opinie
Liesbeth D'Hoker

Hoe komt het toch dat die heerlijk onstuimige tieners zo overtuigd zijn van deze misvattingen?

Liesbeth D'Hoker studeerde taal- en letterkunde aan de UGent en werkt als leerkracht secundair onderwijs.

2 ©BELGA

Zoals veel van mijn collega's heb ik de voorbije dagen heel wat examens en schrijfoefeningen verbeterd; ik las er onder meer dat Geert van Istendael de taalnorm zo belangrijk zou vinden "omdat vreemdelingen en vluchtelingen zich moeten aanpassen aan de normen van onze maatschappij", dat de aanslagen van 22 maart in Brussel de schuld zijn van "de moslims" en dat diezelfde groep verantwoordelijk is voor onze taalvariatie. Dat het laatste veeleer iets positiefs is, laat ik hier even buiten beschouwing.

Share

Bovendien kwamen deze schrijfsels vaak uit onverwachte hoek, van jongeren die ik als evenwichtige, ruimdenkende en allesbehalve haatdragende 16- en 17-jarigen ervaar

In tal van schrijfoefeningen penden mijn leerlingen te pas en helaas nog vaker te onpas over vreemdelingen, moslims, vluchtelingencrisis, terrorisme... Bovendien kwamen deze schrijfsels vaak uit onverwachte hoek, van jongeren die ik als evenwichtige, ruimdenkende en allesbehalve haatdragende 16- en 17-jarigen ervaar. In de tien jaar dat ik inmiddels in mijn lessen met jongeren over taal en via taal over de wereld nadenk, zag ik dergelijke ideeën nooit in die mate en zo nadrukkelijk naar boven komen.

Het stemt me treurig te zien dat de retoriek van de angst en het vijanddenken zich reeds een weg gebaand hebben in hun nog jeugdige systeem, in hun jonge elastische geest.

Kort geleden verscheen nog een artikel waarin belicht werd hoe zwaar Vlaanderen de moslimpopulatie overschat. Belgen denken dat er op 100 burgers 29 moslims zijn, terwijl het in werkelijkheid maar om 6 procent gaat. De output van de schrijfopdrachten die op mijn werktafel liggen, bevestigt dat deze misvatting ook bij deze jongeren sterk leeft.

Cynisme

Hoe komt het toch dat die heerlijk onstuimige tieners zo overtuigd zijn van deze misvattingen, dat het vijanddenken reeds ontkiemt in hun gedachten? Populistische partijen mikken met hun propaganda niet alleen op de stemgerechtigde grote gemene deler maar hebben ook een jong publiek voor ogen, dat ze - zo blijkt - heel goed weten te bespelen.

Liesbeth D'Hoker. ©RV

Ze bedienen zich van een cynisch discours dat ze bij voorkeur verspreiden via vluchtige media als Twitter en Facebook. Denk maar aan de recente hashtagstunt van Theo Francken en de zijnen. Dit cynisme verspreidt zich snel en lijkt aan de oppervlakte onschadelijk. Zowel de cynische opmerking - het was maar een grapje - als de houdbaarheid van berichten op sociale media, laten bovendien toe de dans te ontspringen wanneer nodig, en dat terwijl het kwaad al is geschied. Er ligt een vers laagje eelt over de geest, de angst en de haat zijn weer gevoed, de kloof met het 'vreemde' uitgedijd.

De weekendeditie van De Morgen had het nog over de strategische communicatie, het pimpen van cijfers en feiten, het duidelijk negatief belichten van asiel en migratie als iets slechts dat vermeden moet worden. En ook nu weer - dit stukje is gepend en de actualiteit noopt me tot een naschrift. Kerststallen en handdrukken; Zürich, Ankara en Berlijn. De molen van opbod, recuperatie en polarisering blijft malen: tradities heten bedreigd, rechts schrijft de doden op het conto van iets minder rechts.

Misschien moet ik tot mijn spijt besluiten dat de negatieve retoriek werkt en kan dat gedeeltelijk verklaren waarom zoveel jongeren nogal ongepolijste stellingen aan het examenpapier toevertrouwden, waarom variatie en diversiteit a priori als slecht en te vermijden worden gecategoriseerd.

Share

Misschien moet ik tot mijn spijt besluiten dat de negatieve retoriek werkt en kan dat gedeeltelijk verklaren waarom zoveel jongeren nogal ongepolijste stellingen aan het examenpapier toevertrouwden

Al wil ik ook de kanttekening maken dat heel wat jongeren - ook al volgen ze een aso-richting - veeleer taalzwak zijn, wat niet helpt als je in een schrijfoefening je gedachten vorm moet geven. Taal is er bovendien niet alleen om gedachten vorm te geven, het werkt ook andersom; taal vormt gedachten, taal bepaalt de gradaties en schakeringen van de gedachten; je moet met andere woorden taalvaardig zijn om genuanceerd te kunnen denken.

Als beleidsmakers het taalonderwijs weigeren au sérieux te nemen en het curriculum haast herleiden tot functionele taalvaardigheid - want als ze een sollicitatiebrief kunnen schrijven is het allang goed -; als de globale insteek is: 'weg met literatuuronderwijs' en bij uitbreiding nuancering - alles moet meer afgestemd op de bedrijfswereld nietwaar - dan doe je onrecht aan de jonge generatie, dan tref je ze in hun achilleshiel, hun elastische open geest.

En op mijn donkerste dagen zou ik durven denken dat dit eerder strategie dan toeval is.

nieuws

zine