Column
Julie Cafmeyer

Ik zeg haar zo meegaand mogelijk: “Sorry. Echt, sorry”

1 Julie Cafmeyer © RV Jitske Nap

Julie Cafmeyer is columnist bij De Morgen

Ik zit in de wachtzaal van het stadskantoor in Antwerpen om mijn identiteitskaart te vernieuwen. Ik heb een papiertje in mijn handen met nummer 35. Onder het nummer staat: 'Niemand wacht graag.' Ik vind het een mooie empathische boodschap. Niemand wacht graag, maar het hoort erbij. Iedereen wacht constant: op een kus, een omhelzing, een vakantie, een sherry, de zon of een beetje seks.

Ik lees verder: 'Word vandaag nog orgaandonor en red acht levens. Vraag ernaar aan het loket.'

Het is nu aan nummer 35 en op weg naar het loket besluit ik acht levens te redden.

Heel verveeld en geïrriteerd zegt de loketbediende: "Pasfoto alstublieft."

Ik zie op haar naamkaartje dat ze Katrien heet en merk aan haar apathische gezichtsuitdrukking dat ze op deze dag minder wereldverbeterende ambities heeft dan ik.

nieuws

cult