Opinie
BART DE WEVER

Wie niet wil vechten, zal op zijn knieën verder mogen leven

Bart De Wever houdt een pleidooi voor meer respect voor de Europese waarden

Net als in de klassieke oudheid zal Europa aan één simpele waarheid niet ontkomen: wie niet bereid is te vechten voor wat hij staat, zal op zijn knieën verder mogen leven. Het moslimextremisme neemt de westerse beschaving wel nog serieus. Zo serieus dat het uit is op haar totale vernietiging.

1 Bart De Wever. ©Eric de Mildt
Lees ook:
Het essay van Joël De Ceulaer, senior writer bij De Morgen: "Ik zal geruster slapen als De Wever niet te veel macht krijgt" (+)

Een 2.400 jaar geleden bleef een leger van 10.000 Griekse hoplieten verweesd achter diep in het Perzische rijk. Hun broodheer was omgekomen, hun officieren vermoord. Ze verkozen Socrates' leerling Xenophon - die het relaas later in de Anabasis zou vastleggen - tot aanvoerder en begonnen aan de terugtocht. Een volstrekt hopeloze onderneming, waarbij de hoplieten zich een weg naar zee moesten vechten. De kreet "Thalassa! Thalassa!" die de Grieken slaakten toen ze eindelijk de kust zagen, prevelen sommige classici nog steeds in hun dromen.

Dat een verzwakt huurlingenleger er toch in slaagde een overweldigende overmacht te weerstaan, is een van de meest opmerkelijke exploten uit de geschiedenis. Maar wat maakte dat leger zo bijzonder? Met ras had het niets te maken. De latere stelling dat ze als westerlingen superieur waren aan de Perzen, werd door geen enkele Helleen geloofd. Evenmin waren ze gewelddadiger, brutaler of moreel hoogstaander.

Het verschil schuilde in hun culturele erfenis. Geconfronteerd met de Perzische dreiging tapten ze in op wat hen eens groot had gemaakt. Ze verkozen een nieuwe leider en iedereen kreeg een stem in de te volgen koers. Kritiek op de leiding was toegelaten, maar elke soldaat erkende de noodzaak aan discipline. Het leger uit de Anabasis werd een 'marcherende democratie' en kon als dividend van de Helleense cultuur boven de Perzen uitrijzen.

Die Grieks-Romeinse culturele software blijft tot vandaag de basis van de westerse beschaving. De joods-christelijke traditie voegde er de metafysica van de menselijke waardigheid aan toe. De renaissance stelde met het humanisme de mens centraal en richtte de wetenschappelijke traditie op vooruitgang. De verlichting nam met individuele rechten en vrijheden het vaandel over en gaf ons volkssoevereiniteit, de rule of law en opinievrijheid.

Kaarsjes en knuffels

Share

Elke aanslag confronteert ons met een ideologie die gelooft dat de eindfase van een eeuwenoude strijd tussen beschavingen is ingegaan en dat het moreel goed is om de westerlingen te doden

Niet eens zo lang geleden vonden we het vanzelfsprekend dat die beschaving, met de verlichte moderniteit als historische verdienste, superieur was. De verschrikking van de wereldoorlogen en de dekolonisatie beroofden Europa van die zelfverzekerdheid. Het werd modieus om de westerse beschaving af te doen als een verdachte constructie die eerder met verontschuldigingen dan met trots omkleed diende te worden. Deze omslag werkte aanvankelijk bevrijdend en werd zeker in intellectuele kringen aangemoedigd. Maar de zwakte van onze zelfschaamte wordt alsmaar pijnlijker duidelijk.

Want het moslimextremisme neemt die westerse beschaving wel nog serieus. Zo serieus dat het uit is op haar totale vernietiging. Elke aanslag confronteert ons met een ideologie die gelooft dat de eindfase van een eeuwenoude strijd tussen beschavingen is ingegaan en dat het moreel goed is om de westerlingen te doden. Ook mensen die hier geboren en getogen zijn en die - zelfs in geval van kansarmoede - materieel veel beter leven dan in het land van herkomst, blijken er vatbaar voor.

