Opinie
Alexander De Becker en Gerrit Dijkstra

Het Duitse Grondwettelijke Hof kon de EU deze week in absolute crisis storten

- Alexander De Becker en Gerrit Dijkstra
3 Het eurostandbeeld aan het ECB-hoofdkwartier in Frankfurt weerspiegelt in een plas op straat. © REUTERS

Prof. Dr. Alexander De Becker is vice-decaan van de faculteit rechten aan de UHasselt en bonder hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Mr. Dr. Gerrit Dijkstra is universitair docent aan de Universiteit Leiden.

3 Alexander De Becker. © franky verdickt
3 Gerrit Dijkstra © rv
Share

Als de Europese Centrale Bank (ECB) een economische beleidsmaatregel zou nemen buiten het eigenlijke monetair beleid, zouden de lidstaten daar hun zeg over moeten kunnen doen

Dinsdag 21 juni verscheen de langverwachte uitspraak van het Duitse Grondwettelijk Hof in de zaak die onder andere door de Duitse CSU-politicus Gauweiler was aangespannen. Gauweiler spande een geding aan omdat hij vond dat de Europese Centrale Bank (ECB) haar bevoegdheden had overschreden bij het Outright Monetary Transactions (OMT) programma (uit 2012). Dit programma houdt in dat de ECB via de nationale Centrale Banken op de secundaire markt staatsobligaties mag opkopen van landen uit de Eurozone die in financiële problemen zijn. Dit is uiteindelijk nooit gebeurd.

Toch is de zaak van opzienbarend belang. Het Duitse Grondwettelijk Hof is zeer terughoudend over de onderwerping van het nationale (Duitse) recht aan het Europees recht. Bij de Verdragen van Maastricht en Lissabon werd met een bang hartje uitgekeken naar het oordeel van het Duitse Grondwettelijk Hof. Het Hof oordeelde autonoom zonder vragen te stellen aan het Europees Hof van Justitie over de conformiteit van het Europees recht met de Duitse democratische en rechtsstatelijke principes zoals vastgelegd in de Duitse Grondwet. In deze zaak stelde het Duitse Grondwettelijke Hof voor het eerst een aantal vragen aan het Hof van Justitie. De vragen kunnen als volgt worden samengebracht: heeft de Europese Centrale Bank wel een monetaire maatregel genomen die binnen haar bevoegdheid ligt? Volgens het Duitse Grondwettelijk Hof was dit op het eerste gezicht niet het geval.

Deze vraag lijkt heel juridisch maar de gevolgen van het antwoord zijn fundamenteel. Als de Europese Centrale Bank (ECB) een economische beleidsmaatregel zou nemen buiten het eigenlijke monetair beleid, zouden de lidstaten daar hun zeg over moeten kunnen doen. Specifiek voor Duitsland is dat van belang omdat het de grootste betaler binnen de EU is. De Europese Centrale Bank kan dat niet als onafhankelijk orgaan beslissen zonder enige vorm van democratische controle. Het Hof van Justitie heeft op de vragen geantwoord dat de Europese Centrale Bank deze beslissing in het kader van haar monetair beleid kon nemen. De antwoorden van het Europese Hof waren duidelijk, de ECB heeft haar bevoegdheden dus niet overschreden.

Share

Het Duitse Grondwettelijk Hof heeft zich geschikt naar de uitspraak van het Hof van Justitie

Afgelopen dinsdag heeft het Duitse Grondwettelijk Hof finaal een uitspraak gedaan in deze zaak. De angst was groot dat het Duitse Grondwettelijk Hof zou oordelen dat de beslissing van de ECB in strijd zou zijn met de Duitse democratische principes. Op een ogenblik dat het Verenigd Koninkrijk een referendum over een Brexit houdt, zou het zeer ongelegen zijn gekomen als het Duitse Grondwettelijk Hof de beslissingen van de ECB in strijd met de Duitse Grondwet had gevonden. Een existentiële EU-crisis dreigde dan.

Het Duitse Grondwettelijk Hof heeft zich geschikt naar de uitspraak van het Hof van Justitie. Het oordeelde dat de Europese Centrale Bank wel degelijk kan beslissen om de Centrale Banken van de lidstaten (en dus ook de Duitse Centrale Bank) toe te staan om schuldbewijzen te kopen als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Die voorwaarden zijn dat de Duitse Centrale Bank (1) een minimumtermijn in acht moet nemen tussen de uitgifte van een schuldbewijs op de primaire markt (als effecten voor het eerst worden uitgegeven) en de aankoop ervan op de secundaire markt (als de effecten al eens zijn verkocht), en (2) zijn besluit om tot dergelijke aankopen over te gaan of de omvang van de voorgenomen aankopen niet op voorhand mag bekend maken. Tevens heeft de Europese Centrale Bank beslist dat de centrale banken slechts kunnen overgaan tot de aankoop van staatsobligaties die zijn uitgegeven door lidstaten die opnieuw toegang hebben tot de obligatiemarkt. Lidstaten waarvan de financiële positie zo slecht is dat zij niet langer in staat zijn zich op de markt te financieren komen dus niet in aanmerking. 

Voor het Duitse Grondwettelijk Hof zorgen deze uitzonderingen ervoor dat er geen werkelijke interventie in de secundaire markten plaatsgrijpt door de beslissing van de Europese Centrale Bank. Toch herhaalt het Duits Grondwettelijk Hof nog even dat dit oordeel impliceert dat de Duitse regering en het Duitse Parlement de verplichting hebben om na te gaan of de genomen beslissingen ook in overeenstemming blijven met de vermelde uitzonderingen. Zij moeten de huidige beslissing gehoorzamen maar zich laten informeren door de Duitse Centrale Bank. 

Op een heikel moment heeft het Duitse Grondwettelijk Hof dus een pragmatisch oordeel geveld dat EU-crisis niet nog verergerde. Of dat toevallig is twee dagen voor het Brexit-referendum weten enkel de rechters van het Duits Grondwettelijk Hof.

Meer opinie? Krijg elke woensdag en zondag onze Opiniemakers nieuwsbrief.

nieuws

cult

zine