Guillaume
GUILLAUME VAN DER STIGHELEN

Ik kan alleen maar wenen nu

3 © EPA

Guillaume Van der Stighelen is columnist en auteur van 'Echt' en van 'Maak van je merk een held'.

3 © Bob Van Mol
Share

Tranen. Voor al die mannen en vrouwen die vandaag in hun werkkamer naar hun tekenblad zitten te staren. Geen helden, geen strijders. Gewoon tekenaars en grappenmakers. Gevoelloos beroofd van het mooiste wat een mens kan bezitten: zijn onschuld

Het was mijn droom: cartoonist worden. Ooit. Het was in mijn ogen het hoogste van het hoogste. Een wereld samenvatten in een paar regels met wat woorden erbij. In een klein café in Antwerpen lag een stencil met een strip over een man die telefoneert met een banaan. Getekend: Kamagurka. Nooit van gehoord. Maar oneindig grappig voor die tijd, en lelijk genoeg getekend om mij te doen denken dat ik het ook kon.

Het is ook bijna gelukt. Ik heb een factuur uit 1980 die ik nog steeds bewaar als een relikwie. Van deze krant, De Morgen, die mij vijfhonderd frank betaalde voor een tekening. Over de inleveringen die werknemers moesten doen, want het was crisis. En over de werkloosheid die in de ogen van het establishment een zelfgezocht probleem was. Toen al.

Ik heb met Erik Meynen voor De Neus getekend, denkend dat Pjotr zijn voornaam was. Ik heb samen met Quirit en Zak De Zwijger mogen opstarten. In een bovenkamer van café Het Goudblommeke in Papier in Brussel. Ook voor de eerste Flair heb ik getekend. Het zijn die twee hoofdredacteuren, Johan Anthierens en Wiel Elbersen, die alvorens te vroeg te sterven de mensheid een dienst bewezen door mij er op te wijzen dat ik niet goed genoeg was. Te weinig talent. Ze hebben mij de reclame ingestuurd, waar de eisen lager zijn en de lonen hoger.

Maar het bleef mijn droom cartoonist te zijn.

In grote vergaderzalen vol mensen met pakken en dassen waar uren en dagen werd gepalaverd over moeilijke woorden uit het Engels doodde ik de tijd door grappige tekeningen te maken. Niet te groot, want de indruk moest bewaard blijven dat ik met aandacht noteerde wat er gezegd werd. Mensen uit het marketingdepartement hebben altijd een zwak gehad voor iemand die hun woorden ernstig neemt.

Intussen ontstond er een hele generatie cartoonisten en ik was er niet bij. Maar ik volgde fanatiek. De grote vernieuwing kwam uit Parijs. Reiser was alles wat ik wilde zijn en niet was. Gros dégueulasse. Brutaal en genadeloos met een eindeloze liefde voor de mens en zijn tekortkomingen. Tekenend met dikke spatten alsof het er allemaal niet op aan kwam, maar elke spat zat op zijn plaats en deed pijn. Toen hij stierf schreef Kama: "Ik wist dat hij op krukken liep, ik wist niet dat zijn oksels al zo rot waren." Meedogenloze tederheid, ook voor elkaar.

Er was Claire Bretécher, die mij meer inzicht heeft gegeven in het mysterie vrouw dan Simone de Beauvoir en Betty Friedan samen.

En er was Wolinski.

Hij kon niet alleen prachtig blote wijven tekenen, hij kon ze laten neuken met dommekloten die op mij leken. Vergeef mij de uitdrukking, maar het doet pijn. Het doet zo'n pijn te denken dat hij en zijn collega's werden afgeslacht. Om geen andere reden dan dat grote talent, dat ik nooit heb gehad. Ik kan alleen maar wenen nu. Tranen. Voor al die mannen en vrouwen die vandaag in hun werkkamer naar hun tekenblad zitten te staren. Geen helden, geen strijders. Gewoon tekenaars en grappenmakers. Gevoelloos beroofd van het mooiste wat een mens kan bezitten: zijn onschuld.

Putain de merde.

3 "Wolinski kon niet alleen prachtig blote wijven tekenen, hij kon ze laten neuken met dommekloten die op mij leken." © Wolinski
Dossier Guillaume Van der Stighelen
Dossier Guillaume Van der Stighelen

Schrijvende medemens Guillaume Van der Stighelen en marktonderzoeker Jan Callebaut schrijven om beurten de column op vrijdag.

Lees alle artikels