlaanderen in Europa

Nog dit. Vlaanderen in Europa: is zwak dit uitgewerkt in het witboek. Zowel de interne grensoverschrijdende acties tussen Vlaanderen met Brussel en met Wallonië zijn zwarte gaten. Ook de ruimtelijke ontwikkelingen met onze buurlanden zijn een hiaat gebleven. Alsof Vlaanderen een eiland is.

Meer opinie? Krijg elke woensdag en zondag onze Opiniemakers nieuwsbrief.

nieuws

cult

zine