opinie
ROGIER DE LANGHE

Het statuut van zelfstandige is zo precair dat mensen liever opgesloten zitten in een gouden kooitje

Rogier De Langhe (1982) is economiefilosoof aan de UGent.

1 Rogier De Langhe. ©rv
Share

In plaats van ons suf te piekeren over de vraag hoe we in godsnaam een duffe bediendejob werkbaar maken, zouden we ons ook kunnen bezighouden met de vraag hoe we de sociale positie van zelfstandigen in onze maatschappij kunnen verbeteren

Uit een studie van de Antwerp Management School blijkt dat één op de drie zijn werk niet zinvol vindt. Zelfstandigen scoren een pak beter. Volgens de bonden is het de verantwoordelijkheid van overheid en werkgevers om te zorgen voor 'werkbaar werk'. Ze willen werknemers en arbeiders de lusten van een zelfstandige geven, zonder de lasten.

Dat is ten eerste niet eerlijk tegenover echte zelfstandigen, die wel de lasten dragen, en ten tweede lijkt het gedoemd om te mislukken. Het is mij een raadsel hoe complexe emoties zoals autonomie, zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en eigenaarschap te voorschijn kunnen worden getoverd op plekken waar die nog niet zijn, laat staan ze in precieze, afdwingbare regels te gieten zijn.

In plaats van ons af te vragen waarom al dat werk plots niet meer werkbaar is, vragen we ons misschien beter af waarom die mensen die dat vinden niet gewoon zelfstandig worden. Door de ongelijke verdeling van sociale privileges is er in onze samenleving een heel grote incentive om voor overheden en grote bedrijven te werken. Ambtenaren en werknemers van grote bedrijven hebben bijvoorbeeld veel meer kans om op brugpensioen te mogen gaan. Dat wie op de gebaande paden blijft veel privileges geniet, is mooi.

Het perverse neveneffect is dat daardoor de kost om je eigen weg te gaan bijzonder hoog is. Cijfers tonen bijvoorbeeld dat Belgen wel degelijk ondernemen, maar dat veelal doen van binnen de muren van bestaande, grote organisaties (intrapreneurship).

Eigenlijk wel triestig toch? Het statuut van zelfstandige is blijkbaar zodanig precair dat mensen nog liever opgesloten zitten in een gouden kooitje dan voor zichzelf te beginnen. Door de vraagstelling te veranderen, komt de discussie over werkbaar werk op een realistischer spoor: creëer werkbaar werk voor werknemers en arbeiders door hun kooitje open te zetten, en dus het zelfstandigenbestaan aantrekkelijker te maken. In plaats van ons suf te piekeren over de vraag hoe we in godsnaam een duffe bediendejob werkbaar maken, zouden we ons ook kunnen bezighouden met de vraag hoe we de sociale positie van zelfstandigen in onze maatschappij kunnen verbeteren.

Ook dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar niet onmogelijk. Zelfstandigen steek je niet zomaar in statuten want dan worden het weer werknemers. De uitdaging is hen te beschermen zonder hun vrijheid te belemmeren om risico's te nemen. De Amerikaanse linkerzijde heeft daarom de discussie geopend over basisrechten. Dat zijn rechten die niet verbonden zijn aan een statuut, maar aan een persoon. Het is alvast ook de piste van Elizabeth Warren, mogelijke running mate van Hillary Clinton. De bedoeling is dat de statuten de mensen volgen, in plaats dat de mensen gevangen zitten in de statuten.

In één beweging komt zo ook een oplossing in zicht voor de sociale uitdagingen van de deeleconomie. Steeds meer zelfstandigen zijn vandaag immers freelancers. Zij vallen tussen twee stoelen, noch werknemer noch werkgever, en zijn daardoor vandaag de grootste slachtoffers van de ongelijke verdeling van sociale privileges. Het feit dat hun aantal niettemin groeit, toont de richting die men uit wil. Tijd voor actie dus. Mensen horen hun leven niet te plannen in functie van de structuren, de structuren horen er te zijn in functie van de mensen.