Opinie
WILLEM SCHINKEL

Laten we weigeren te denken dat we in oorlog zijn

2 Soldaten aan het metrostation De Brouckère in Brussel. Willem Schinkel: "Laten we beginnen met de weigering van de oorlogstaal, die taal die de voortzetting van geweld zonder einde behelst."

Willem Schinkel (1976) is socioloog, filosoof en auteur van onder meer De nieuwe democratie. Hij is bijzonder hoogleraar sociale theorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

2 Willem Schinkel. © rv

Het repertoire om aanslagen in West-Europa te interpreteren, is vooralsnog beperkt. De constante erin is het depolitiseren. Daarmee bedoel ik niet de emotionele reactie van u en mij. Het is absurd te verlangen dat we altijd 'politiek' zijn, denken en doen, zeker in het licht van gruwelijkheden. Van regeringsleiders daarentegen mogen, nee, moeten we meer verwachten dan de combinatie van emotie en technocratie die in Parijs, Londen en Den Haag overheerst. Al heeft premier Michel nog het meest de kalmte weten te bewaren door niet over een 'oorlog' te spreken, ook hij heeft het over een 'aanslag op de vrijheid' en op 'onze manier van leven'.

Enerzijds is er het pathos waarmee bericht wordt over aanvallen door 'lafaards' op 'onze manier van leven', op 'onze waarden', op 'de vrijheid' en 'de open samenleving'. Anderzijds is er de al jaren voortdurende beperking van die vrijheid en die openheid door een sluipende toename van bevoegdheden van inlichtingendiensten en politie. Enerzijds is er ook de beperkte focus op jongeren in specifieke wijken als Molenbeek. Anderzijds zijn er de bombardementen door West-Europese landen in Syrië en Irak. En tussen die al te beperkte blik en het eigen overzeese handelen lijkt nagenoeg geen connectie gelegd te kunnen worden.

Dat is wat gruwelijkheden doen. Ze verlangen instant duiding, en die kan dan niet meer dan emotie zijn, en hoeft dat ook niet te zijn. Tegelijk is het zaak in het daaropvolgende antwoord het gebeurde met een werkelijk (geo)politieke blik te bezien. Juist daarom is het schrijnend dat West-Europese regeringsleiders nu al geruime tijd consistent uit een repertoire putten dat een vicieuze geweldscirkel in stand zal houden. Welk repertoire is dat, en wat is het alternatief?

Geen 'aanval op onze waarden'

Share

Wanneer regeringsleiders spreken over 'onze manier van leven', dan lijkt het ze om onze horeca (Parijs) en transport (Brussel) te gaan

Het eerste kenmerk van dit repertoire is het idee dat de aanslagen in Europa een 'aanval op onze waarden' zijn. Laten we voorop stellen: de aanslagen zijn een aanval op onze mensen, niet op onze waarden. Dat direct de abstractie 'waarden van onze beschaving' naar voren geschoven wordt, is niet alleen oneerbiedig naar de slachtoffers toe. Het is ook een manier om minder precies te duiden, en daarmee om ruimere bevoegdheden te krijgen en toe te passen.

Zo leeft Frankrijk sinds 'Parijs' in de noodtoestand, wat de uitvoerende macht extreme en slecht gecontroleerde bevoegdheden geeft die direct de vrijheden van burgers aangaan. Juist de vaagheid van 'onze waarden' maakt de maximale reikwijdte van de maatregelen mogelijk. En paradoxaal genoeg versterkt het feit dat de maatregelen geen volgende aanslag weten te voorkomen deze logica alleen maar.

Maar wat de codering van aanslagen tot 'aanval op onze waarden' vooral doet, is: het verband doen vergeten tussen de aanslagen in Europa en de aanvallen door Europa in Irak en Syrië. Dat aanslagplegers uit Europa zelf komen, doet in het geheel niets af aan het feit dat hun acties slechts mogelijk zijn binnen de geopolitieke strijd tussen IS en, onder meer, westerse legers. Diegenen die namens IS spreken, zijn hierover ook ondubbelzinnig: val IS aan, en aanslagen zullen volgen.

Wat dat betreft, lijkt het een kwestie van tijd tot ook Nederland met dit geweld te maken krijgt. En wanneer dat zo is, zijn Nederlandse politici, die recent nog besloten om behalve in Irak ook in Syrië te bombarderen, niet vrij van verantwoordelijkheid. En wel omdat ze een cruciaal element in de keten van oorzakelijkheid vormen: wie bij 'val ons aan en je krijgt aanslagen' willens en wetens aanvallen uitvoert, die weet dat hij gokt met geweld. Die gok, en de achterliggende verwevenheid tussen wat Europese legers doen in het Midden-Oosten, wordt verhuld door het vage beroep op 'onze waarden'. Geen generaal denkt ook serieus dat een 'aanval op onze waarden' de oorzaak van aanslagen is als hij of zij strategische of tactische inschattingen maakt.