Onze elite ontbeert elk mentaal referentiekader om de beweegredenen van terroristen te plaatsen. Wie is afgeleerd om trots te zijn op de eigen identiteit, kan moeilijk vatten dat iemand zo fundamentalistisch omgaat met identiteit dat terreur een logische optie wordt. Iedere analyse over islamfundamentalisme wordt argwanend bekeken, uit angst te veralgemenen of de verdenking van racisme op zich te laden. Zeker in Duitsland - met zijn beladen verleden - doet men alles om aanslagen niet als terreur, maar als een individuele problematiek van de dader te bestempelen. We houden een minuut stilte, steken kaarsjes aan, leggen knuffels neer en zingen 'Imagine'. Alles in de hoop iedereen te begeesteren voor een wereld zonder collectieve verbanden waarin we allemaal een club van dikke vrienden zijn.

Intussen groeit de angst en boosheid bij de Europeanen. Men herkent zich niet meer in een elite die non-identiteit omarmt als een opstap naar wereldburgerschap. Massamigratie en multiculturaliteit worden als evident positief gepresenteerd, nationale soevereiniteit verdwijnt in onduidelijke supranationale structuren en criticasters van dit alles worden afgedaan als oud, laag opgeleid, intolerant of racistisch. Het is een breuklijn die over het continent sluimert van de fameuze 'kloof met de burger' tot de recente brexit.

De Summer of Terror dreigt die breuk tot ongekende diepten aan te jagen. De traditionele politiek en de Europese gedachte kregen al zware klappen, maar het totale gebrek aan antwoorden op de existentiële ongerustheid drijft steeds meer Europeanen naar radicale oplossingen. Dat een weerloze 86-jarige priester tijdens de mis de keel wordt doorgesneden, doet het bloed van de braafste Vlaming koken. En volkomen terecht.

'Het zal zwaar worden'

Share

Wij zijn in oorlog. Wij worden aangevallen. Onschuldige Europeanen sterven haast wekelijks. Wij moeten ons verdedigen

De Europeanen willen daadkracht en actie. Maar momenteel komen de Europese leiders niet verder dan gelaten de volgende aanslag afwachten. We moeten de Europese zelfschaamte overwinnen. Zelf respect opbrengen en respect eisen voor de Europese waarden is geen uiting van misplaatste superioriteit, laat staan van racisme. Europa kent zijn gelijke niet op het vlak van vrijheid, gelijkheid en welvaart. Ons burgerschap is de graadmeter om iedere samenleving te beoordelen. Wie zich in Europa vestigt, moet zich aansluiten bij dat verlicht burgerschap. Wie dat niet wil, zal elders gelukkiger zijn. Wij gaan geen debatten heropenen over de gelijkheid van man en vrouw, de seksuele vrijheid, de plaats van religie binnen de staat. Iedere burger mag daar gerust afwijkend over denken, maar kan geen uitzondering vragen op basis van particuliere overtuigingen.

De Franse president verklaart dat we in oorlog zijn. Dat werd beschouwd als een metafoor, als een oorlog beperkt tot Twitter en de opiniepagina's. Ik vrees dat het een realiteit is. Wij zijn in oorlog. Wij worden aangevallen. Onschuldige Europeanen sterven haast wekelijks. Wij moeten ons verdedigen. Wij moeten in staat van paraatheid verkeren, de veiligheidsdiensten activeren en bedreigingen preventief verwijderen. Dat staat ver van een realiteit waarin teruggekeerde Syrië-strijders als praatgast opduiken op Canvas of met een enkelband aanslagen plegen.

Het leger uit de Anabasis ging niet vol zelfverwijt aan de kant zitten. Het vocht zich een weg naar huis. En dat is ook onze opdracht. Het zal zwaar worden. Niet alles wat nodig is, zal kunnen rekenen op applaus van de sociale en politieke elite. En misschien moet het eerst erger worden voor het beter wordt. Duitsland gaat gebukt onder een historische last, Frankrijk is economisch en politiek verzwakt en het Verenigd Koninkrijk - de sterkste Europese legermacht - kiest voor splendid isolation. Allemaal niet van aard om weer hoop te krijgen. Maar aan één simpele waarheid zal Europa niet ontkomen: wie niet bereid is te vechten voor wat hij staat, zal op zijn knieën verder mogen leven.