Column
Paul De Grauwe

Jawel, er bestaan vermogensbelastingen die de middenklasse sparen

Topeconoom Paul De Grauwe, professor aan de London School of Economics, schrijft wekelijks over mens, wereld en economie. Hij schrijft over de moeilijke zoektocht naar een vermogensbelasting.

©Tim Dirven

Het sociaal-economische programma van de regering-Michel botst op hevig verzet. Van miljoenen mensen worden inspanningen gevraagd. Ze zullen over minder koopkracht beschikken en langer moeten werken. Over de economische noodzaak hiervan kan er onder verstandige mensen onenigheid bestaan. Het probleem is niet zozeer de inhoud van dit programma, wel de perceptie dat de verdeling van de inspanningen niet fair is. En dat zit vele mensen dwars. Ook diegenen die zich kunnen vinden in grote delen van dit programma.

De perceptie dat de verdeling van de lasten niet rechtvaardig is, heeft veel te maken met de weigering van de coalitie om de grote vermogens mee te betrekken in de financiering van de maatregelen om de concurrentiekracht van de ondernemingen te verbeteren. De recente belastingschandalen hebben de perceptie dat heel rijke Belgen de dans van de besparingen ontspringen extra aangedikt.

De regering moet iets doen aan die perceptie, anders riskeert ze ten onder te gaan aan het oordeel van velen: dat ze de belangen dient van de top 1 procent van de Belgische bevolking. Een vermogensbelasting - of als alternatief een vermogenswinstbelasting - is essentieel indien deze regering haar programma wil stoelen op een brede maatschappelijke consensus.

Progressieve vermogensbelasting

Share

De recente belastingschandalen hebben de perceptie dat heel rijke Belgen de dans van de besparingen ontspringen extra aangedikt

De kritiek van de schaduwpremier dat een vermogensbelasting de noodzaak aan saneringen niet zal opheffen, mag misschien waar zijn, maar doet niet ter zake. Het probleem is niet zozeer hoeveel extra inkomen een vermogensbelasting zou kunnen ophalen. Zo'n belasting is de enige manier om het saneringsprogramma van deze regering maatschappelijke draagkracht te geven.

Gwendolyn Rutten, voorzitster van Open Vld, wil niet meestappen in een vermogensbelasting omdat ze vreest dat het opnieuw de middenklasse is die het gelag zal moeten betalen. Ik begrijp haar vrees. Nochtans bestaan er formules van vermogensbelastingen die de middenklasse sparen en de aandacht op de topvermogens richten.

Sarah Kuypers en Ive Marx van het Antwerpse Centrum voor Sociaal Beleid hebben gegevens verzameld over de vermogens in België. Hieruit blijkt dat 95 procent van de huishoudens een nettovermogen heeft van minder dan 1 miljoen euro. Als een huishouden dus een vermogen heeft van 1 miljoen of meer, dan zit het in België in de top 5 procent. Mijn voorstel voor een vermogensbelasting - dat ik in een eerdere column reeds heb gedaan - bestaat erin de eerste 1 miljoen niet te belasten (en dus 95 procent van de bevolking te ontzien), en dan naarmate het vermogen uitstijgt boven de 1 miljoen een stijgend tarief toe te passen.

Bijvoorbeeld 0,5 procent op de vermogensschijf tussen 1 en 5 miljoen, 1 procent op de schijf tussen 5 en 10 miljoen en 2 à 3 procent op de vermogens daarboven. Maar dat is maar een voorbeeld. Het punt is dat zo een vermogensbelasting progressief moet zijn.

De vrees van Gwendolyn Rutten dat de middenklasse zal worden getroffen, kan door zo'n progressieve vermogensbelasting worden opzijgeschoven. Het is dus mogelijk een vermogensbelasting in te voeren die de middenklasse ontziet en die een maatschappelijk draagvlak voor het saneringsbeleid biedt.