Laat onze regeringsleiders de moed hebben de politieke dimensie niet te vergeten, en laat ze ons geen sprookjes over onze 'waarden' vertellen.

De leegte van 'onze waarden'

Share

Geweld, zo is de impliciete assumptie, gebeurt 'daar'. In de chaos bij 'dat soort mensen'. Wie zo denkt, heeft zich een neo-imperialistische denkstijl eigen gemaakt

In het heersende repertoire zijn die waarden namelijk vooralsnog leeg. Wanneer regeringsleiders spreken over 'onze manier van leven', dan lijkt het ze om onze horeca (Parijs) en transport (Brussel) te gaan. Natuurlijk bedoelen ze dat niet, maar waarom zijn ze niet in staat om te articuleren welke achterliggende waarden dan op het spel staan? Dat zijn ze niet, enerzijds omdat wat als 'onze manier van leven' gezien wordt - op terrassen zitten, naar concerten gaan, met metro of vliegtuig reizen - niet exclusief voor 'ons' is, maar quasi-universeel. Anderzijds kunnen ze niet werkelijk over waarden spreken, omdat het door onze regeringsleiders gehuldigde neoliberale denkkader vrijheid als vorm maar nooit als inhoud waardeert.

Vrijheid onder neoliberale condities wordt door pure leegte gekenmerkt, alle substantie is gevaarlijk, is al snel 'radicaal'. Alleen consumptie - die altijd vliedend is en direct vervangen moet worden door iets nieuws - mag de vrijheid van de neoliberale burger tijdelijk vullen. Op soortgelijke manier werd na de aanslagen bij Charlie Hebdo de 'vrijheid van meningsuiting' naar vorm gewaardeerd, maar moest die een verder lege huls blijven.

Meningen mogen niet tot overtuigingen stollen, dat zou te veel inhoud zijn voor de lege vorm die het neoliberale vrijheidsconcept kenmerkt. Gevaarlijke mensen hebben overtuigingen; de rest heeft meningen. En alleen gevaarlijke mensen denken dat woorden daden zijn, bijvoorbeeld dat ze geweld kunnen uitoefenen en kunnen beledigen. Neoliberale taal is onschuldig, want leeg. De neoliberale vrijheid van meningsuiting is de vrijheid tot volstrekt consequentieloze uitingen.

De leegte van 'onze' waarden en 'onze' vrijheid is dus niet slechts de verlegenheid van technocratische regeringsleiders, niet gewend over de filosofische fundamenten van het samenleven te spreken. Het is een leegte die aangepast is aan het economisch systeem dat deze regeringsleiders hebben helpen bouwen. Daarin is iedere uiting gelijk aan iedere andere, en is de vrijheid van meningsuiting een cruciaal fundament, ook al doet het er niet toe wat verder de inhoud van de geuite mening zal zijn.

Een van de terugkerende elementen in reacties op aanslagen in Europa is een oprecht ongeloof over het feit dat hier, bij 'ons', geweld plaatsvindt. Het lijkt het bevattingsvermogen te boven te gaan dat militair geweld doorgaans twee kanten op gaat. Geweld, is de impliciete assumptie, gebeurt 'daar'. In de chaos bij 'dat soort mensen', bij die lui die hun democratische zaakjes niet op orde hebben. Wie zo denkt, heeft zich een neo-imperialistische denkstijl eigen gemaakt. Het is in ons belang niet te vergeten dat mensen die gebombardeerd worden, geneigd zijn geweld los te laten op de landen die hen bombarderen. Ons asymmetrische privilege, dat bestaat uit de minieme kans op oorlogsgeweld, is geen natuurlijke en terechte toestand. Dat is het pas wanneer we het privilege van zijn asymmetrie ontdoen - als het dus niet langer werkelijk een privilege is maar we werkelijk kunnen rouwen om de dood die elders geleden wordt, en daar werkelijk politieke consequenties uit kunnen trekken.

Een constant element in de reacties op aanslagen is een scheiding tussen terrorisme en 'militair ingrijpen'. Augustinus wierp reeds de vraag op wat het verschil is tussen Alexander de Grote en een piraat. En vandaag is de vraag of de terrorist zich niet verhoudt tot de terreur die op Irak en Syrië is losgelaten. Want dat is wat bombarderen uit de lucht is: een terreurwapen. Geen democratie is gevestigd door middel van bombardementen. Waarom is het zo onvoorstelbaar dat één onderdeel van het probleem is dat bombardementen ons, met de beperkte maar gruwelijke weapons of the weak, betaald worden gezet?

