Opinie
Pascal Debruyne en Sigrid Vertommen

Kunst is vrij, net daarom kan ze de maatschappij een spiegel voorhouden

Pascal Debruyne en Sigrid Vertommen zijn verbonden aan de Middle East and North Africa Research Group (MENARG) van de Universiteit Gent.

1 Een beeld uit de voorstelling van Miet Warlop. ©Reinout Hiel

De kunsten hebben een sterke autonomie verworven. Ze moeten aan weinig externe eisen en dogma's beantwoorden. Dat kunnen we enkel toejuichen. Kunst "moet" niks zijn, en "moet" vooral niks doen. De kunstpraktijk is vrij, de geesten zijn vrij. Daardoor kan men de maatschappij in al zijn geledingen een spiegel voorhouden, of ook niet, een sociaal doel nastreven zoals de sociaalartistieke praktijk of niet.

Die autonomie versterkt de democratie en de samenleving. Zowel het beknotten van de politieke positie van de kunsten, het misbruik van kunst als oplapmiddel voor andere doeleinden, als het beperken van de autonomie om vorm te geven aan kunst, is problematisch. Maar wat als kunstenaars "politieke keuzes" maken die ook anderen schade kunnen toebrengen? Moeten we ons dan allen hullen in stilte wanneer kunstenaars de politieke arena betreden? "Israël-Palestina" is zo'n politieke arena.   

Share

'If you are neutral in situations of injustice, you have chosen the side of the oppressor', zei aartsbisschop Desmond Tutu van Zuid-Afrika. Dat geldt onverminderd eens je de politieke arena van Israël-Palestina betreedt

Boycot/Vrijheid

Bart Eeckhout meent dat de BDS-campagne (BACBI bij ons) die oproept voor een economische, culturele en academische boycot van Israëlische instituties, dwang zet op de vrije meningsuiting. De BACBI zou als dusdanig een culturele consensus opleggen aan de kunsten. Dat zou de vrijheid van de kunstenaars beknotten. Omdat je kunstenaars en organisaties wijst op bestaande machtsverhoudingen, feitelijke mensenrechtenschendingen en met hen in democratisch conflict gaat via een boycotpositie, installeert zich een consensus over wat kunst moet zijn? Even terug naar de feiten.

Kunstenhuis Campo koos met Miet Warlop deel te nemen aan het Israëlisch kunstenfestival, een van Israëls culturele paradepaardjes. Enkele mensen uit de kunstenwereld en academie wezen Campo op de mensonterende situatie in Israël-Palestina en de strategie van boycot. Die strategie wordt verdedigd door de BDS-beweging, de grootste geweldloze civiele coalitie in Palestina. 

Het stond Campo vrij om naar Israël te gaan. Het staat BDS-campaigners vrij om daar niet mee akkoord te gaan door te wijzen op de nood aan internationale solidariteit met Palestina. Of impliceert "de kunst" dat we vooral moeten zwijgen als maatschappij wanneer kunstenaars "politieke keuzes" maken? Is dat de autonomie van de kunsten: een liberale consensus of vrijheidsideologie waarbij we elkaar vooral met rust moeten laten? 

Share

'Wie ervoor kiest om Israël cultureel te boycotten, gaat het debat niet uit te weg, maar probeert om meer rechtvaardige machtsverhoudingen te scheppen in het debat tussen de kolonisator en de gekoloniseerde'

Wat wordt er geboycot? Niemand werd beknot in zijn kunstenpraktijk, noch in het vrije denken en handelen. Er werd wel een democratisch conflict gelanceerd over de politieke keuze van Campo, dat inging op een uitnodiging van een door Israël gesubsidieerd festival, dat tracht het imago van Israël op te poetsen. "Hasbara" heet dat. De boycot is niet gericht tegen kunstenaars en wetenschappers. Waar haalt men die "feiten"? De BDS-campagne boycot "instituties" die door Israëlisch geld worden gesubsidieerd. Precies het boycotten van individuen wordt 'uitdrukkelijk' vermeden. Daarom steunen ook sommige progressieve Israëli's de BDS-campagne.   

Waarom de keuze voor een geweldloze boycot? Omdat de boycotcampagne groot succes had in Zuid-Afrika tijdens het Apartheidsregime. In Zuid-Afrika had de boycot pas na 35 jaar effect. In Palestina is het effect er al tijdens het eerste decennium. Israël stemde recent een wet - ook de VS trouwens - om BDS'ers buiten de wet te stellen. Na 67 jaar van andere strategieën die flopten, is de BDS een succesvolle strategie. Na het sluiten van de Oslo "vredesakkoorden" in 1994 tussen de PLO en Israël werd het Heilige Land overspoeld door een stortvloed aan 'goedbedoelde' academisch-culturele initiatieven - gesponsord door Israël en de internationale gemeenschap - die het samenleven tussen Joods-Israeli's en Palestijnen moest bevorderen, strevend naar een duurzaamtoekomstperspectief.

Het resultaat na 20 jaar "Oslo-vrede" is gekend. Gaza is een door oorlogsbombardementen verwoeste openluchtgevangenis waar 1,8 miljoen Palestijnen in erbarmelijke omstandigheden overleven. Palestijnen in Israël zijn structureel gediscrimineerde tweederangsburgers in een Joodse Staat. Op de Westelijke Jordaanoever bevolken meer dan een half miljoen Israëlische kolonisten ongeveer 125 illegale nederzettingen en 100 outposts. Om nog maar te zwijgen van het aantal checkpoints, bypasswegen, uitkijktorens en Apartheidsmuren die in tijden van "vrede" onder "links" op Palestijnse grond werden gebouwd.

De logica is telkens dezelfde: de accumulatie van zoveel mogelijk Palestijns land door Israël, de systematische decimering van de Palestijnse bevolking en de vernietiging van haar infrastructuur, geschiedenis en cultuur. De vraag is dus "what's left for them?" en evenzeer "what's left for us?". In die zin impliceert 'gaan' wel desolidariseren van de BDS en de grootste civiele coalitie in Palestina.

Boycotten of het debat aangaan?

Eeckhout lanceert hier een pertinent valse tegenstelling. Wie ervoor kiest om Israël cultureel te boycotten, gaat het debat niet uit te weg, maar probeert om meer rechtvaardige machtsverhoudingen te scheppen in het debat tussen de kolonisator en de gekoloniseerde. Israëls culturele en academische instellingen zijn misschien niet altijd rechtstreeks verantwoordelijk voor de Israëlische bezettingspolitiek, maar onrechtstreeks zijn ze dat wel, door stilzwijgen en door medeplichtigheid in het witwassen, legitimeren van Israëls gruwelijke schendingen van het Internationaal Recht. 

Er wordt vaak geargumenteerd dat dit een complex conflict is. Het is vooral complex voor iedereen die "daar" zijn rechten verliest, van rechten wordt ontdaan, of van zijn/haar leven waarop Palestijnen blijkbaar geen recht hebben. De bijdrage van Bart Eeckhout is een parochiaal stuk dat inspeelt op "onze vrijheid" en "onze kunsten". Hebben we echt geen enkele verantwoordelijkheid tegenover de vrijheid van Palestijnen, en hoe Israël cultuur en kunst misbruikt?

"If you are neutral in situations of injustice, you have chosen the side of the oppressor", zei aartsbisschop Desmond Tutu van Zuid-Afrika. Dat geldt onverminderd eens je de politieke arena van Israël-Palestina betreedt. Maar het is duidelijk dat dialoog en debat hierover in de kunstensector prangend is, alleen al om onze eigen muren te slopen.

nieuws

cult