column
Ann De Craemer

Nederlandse taalverloedering? Kijk dan ook eens naar ‘de Ollanders’

Schrijfster Ann De Craemer heeft een taalblog op deze site. Rode draad: haar fascinatie voor taal. Van spreekwoorden tot verspreking; van kromtaal tot heerlijk helder; van Middelnederlands tot smileys. Vandaag: taalverloedering.

1 Schrijfster en columniste Ann De Craemer. ©Eric De Mildt

Jogchum Vrielink. De naam doet het al vermoeden: dat moet ‘nen Ollander’ zijn. Dat is hij ook, en ik volg de man al een paar maanden op Twitter. Met groot genoegen, want als grondrechtenspecialist en rechtsantropoloog linkt hij regelmatig naar interessante artikels en post hij ook prachtige beelden van de vogels die hij fotografeert. Vrielink is in zijn vrije tijd ‘ornitholoog’ – ofwel vogelkenner. Zou hij net als Sammy Tanghe uit Het Eiland van de kiekendief houden en diens gezang ook zo inlevend proberen na te bootsen?

En: zou hij dat — elke vogel zingt zoals hij gebekt is — doen met een Hollands of Vlaams accent? Vrielink is namelijk een ingeweken Nederlander en gisteren wilde hij daar op Twitter iets over kwijt:

Joël De Ceulaer reageerde meteen:

Bingo! Joël, met wie ik vaak van mening verschil — over taal en andere onderwerpen — maar met wie ik niettemin graag af en toe een tas (voor Joël ‘een kop’) koffie drink, wierp zich alweer en als de wiedeweerga op als verketteraar van het ‘Schoon Vlaams’. Taalverloedering! Een kind dat ‘efkes’ en ‘allez’ en ‘voilà’ zegt! Met onze jeugd komt het nooit meer goed!

Share

Het o zo typische Vlaamse taalcomplex is nog steeds niet dood. Veel Vlamingen torsen het vandaag nog op de schouders

Als taalcolumniste krijg ik nu en dan mails van Vlamingen die hun beklag doen over taalverloedering. Wat daarbij telkens opvalt, is dat het altijd over Vlaamse taalverloedering gaat en nooit over Hollandse. Verder dan Antwerpen wordt er niet gekeken. Het o zo typische Vlaamse taalcomplex is dus nog steeds niet dood. Veel Vlamingen torsen het vandaag nog op de schouders, nu in de gedaante van een aversie voor de tussentaal: de verloedering van de Nederlandse taal is de schuld van de tussentaal/het verkavelingsvlaams/het soapvlaams/welke naam u het kind ook wilt geven. Maar onze schuld moet en zal het zijn. Wij hebben dat mooie, nette, keurige standaardnederlands bevuild met onze vieze pollekes – met woorden als ‘afkomen’ en ‘efkes’ en ‘voilà’.

Waarom hoor ik dat geweeklaag zelden of nooit over de evoluties in het noordelijke Nederlands, de variant die Vrielink op Twitter het ‘Hollands’ noemt ? Waarom krijg ik geen mails van Vlamingen waarin staat dat het een schande is dat die Hollanders steeds vaker zeggen ‘hun hebben gelijk’ in plaats ‘ze hebben gelijk’; ‘het boek wat ik las’ in plaats van ‘het boek dat ik las’ en ‘het boek, hij is mooi’? Waarom hoor ik Vlamingen niet met de vinger wijzen naar de diftongering in het zogenaamde Poldernederlands — het equivalent van onze tussentaal — waardoor Paul de Leeuw zegt ‘blaaif baai maai’ in plaats van ‘blijf bij mij’?

Zelf is het mij eender en bekijk ik de veranderingen in Nederland en Vlaanderen vooral met fascinatie. Ik geloof niet in taalverloedering; alleen in taalverandering. ‘Hun hebben gelijk’ is een volstrekt natuurlijke evolutie: taalkundige Jan Stroop heeft in 1998 al voorspeld dat in 2020 ‘hun’ als onderwerpsvorm volkomen normaal en aanvaard zal zijn. So what? Maatschappijen veranderen; mensen veranderen; taal verandert; het Nederlands van het noorden en van het zuiden veranderen. Alleen het taalcomplex van sommige Vlamingen blijft even versteend als de baksteen in hun maag.

Vrielink mag zich ergeren aan Vlaamse woorden, maar als hij eerlijk is, moet hij toegeven dat het Hollands dat hij zijn kind wil aanleren net zoveel kenmerken van ‘verloedering’ vertoont als het (Schoon) Vlaams.

Plato (jawel!) ergerde zich al aan taalverloedering. Koot & Bie wisten ze als geen ander te relativeren in de legendarische figuur van Drs. E. I. Kipping. En onze kinderen, die levende taalsponsen, hun praten de taal van de toekomst als hun zeggen dat ze vandaag liever buitenspelen dan verder gaan in het boek wat zij aan het lezen zijn, want dat boek, hij is toch maar saai op zo’n mooie herfstdag.