column
ANN DE CRAEMER

Het Italiaans is betoverend melodieus, maar onze taal hoeft niet onder te doen

Ann De Craemer is schrijfster en columniste. Sinds vrijdag ligt het boek 'Heerlijk Helder. Weg met krommunicatie!', dat ze samen met Jan Hautekiet schreef, in de winkel. Bij het begin van de week van de taal pende ze een ode aan haar moedertaal.

1 Schrijfster en columniste Ann De Craemer ©Eric De Mildt

Apenstaartgeneratie. Betoeteren. Cryptokatholiek. Desalniettemin. Erbarmen. Fnuiken. Galmgat. Hagedisvis. Inzwelgen. Jennerig. Kakkestoemeleien. Loensen. Mieters. Nesteldrang. Ombiezen. Pergamijn. Quarantainesein. Rammenassen. Sleutelgatchirurgie. Tierlantijntjes. Uiterwaard. Verdoemenis. Weerlichten. XXL-truck. Yuppificatie. Zegepralen.

U vraagt zich af wat bovenstaande woorden in elkaars gezelschap doen? Voor elke letter van ons alfabet heb ik uit de nieuwe Dikke Van Dale een woord gekozen dat ik niet zou willen missen. Als u ze hardop leest, hoort u misschien net als ik hoe mooi het Nederlands is.

Het Italiaans is betoverend melodieus, klinkt het vaak, maar onze taal hoeft niet onder te doen. Omdat het onze moedertaal is, horen we haar echter niet altijd meer zingen - net zoals een vis niet weet dat hij in het water zwemt.

Share

'Een tweede moeder is precies wat onze taal voor mij is. Ik grijp naar de schoonheid van haar woorden zoals ik vroeger op de arm van mijn moeder naar de glimmende kralen van haar halsketting graaide'

Ann De Craemer

'De taal is niet gans het volk, maar wel het enige vaderland waaruit we nooit kunnen emigreren', schreef ik in mijn allereerste taalcolumn voor De Morgen - inmiddels al meer dan een jaar geleden. De moedertaal als blijvend vaderland: dat is het ouderpaar dat we tijdens deze allereerste Week van het Nederlands vieren.

En een tweede moeder is precies wat onze taal voor mij is. Ik grijp naar de schoonheid van haar woorden zoals ik vroeger op de arm van mijn moeder naar de glimmende kralen van haar halsketting graaide. De taal biedt me een troostende schouder wanneer ze op een herfstige valavond Paul van Ostaijens dichtregel 'Nu is van Kalifornies goud de tijd' in mijn hoofd doet dansen.

De taal kan me ook kwaad maken, omdat ze soms streng is en mij regels oplegt, waardoor ik 'Californisch' en niet 'Kalifornies' moet schrijven.

Zonder moeder worden we geen mens, maar ook niet zonder taal. Ferdinand de Tweede, een Duitse koning uit de 13de eeuw, liet voor een experiment een paar baby's naar het hof komen. Ze werden verzorgd, maar niemand mocht tegen hen spreken. Het resultaat was ontredderend: alle baby's stierven.

Taal is tot onze dood onze moedermelk - laat dat voor deze Week van het Nederlands maar mijn leuze zijn. 'De taal behoort aan de vogels/ik ben te mens om te vliegen', dichtte Gerrit Kouwenaar. Ik ben het niet met hem eens: de taal behoort aan de mens, en er is niets wat ik het voorbije jaar liever heb gedaan dan met mijn lezers boven het landschap van de Nederlandse taal te vliegen.

Van Ann De Craemer en Jan Hautekiet verscheen afgelopen vrijdag het boek Heerlijk Helder. Weg met krommunicatie! (Uitgeverij Polis)

zine