Opinie
Marc Van Ranst

Het moet gedaan zijn met gratuite racistische toogpraat door ministers

Marc Van Ranst is hoogleraar aan de KU Leuven.

2 Jan Jambon. ©Photo News
Marc Van Ranst. ©rv
Share

'Indien Jambon niet met keiharde bewijzen op de proppen kan komen, dan moet hij zich excuseren. Of beter nog: wees Galant, meneer Jambon'

Marc Van Ranst

Het is stuitend dat een Belgische vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken in de zaterdageditie van De Standaard zegt dat "een significant deel van de moslimgemeenschap op straat danste na de aanslagen" op 22 maart, zonder daar ook maar enig bewijs of beelden van te hebben. Reeds op 30 maart had Jan Jambon (N-VA) in Den Haag, op een conferentie van het 'Centrum Informatie en Documentatie Israël' (CIDI), reeds gezegd dat er "in bepaalde wijken in Brussel straatfeesten, geen rouwplechtigheden, waren. Straatfeesten!". En van deze uitspraak van Jambon zijn er wel beelden. (Het filmpje van de toespraak van Jambon in Den Haag is te bekijken op YouTube.)

Meneer Jambon, op 22 maart 2016 waren er in Zaventem en Brussel ook moslims tussen de doden en gewonden. Er zijn beelden van moslims die slachtoffers helpen na de aanslagen. Er zijn beelden van moslims die rouwen op het Beursplein in Brussel. Er zijn beelden van de Belgische Moslimexecutieve die de aanslagen met klem veroordeelt, en van de imams die bloemen neerleggen in Brussel. Er zijn beelden uit Antwerpen van een stille mars van 500 moslims tegen deze terreur. Er zijn overal beelden van een moslimgemeenschap die bedroefd en solidair is.

Minister Jambon, waar zijn dan de beelden op 22 maart van de dansende Belgen van wie u vermoedt dat ze moslim zijn? Waar zijn de bewijzen voor die straatfeesten? Hebt u ook maar enig bewijs voor uw bijzonder stigmatiserende beledigingen? Uw communicatieverantwoordelijke van N-VA Dilbeek, Danny De Brackeleer, ging zelfs nog een stapje verder dan u en zei: "Niet een deel, maar de ganse gemeenschap" danste na de aanslagen. Beseft u ten volle dat uw uitlatingen voor een deel van uw achterban een aanmoediging kunnen zijn tot haat?

Het kan niet dat een minister van Binnenlandse Zaken zulke loze populistische en racistische aantijgingen mag maken, en daarbij moedwillig verschillende delen van onze Belgische bevolking tegen elkaar opzet. Het moet gedaan zijn met gratuite racistische toogpraat door ministers of staatssecretarissen. Of vreest N-VA, na de recente peilingen, nog meer stemmen te verliezen aan het Vlaams Belang, en dienden de extreemrechtse N-VA-leden zaterdag wat extra aandacht te krijgen?

Wanneer minister Jambon vorige zaterdag in het VTM Nieuws het verstoppen van terroristen in Molenbeek eerder ongelukkig vergeleek met de joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken zaten voor de nazi's, was hij er als de kippen bij om zich onmiddellijk te excuseren voor zijn misstap bij Eli Ringer, voorzitter van het Forum der Joodse Organisaties en bij Michael Freilich, hoofdredacteur van Joods Actueel. Maar wanneer minister Jambon de hele Belgische moslimgemeenschap herhaaldelijk schoffeert door te stellen dat een belangrijk deel van hen hun sympathie voor terroristen op 22 maart zou geuit hebben door middel van een straatdansje, dan volgen er geen verontschuldigingen. Indien joodse gevoelens gekwetst worden, heeft Jambon instant berouw. Indien de moslimgemeenschap gekwetst wordt, lijkt het hem veel minder te kunnen schelen.

Liegen mag zelfs een minister niet. Indien Jan Jambon niet met keiharde bewijzen op de proppen kan komen om zijn uitlatingen over op straat dansende moslims op 22/3 te schragen, dan moet hij zich excuseren. Of beter nog, voor één keer: wees Galant, meneer Jambon.