Opinie
Wouter Beke

Wat #DailyRacism en #WijOverdrijvenNiet mij leren

1 © belga

Wouter Beke is voorzitter van CD&V.

Het is 1994, ik sta te wachten in het station van Leuven om naar huis te keren. Ik ben student, het is vrijdag en ik ben moe. De trein arriveert, een massa volk verzamelt aan de deuren. Wie vaak moet treinen, weet wat je op zo'n moment dan het beste doet: opstappen via de eerste klasse, zodat je een hele hoop volk kunt omzeilen. Naast mij staat een jongeman met zuiderse roots. Nog voor hij zijn voet op het trapje kan zetten, tikt de conducteur hem op de schouder: "Ik denk niet dat jij hier moet zijn. De deur van de tweede klasse is hiernaast." De jongen druipt af. Ik sta zo perplex dat ik niet kan reageren. Daar heb ik tot op heden spijt van.  

Het is 2015, en ik lees de tweets van #WijOverdrijvenNiet. Onder andere deze van de stationchef: "Treinbegeleidster die vroeg of ze bij mij mocht zitten, want: 'Ticket laten zien? Laat jij je tetten maar eens zien.'" Ongelooflijk.  

Geprivilegieerde positie

Share

Luisteren. Begrip en respect tonen. En radicaal actie ondernemen. Dat staat op onze agenda

Als blanke mannen bevinden wij ons in een geprivilegieerde positie. Vandaag, anno 2015, ben ik partijvoorzitter en ben ik zeker niet slechter af dan toen - ik hoef zelfs de trein niet meer te nemen. Op zo'n moment loop je het risico dat de realiteit een ver-van-je-bedshow wordt. Ik ben me nochtans bewust van de problemen. Ik ken de cijfers. Ik lees de rapporten, de vele studies die verschijnen. Onwetendheid, dat is het dus niet. Onverschilligheid zeker ook niet. Maar misschien zijn deze problemen zo inherent aan onze samenleving geworden, dat we ze gewoon niet meer opmerken. Wij die er niet mee geconfronteerd worden. Er is een dodelijke gewenning ontstaan, die ons massaal in slaap lijkt te wiegen.  

We hebben inspanningen gedaan, oprecht en goedbedoeld. Op sommige vlakken ook met resultaat. Maar het is niet genoeg geweest. En neen, het is niet leuk of gemakkelijk om dat toe te geven. We hebben onze eigen inconvenient truth gecreëerd. Hoe? Wij hebben nagedacht over oplossingen en ze opgelegd van bovenuit. We hebben te weinig geluisterd naar de mensen die dagelijks in aanraking komen met discriminatie of seksisme. Het is de politiek die dingen in beweging moet zetten. Een politiek waar blanke mannen nog steeds de meerderheid vormen.

Eerst luisteren, dan spreken

Politici zijn het zo gewoon dat er naar hen geluisterd wordt. Ja, ik kan dat zeggen, want ik ben een van hen. Bovendien hebben wij over alles een mening klaar - ik zou het een vorm van beroepsmisvorming noemen, en ook omdat het van ons verwacht wordt. Maar af en toe sta ik met mijn mond vol tanden. De voorbije dagen was dat het geval, want plots kregen die cijfers een gezicht. Ze kwamen tot leven in de getuigenissen.

Wat ik daaruit geleerd heb? Dat we eerst moeten luisteren voor we spreken. Luisteren naar de mensen die weten waar ze het over hebben, in plaats van hun mening weg te relativeren. Dat we de waarheid niet in pacht hebben. Dat de sleutel tot een samenleving, waarin mensen gelijkwaardig behandeld worden, in dialoog ligt en niet in het voor waar aannemen van de eigen opinies. Je lost een probleem niet op door te zeggen dat het eigenlijk allemaal wel meevalt.

Wat wij als politici moeten, is luisteren en leren. Leren hoe we deze problemen kunnen aanpakken en ze bestrijden, tot er niets meer weg te relativeren valt. Daarin zijn een aantal factoren cruciaal: onderwijs, de media en andere beeldvorming. We hebben rolmodellen nodig. En vooral: we moeten meer respect tonen voor elkaar.