column
Ann De Craemer

Mijn woorden van het jaar? 'Emocratie' en 'aan-elkaar-pyjama'

Schrijfster Ann De Craemer heeft een taalblog op deze site. Rode draad: haar fascinatie voor taal. Van spreekwoorden tot verspreking; van kromtaal tot heerlijk helder; van Middelnederlands tot smileys. Vandaag: de verkiezing van het woord van het jaar.

2 Zeg niet 'onesie', maar 'aan-elkaar-pyjama'. ©Thinkstock

December. Tijd van vloeken op (schrappen wat niet past) aangevroren autoruiten/de jaarlijkse comeback van Mariah Carey/roze plastic kerstbomen. Tijd ook om een blik in de achterruit te werpen en daar al dan niet met roze bril terug te blikken op wie en wat was, kwam of ging. Dat gebeurt traditiegetrouw aan de hand van een eindeloze lijst eindejaarslijstjes, waar sinds 2003 ook de verkiezing van het woord van het jaar bij hoort.

Ann De Craemer. ©Eric de Mildt

De lijst met genomineerden werd afgelopen week bekendgemaakt. In de Volkskrant stelde Riffy Bol zich vragen bij de verkiezing, omdat ze volgens hem niet beklijft. Hij had het over de beperkte houdbaarheid van de winnende woorden: ‘Van de elf woorden die sinds 2003 de titel Woord van het Jaar hebben gekregen, komen de meeste in het taalgebruik nauwelijks meer voor.’ Wie, zo zegt hij, kent bijvoorbeeld nog, ‘bokitoproof’, het Nederlandse woord van het jaar in 2007? In Vlaanderen, waar bijna per definitie andere woorden winnen dan in Nederland, geldt hetzelfde: ‘kraamkost’, dat vorig jaar met de titel ging lopen, is nu al in de vergetelheid geraakt.

Share

Moeten we, als het over taal gaat, altijd zo dodelijk ernstig doen?

Marc Reynebeau betreurde donderdag in De Standaard dat de verkiezing een ‘gezelschapsspel’ is geworden en vond zelfs dat er aan dit ‘ogenschijnlijk onschuldige tijdverdrijf’ iets als ‘ethische onverschilligheid’ kleeft. Mag ik zijn woorden nodeloos zwaar op de hand vinden voor wat inderdaad maar een spelletje is? Moeten we, als het over taal gaat, altijd zo dodelijk ernstig doen?

Het kan ook gewoon niet anders dan dat het een spelletje is, omdat in de Nederlanden de taalgebruikers zélf op de genomineerde woorden mogen stemmen. Dat is bijvoorbeeld niet het geval in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, waar woordenboekenmakers het woord kiezen. Voor het Engels koos Oxford Dictionaries dit jaar voor ‘post-truth’.

Het ‘gezelschapsspelletje’ mag er voor mij zijn, maar de mensen achter Van Dale zouden ook, naar het voorbeeld van buitenlandse collega’s, zelf een woord tot winnaar kunnen uitroepen. Eentje dat niet zomaar vluchtig iets zegt over een momentopname van het jaar (pokémonterreur, bijvoorbeeld) maar de geest ervan écht samenvat. In dat geval zou voor mij ‘emocratie’ mogen winnen. Het verbaast me dat we het woord in 2016 zo weinig gehoord hebben: wanneer ik ‘emocratie’ opzoek in het digitale krantenarchief GoPress, krijg ik slechts 31 zoekresultaten. En dat terwijl ‘emocratie’ perfect samenvat wat zich het voorbije jaar op het politieke toneel – in binnen- en buitenland – heeft afgespeeld: we zijn beland in een democratie waarin (onderbuik)gevoelens en de ‘ik ben tegen-stem’ steeds zwaarder doorwegen op politieke gebeurtenissen dan een zorgvuldige afweging van belangen.

Share

Kinderen kunnen met taal wat wij als volwassenen vaak verleerd zijn: er met een geheel onbevangen blik naar kijken

In de kleinere wereld van mijn eigen leven zal ik van 2016 één woord niet meer vergeten. Twee weken geleden ging ik shoppen met mijn nichtje van tien en haar vriendin, die me vroeg: ‘Heb jij ook een aan-elkaar-pyjama?’ Ik had het woord nog nooit gehoord maar wist meteen dat het om een ‘onesie’ ging – een term die ik altijd heb verfoeid. Ik had dikwijls naar een Nederlandstalig alternatief gezocht en er nooit een gevonden. Maar kinderen kunnen met taal wat wij als volwassenen vaak verleerd zijn: er met een geheel onbevangen blik naar kijken.

Taal geeft de werkelijkheid vorm, en omdat ik onesie zo’n lelijk woord vond, heb ik er nooit een willen kopen. Nu ‘aan-elkaar-pyjama’ mijn woordenschat heeft verrijkt, werd het kledingstuk zelf ineens ook stukken interessanter. Mijn verstand zei nee, want ik vind zo’n kruippak voor volwassenen eigenlijk al te kneuterig. Maar ter ere van het neologisme dat een kind van tien mij had geleerd, heb ik er toch maar een in huis gehaald.

Het was, het moet gezegd, een heel (d)emocratische aankoop. 

nieuws