opinie
Ems Van Peborgh

Gelijkheid als doel op zich roept inderdaad vragen op, maar vrijheid op zich doet dat evenzeer

1 © bas bogaerts

Els Van Peborgh is aspirant van het FWO en doctorandus Wijsbegeerte aan de Universiteit Antwerpen.

Open Vld-voorzitster Gwendolyn Rutten wilde met haar uitspraken over ongelijkheid links intellectueel en politiek Vlaanderen op de achterste poten krijgen en dat is haar gelukt. Maar op haar terechte bedenkingen omtrent de waarde van gelijkheid als doel op zich en op haar vraag om verduidelijking van een notie die voor velen van levensbelang lijkt komt nauwelijks een antwoord. Dat is jammer.

Want wat is er uiteindelijk mis met Ruttens uitspraak dat met ongelijkheid op zich niets mis is? Misschien heeft ze wel een punt wanneer ze stelt dat gelijkheid als doel op zich ernstige vragen oproept? En misschien is het doembeeld van een schrikbarend en armoedig communisme daarbij ook niet geheel van de pot gerukt?

Misschien is het inderdaad wel de hoogste tijd om na te gaan wat die politieke waarde van gelijkheid inhoudt en wat ze voor ons kan doen en wat niet. Is gelijkheid niet eigenlijk vooral een middel voor een ander doel? Een middel dat erom vraagt adequaat ingezet te worden? En verwarren we gelijkheid inderdaad niet al te vaak met gelijkwaardigheid?

Zo argumenteert de filosoof Harry Frankfurt in zijn essay Equality and Respect dat de waarde van gelijkheid geworteld is in de diepere waarde van respect en de ermee verbonden eis om onpartijdigheid. Dit betekent echter ook dat er een belangrijk onderscheid tussen gelijkheid en onpartijdigheid bestaat en dat ze niet vanzelfsprekend gelijk lopen. Soms vallen de twee toevallig samen en vereist een onpartijdige, respectvolle en dus gelijkwaardige behandeling gelijkheid. Frankfurt geeft daarbij het voorbeeld van de verdeling van een taart. Wanneer we geen relevante informatie over één van de tafelgenoten bezitten vraagt de eis om onpartijdigheid dat we de taart in gelijke stukken verdelen. Maar er zijn volgens hem ook vele gevallen waarin bepaalde relevante informatie over iemand met het oog op onpartijdigheid en respect wel degelijk een ongelijke behandeling vereist. De waarden van gelijkheid en onpartijdigheid lopen dan uit elkaar. Het zich geen rekenschap geven van een wezenlijk aspect van iemands persoon of situatie is dan onrespectvol.

Ik zal daarbij een voorbeeld geven uit mijn eigen ervaring. Toen ik afstudeerde aan de Studio Herman Teirlinck werd er, na een studieperiode waarin enkel plusjes, minnetjes en vraagtekentjes werden toegekend, aan de eindmeet plots wild rondgestrooid met punten. Zo moest er in de eindbeoordeling o.m. plots een punt worden uitgevonden voor een vak 'creatief schrijven' waarvan geen van ons wist dat het tot ons curriculum behoorde. Ik, die een belangrijk deel van dat jaar gewijd had aan het schrijven van een eigen monoloog, kreeg daarvoor exact hetzelfde lukrake en magere cijfer als een collega die helemaal niets had geschreven. Ik vond dat ondraaglijk en wraakroepend. Daarmee werd immers het signaal uitgezonden dat het er helemaal niets toe deed dat ik de moeite had genomen zelf iets op papier te zetten. Naar mijn aanvoelen werd daarmee zelfs gedaan alsof er helemaal niets was gebeurd, alsof er nooit een tekst van mijn hand was geweest. Ook Frankfurt beschrijft die ervaring van wrok die het gevolg is van een totale ontkenning van een wezenlijk aspect van jouw situatie en persoon.

Share

Wat wel problematisch is in Ruttens betoog is de totale overschatting van het individu en zijn individuele vrijheid

Rutten zou dus best wel eens gelijk kunnen hebben wanneer ze stelt dat er op zichzelf niets mis is met ongelijkheid. Sommige situaties vragen inderdaad om een ongelijke behandeling om tegemoet te komen aan de waarden van onpartijdigheid, gelijkwaardigheid en respect. Gelijkheid is een politiek middel en geen doel op zich.

Wat wel problematisch is in Ruttens betoog is de totale overschatting van het individu en zijn individuele vrijheid. De bewering dat we "alle keuzes tussen... geboorte en - de moeilijkste keuze van allemaal - sterven zelf in de hand" hebben is op z'n zachtst gezegd ongelukkig. Weliswaar voegt ze eraan toe dat dit in combinatie met een goed sociaal systeem van België een goed land maakt om in te leven. Toch lijkt ze de impact van de afhankelijkheid van zo'n sociaal systeem - voor velen een bittere realiteit - op de zogenaamde 'vrije' keuzes die je in je leven maakt niet te bevatten. Bovendien vergeet Rutten met haar overschatting van vrijheid als individueel goed dat vele zogenaamde 'vrije' keuzes en verwezenlijkingen het resultaat zijn van een collectieve inspanning. Het is die overschatting die maakt dat bepaalde individuen werkelijk geloven dat ze met hun harde en dure investeringwerk al wel genoeg voor de samenleving hebben gedaan en belastingen en dergelijke voor hen niet van toepassing zijn. Ze vergeten daarbij waar ze zouden staan zonder samenleving, zonder mensen die voor hen werken, hun producten verkopen, hun promotie verzorgen, hun geld bij de banken ontlenen. Dat menselijk werk wordt gereduceerd tot abstracte cijfers die winst en groei uitdrukken. Door die abstractie raakt men geïsoleerd van de realiteit van de samenleving als netwerk dat in onderlinge afhankelijkheid wederzijdse vrijheid creëert. Wanneer je die gegevenheid negeert, ontken je inderdaad de menselijke gelijkwaardigheid. De roep die uit die vaststelling voortkomt is allesbehalve vaag. Het is een roep om erkenning van wat wezenlijk en relevant is. Het is een eis om onpartijdigheid en respect.

Meer opinie? Krijg elke woensdag en zondag onze Opiniemakers nieuwsbrief.

nieuws

cult

zine