Achtergrond

Goed bedoeld, slecht uitgewerkt: co-ouderschap blijkt toch geen mirakeloplossing

Pendelen tusen mama en papa

"Wie als kind voortdurend van vader naar moeder verhuist, is minder geneigd om zelf te trouwen." De vaststelling van VUB-onderzoekster Lindsay Theunis doet de discussie over co-ouderschap als voorkeursverblijfsregeling weer oplaaien. Is dat nu wel de beste oplossing?

De ene week bij mama, de andere week bij papa. Steeds meer kinderen van gescheiden ouders komen in een verblijfregeling als deze terecht. Jeugdrechters werken dat mee in de hand: die kijken sinds 2006 in de eerste plaats naar de mogelijkheden van co-ouderschap, met een gelijkmatig verdeeld verblijf. Die voorkeur volgt na vele jaren waarin het delen van kinderen een uitzondering was: het was de moeder die aan het langste eind trok, tot groot ongenoegen van de vader.

Recente cijfers over co-ouderschap in ons land zijn er niet. Uit het 'Scheiding in Vlaanderen'-onderzoek bleek dat in 2009 36,6 procent van de 0- tot 12-jarigen in een regeling als deze zat. "Vandaag gaat het wellicht om de helft", stelt professor sociologie Dimitri Mortelmans (UA). Hij noemt zich een fervent voorstander van co-ouderschap. "Zowel de moeder als de vader worden op deze manier betrokken bij de opvoeding en kunnen een band met het kind ontwikkelen", somt hij de voordelen op. Maar geeft hij toe, er zijn ook nadelen.

Share

Kinderpsychiaters en -psychologen stellen toen dat week/week-regelingen de ontwikkeling van de allerkleinsten kunnen schaden. Peuters en kleuters hebben immers geen goed besef van tijd

Eentje daarvan stond gisteren op de voorpagina van deze krant: kinderen van co-ouders blijken vaker nee te zeggen tegen het huwelijk dan kinderen die bij één ouder wonen. "Het heen en weer reizen en voortdurend afscheid moeten nemen van omgeving en vrienden werken dat waarschijnlijk in de hand", klonk het aan de Vrije Universiteit Brussel. 

Enkele maanden eerder, in april, bleek er nog eennegatief kantje aan co-ouderschap. Kinderpsychiaters en -psychologen stelden toen dat week/week-regelingen de ontwikkeling van de allerkleinsten kunnen schaden. Peuters en kleuters hebben immers geen goed besef van tijd, alarmeerden ze - voor hen kan een week een maand lijken.

"Die perceptie kan in een periode waarin hechting heel belangrijk is de band tussen ouder en kind verstoren", sluit ook Mortelmans zich aan.

Share

We moeten niet van co-ouderschap afstappen. We zouden het alleen veel flexibeler moeten toepassen. Het moet meegroeien met het kind

An-Katrien Sodermans (KULeuven)

Voor de jongsten is het voortdurend verhuizen dus te vermijden. Maar ook de oudere zusjes en broers lijken er niet altijd warm voor te lopen. Onderzoekster An-Katrien Sodermans (KULeuven) stelde vast dat veel adolescenten het switchen niet-leuk vinden.

"Maar dat wil niet zeggen dat we van co-ouderschap moeten afstappen", meent ze. "We zouden het alleen veel flexibeler moeten toepassen. Het moet meegroeien met het kind."

Het is vaak in de rechtbank dat het misloopt, gelooft ze. Veel rechters interpreteren het co-ouderschap als een fifty-fifty-verblijfsregeling. "Dat strookt echter niet met de realiteit waarin het kind zich bevindt."

Sodermans stelt dat de wet uit 2006 goede bedoelingen had, maar dat de uitwerking spaakloopt. "Twee gescheiden maar aanwezige ouders hebben positieve gevolgen voor een kind. Maar alleen als die ouders gemotiveerd zijn en met elkaar overweg kunnen. Is er een hoog niveau van conflict, dan is het nadelig. Wat we nu zien is dat net meer koppels, die bij de rechter terechtkomen omdat ze zelf geen oplossing vinden, richting deze verblijfsregeling worden geleid. Dat kan net voor meer conflict zorgen." (lees verder onder de foto)

Maatwerk

Share

Co-ouderschap kan evengoed als een 70/30- of 60/40-regeling vertaald worden. Voor de band van een kind met een ouder maakt dat geen verschil. Het belangrijkste is regelmatig contact met beiden

Kinderpsychiater Peter Adriaenssens gelooft niet in een ultieme verblijfsregeling. "Het is en blijft maatwerk. Elk kind is anders, elke situatie is dat ook." Hij blijft voorstander van één hoofdverblijfplaats, bij de moeder of de vader.

Ook Sodermans ziet daar niet noodzakelijk nadelen in. "Co-ouderschap kan evengoed als een 70/30- of 60/40-regeling vertaald worden. Voor de band van een kind met een ouder maakt dat geen verschil. Het belangrijkste is regelmatig contact met beiden." Veel van de experts zijn voorstander van een ouderschapsplan zoals in Nederand. In zo'n plan wordt niet alleen de regeling over het verblijf, maar ook de verdeling van de kosten en de taken en de wijze van informatie-uitwisseling vastgelegd. Zo weet niet alleen de ouders, maar ook het kind vooraf waar het precies aan toe is.

"De voorwaarde moet wel zijn dat het in de tijd kan worden aangepast", vindt Mortelmans. Dat zou kunnen op belangrijke momenten in het leven: bij veranderen van een richting of school, bij een nieuwe partner, bij een verhuizing...  Volksvertegenwoordiger Sonja Becq (CD&V) diende vorig jaar een wetsvoorstel hierover in, maar het werd niet gestemd. Aan De Morgen laat ze weten het komende legislatuur opnieuw op de agenda te willen krijgen. "Maar we eerst moeten we de regeerverklaring bekijken", klinkt het.

nieuws

zine