Voor een bezinning op geweld

Share

Ja, Brusselse jongeren hebben gruwelijkheden veroorzaakt. Maar de keten van oorzakelijkheid daar afkappen, is al te gemakkelijk, en ik vrees dat het ook te gevaarlijk is

We zullen voorbij de ontkenning van de verwevenheid tussen wat 'zij' doen en wat 'wij' doen moeten durven kijken. Wat 'wij' doen met onze jongeren in arme wijken, en wat 'wij' doen in andere landen, kan niet volstrekt buiten beschouwing gelaten worden wanneer 'zij' aanslagen plegen. Die verwevenheid betekent dat de hele tegenstelling tussen 'wij' en 'zij', die minstens sinds G.W. Bush gebruikelijk is op het politieke toneel, onrealistisch is.

Laten we dus in ogenschouw houden dat het in het belang van Europese regeringsleiders, maar niet van Europese burgers, is om de keten van oorzakelijkheid af te kappen voorbij 'gefrustreerde en geradicaliseerde jongeren uit Molenbeek'. Dat is in hun belang, omdat het hun beslissingen zijn die terroristen als reden voor hun daden aanvoeren. En zo is het ook in hun belang te spreken over 'lafaards', 'gekken' en 'barbaren' - premier Michel sprak zelfs over "de meest extreme barbarij". Afgezien van de vraag of je laf of toch ergens moedig moet zijn om jezelf op te blazen, en afgezien van het feit dat tegen gekken geen enkele preventie helpt, is zulke taal tekenend voor een oppositioneel denken dat de ander als minderwaardig beschouwt, als barbaars. En wie vecht met barbaren, heeft recht op ongelimiteerd geweld.

Precies die claim op geweld is een garantie voor nieuwe aanslagen in Europa. Want terrorisme werkt via de reactie erop, en de terrorist gokt op een overreactie, die zijn zaak legitimiteit verschaft. Het schoolvoorbeeld uit de recente geschiedenis is de overreactie op 9/11. In reactie op terreuraanslagen begonnen de VS, samen met een coalition of the willing die onder meer uit West-Europese landen bestond, oorlogen tegen twee soevereine landen. Uit de chaos die toen gecreëerd is in Irak is uiteindelijk IS ontstaan - net zoals de man achter 9/11, Bin Laden, was ontstaan uit de chaos die eerder in Afghanistan was gecreëerd toen daar de Koude Oorlog uitgevochten werd.

Konden we de huidige chaos zien aankomen? De specialist zal zeggen dat dat extreem moeilijk is. Maar miljoenen mensen kwamen in 2003 op de been om te demonstreren tegen de op handen zijnde oorlog in Irak. Een van de belangrijkste argumenten van de demonstranten was toen dat de geschiedenis leert dat militaire interventie tot chaos leidt, met alle kwalijke gevolgen van dien. Dus laten we niet doen alsof niemand zag aankomen dat geweld ook onze kant op zou kunnen komen. Al diegenen die zich tegen ons eigen militarisme keerden, maakten en maken duidelijk dat dit geweld niet los te zien is van onze eigen politieke keuzes.

Dus ja, Brusselse jongeren hebben gruwelijkheden veroorzaakt. Maar de keten van oorzakelijkheid daar afkappen, is al te gemakkelijk, en ik vrees dat het ook te gevaarlijk is. Als Europese regeringsleiders de gruwelijkheden in Brussel direct zien als bevestiging van het idee dat Europa in oorlog is, dan geven ze toe dat ze niet bereid zijn voorbij ongelimiteerd geweld te denken. Zelfs aan de oorlogen in Afghanistan en Irak ging geen officiële oorlogsverklaring vooraf.

En nu lijkt het frame van de war on terror, die zonder einde is, algemeen te worden. Maar wat we mogen verlangen van onze regeringsleiders is niet de bereidheid tot permanent geweld. Wat we mogen verwachten is een bezinning op de politieke keuzes die we maken inzake het gebruik van geweld, en op de gevaren die die keuzes met zich mee brengen voor onszelf. En laten we beginnen met de weigering van de oorlogstaal, die taal die de voortzetting van geweld zonder einde behelst.

Nee! Wij zijn niet in oorlog. Die weigering is tevens de eerste stap die Europeanen kunnen nemen naar een realistische bescherming van henzelf.

Meer opinie? Krijg elke woensdag en zondag onze Opiniemakers nieuwsbrief.

cult

zine