Standpunt
Barbara Debusschere

Ons antwoord moet nu vallen, hierna nemen de wetten van de natuurkunde het over

Barbara Debusschere is journalist bij De Morgen.

2 Klimaatbetogers op de Parijse Place de la République. ©EPA
Barbara Debusschere. ©Tim Dirven
Share

De manier waarop onze Belgische overheden met weinig eensgezindheid over klimaatinspanningen in eigen land naar de top trekken en ook het feit dat honderdduizenden burgers noch in Parijs noch in België bij de start hun stem mogen laten horen, stemt pessimistisch

De VN-klimaatconferentie die vandaag start, gaat niet over de planeet redden of over een complexe vraag. Ze gaat over ons. Wat binnen twaalf dagen wordt beslist in Parijs bepaalt het volgende hoofdstuk in onze geschiedenis als soort. De aarde zal niet verdwijnen door de opwarming, die redt zichzelf wel. Maar ze wordt een plek die voor ons onleefbaar wordt. Nu al smelten ijsplaten sneller dan voorspeld. En in tegenstelling tot regeringen die al twintig jaar bakkeleien zijn ijsplaten geen instanties waarmee je het op een akkoordje kunt gooien.

Bovendien is de vraag die de VN aan 195 landen voorleggen heel eenvoudig: remmen we de opwarming af of remmen we ze niét af? Besparen we onszelf de meest vernielende effecten van een ontwrichting die bijna iedereen bedreigt, of kiezen we ervoor domweg door te gaan met ons enige huis opbranden? Ons antwoord moet nu vallen, want hierna nemen de wetten van de natuurkunde het over en hebben we niet meer te beslissen.

De manier waarop onze Belgische overheden met weinig eensgezindheid over klimaatinspanningen in eigen land naar de top trekken en ook het feit dat honderdduizenden burgers noch in Parijs noch in België bij de start hun stem mogen laten horen, stemt pessimistisch.

Toch zijn er in Parijs tekenen van hoop.

Zo hebben nog voor de start al 183 landen aangegeven dat ze hun uitstoot zullen doen zakken. Beloftes zijn geen spijkerharde garanties en deze voorstellen beperken de opwarming wellicht aanzienlijk, maar nog niet voldoende om de grootste risico's te weren. Deze start is echter veel meer dan sommige diplomaten zes jaar geleden, op de mislukte vorige grote groene top, hadden durven dromen. Bovendien hebben ook China en de VS, de grootste C02-uitstoters, vorig jaar samen klimaatbeloftes op tafel gelegd en besloten de zeven belangrijkste industriestaten (G7) afgelopen zomer fossiele brandstoffen uit te faseren.

Ondertussen is hernieuwbare energie goedkoper dan ooit, wordt jaarlijks een kwart biljoen dollar in de groene-energiesector gepompt en ging de groene technologische revolutie nooit zo hard als vandaag. Fossiele brandstoffen staan zwaar onder druk en duurzaamheid is een zakenkans geworden. Meer en meer bedrijven springen daarom overtuigd op de kar.

Wel gapen zoals altijd twee klassieke instinkers die deze gesprekken al zo lang doen aanslepen: verzet tegen juridisch bindende, van bovenaf opgelegde doelen en tegen echte financiële solidariteit tussen de industrielanden die de opwarming grotendeels hebben veroorzaakt en de ontwikkelingslanden die er de eerste slachtoffers van zijn. Zonder dat verzet op te geven, krijgen we de opwarmingsknop echter niet omgedraaid.

Misschien kijken de beleidsmakers daarom beter eens goed naar de klimaatactivisten die ondanks de beperkende veiligheidsmaatregelen massaal en op alle mogelijke manieren unisono hun stem laten horen. Mochten onze politici nog maar de helft van hun vuur, creativiteit, doorzettingsvermogen en solidariteit aan de dag leggen, dan zou een billijke groene werelddeal binnen handbereik liggen.