Column

Ik durf te betwijfelen dat gerechtsdeurwaarders geen boemannen zijn

Guido Everaert is blogger, columnist en consultant.

1 © Karin De Bruyn
Share

Er is helaas een tijd geweest dat ik gerechtsdeurwaarders meer zag dan mijn lief

Guido Everaert

Een tijdje geleden deed hij het weer. Cain Ransbottyn kwam in het nieuws omdat hij weigerde een boete te betalen en het eindresultaat was dat een gerechtsdeurwaarder zijn meubeltjes en bezittingen kwam inventariseren om desnoods gerechtelijk te verkopen.

Onze schelm heeft het allemaal vrolijk creatief opgelost door vrienden uit te nodigen op een etentje of een feestje, in ruil voor een donatie. Speels, plezant, ongehoorzaam. Hij kan dat, omdat hij enerzijds het geld  wel heeft maar  anderzijds ook door het netwerk  van vrienden dat hem omringt. Het siert hem ook dat hij de overschot niet opsoupeert maar doneert aan het slachtofferfonds.

Maar hoe zit het met de velen die, dag in dag uit geconfronteerd worden met gerechtsdeurwaarders, en niet in staat zijn tot dat soort fratsen? Er is helaas een tijd geweest dat ik ze ook meer zag dan mijn lief. Het behoort tot de meest deprimerende mijner herinneringen, en ik hoop dat ze voorgoed achter mij mag blijven. Ik blijf het een kwalijk gegeven vinden.

De eerste oorzaak. Je krijgt een gerechtsdeurwaarder pas op bezoek als alle andere 'normale middelen' uitgeput zijn om een rekening betaald te krijgen. In vele gevallen gaat men er gewoon van uit dat het slechte wil is. Je wil niet betalen! Meestal ligt het een stuk éénvoudiger. Je kunt niet betalen! Zo simpel is het, het geld is er niet. Aanmaningen, en aangetekende schrijvens voegen daar meteen een flinke schep bovenop, maar dat is een peulschil als je kijkt wat er gebeurt eens zo'n gerechtsdeurwaarder aan de slag gaat.

Bloedgeld
Let wel, ik denk dat het noodzakelijk is dat er een instantie over waakt dat die schuldinning, of het onvermogen daartoe officieel vaststelt. Het heeft juridische consequenties, en er zal wel van alles gebeuren achter de schermen, om de enormiteit van het ereloon, het bloedgeld volgens sommigen, de commissie van zo'n man te betalen. Wat ik ook weet, is dat het niet van aard is om het probleem te doen verdwijnen. Het maakt het meestal alleen maar groter.

Ik heb er ooit eens één horen zeggen op een radioprogramma, dat ze geen boemannen zijn, maar zoeken naar een bevredigende oplossing voor alle partijen. Ik durf dat te betwijfelen. Het is een straatje zonder einde.

De onderhandelingen met die mensen benaderen het niveau van tapijtverkopers. Als je zegt dat je de helft kunt betalen, duwen ze je in de richting van twee derde. Als je zegt dat je 10% kunt betalen, als teken van goede wil, dan is dat onvoldoende en gaat de procedure gewoon door.  Of er wordt gewerkt met onrealistische afbetalingen en/of moordende interesten of dwangsommen.

Uiteraard zijn er uitzonderingen, verstandige, charmante mensen zelfs, maar door de band valt dat zwaar tegen. Dat begrijp ik ook. Als je honderd individuele gevallen op een dag moet behandelen, dan kun je kaf van koren niet scheiden, dan moet je vooral efficiënt zijn. Maar achter elk zo'n schuldverhaal schuilt wel meestal een persoonlijk drama.

Het ultieme drukkingsmiddel, wat Cain nu ook ondervonden heeft, is de inventaris van de boedel. Op zich al een  redelijk vernederende procedure, een beetje lachwekkend ook, als zo'n man aanbelt, met een diender en een slotenmaker (just in case). Ontroerend ook, met dat kleine typmachientje en de velletjes carbon. En geen van allen die zich een houding weet te geven, omdat ze er ook mee verveeld zitten. Vormelijk en defensief, alsof ze aanvoelen dat dit het ook niet helemaal is. Er is dus nog hoop.

Inboedel
En dan gaan ze aan de slag. Ze noteren wat er van waarde is. Het is al dikwijls gezegd. Arme mensen hebben een grote TV omdat dat de enige vorm van amusement is die ze zich kunnen veroorloven.  Ik stel de vraag, maar zou het niet kunnen dat mensen die niet in staat zijn om hun rekeningen te betalen, ook niet over echt mooie spulletjes beschikken? Of dat de spullen die ze hebben misschien voor een ander niet zo heel erg veel waarde hebben?  Je kunt je de vraag stellen wat de meerwaarde is van zo'n oplading.

In mijn geval is het bovendien altijd erg praktisch geweest, het enige wat ik van waarde bezat in die tijd, waren mijn boeken. Laat dat nu net een artikel zijn dat niet veel opbrengt... een lot boeken! Jammer.

Je ontwricht een gezin, je ontneemt ze kleine simpele dingen, die voor hen betekenis hebben, maar verder bijna geen marktwaarde opleveren, en je gaat dat dan eens openbaar verkopen waarbij je een opbrengst binnenhaalt die in veel gevallen nog geen tiende is van het geëiste bedrag.

Wat is het gevolg daarvan? Getraumatiseerde schuldenaars, gefrustreerde schuldeisers, en een gerechtsdeurwaarde die er in eerste instantie voor gezorgd heeft dat zijn werkingskosten gedekt zijn. Het gezin in kwestie raapt de brokken van een miserabele leven weer op en timmert met de moed der wanhoop aan het volgende stukje van de weg. Hopend op beterschap.

Tot er weer een nieuwe aanmaning in de bus valt, van een andere, die komt kijken of er nog iets te halen valt. Neen, echt vrolijk word je er niet van.

Meer opinie? Krijg elke woensdag en zondag onze Opiniemakers nieuwsbrief.

cult

zine