Opinie
Alicja Gescinska

Enkel wie tolerant is, verdient het om getolereerd te worden

Alicja Gescinska is filosoof aan Amherst College (Massachusetts, USA) en auteur van 'De verovering van de vrijheid'.

1 De radicale Britse preker Anjem Choudary. ©GETTY
Share

Fundamentalisten en fanatici meer vrijheid van spreken geven, zal weinig heilzaam zijn voor onze open samenleving

Filosoof Maarten Boudry (DM 5/11) verbaast zich dat het jihadisme kan opbloeien in onze open samenleving. Dat gebeurt volgens hem 'onder het mom' van verdraagzaamheid. Het is de prijs die we betalen voor onze zin voor tolerantie en vrijemeningsuiting. We willen graag in vrijheid leven, en dus moeten we ook leren leven met zij die deze vrijheid vijandig gezind zijn. Maar klopt die redenering? Voedt de open samenleving haar eigen tegenstanders, en is zij 'suïcidaal'?

Boudry houdt, net als ik, niet van doemdenkers. Toch spreekt uit zijn opiniestuk een opvallend pessimisme. "De kiemen van het fascisme woekeren nergens zo vrijelijk als in de vrije en open samenleving." Antiwesterse, antidemocratische en fundamentalistische meningen lijken nochtans weliger en openlijker te tieren in landen als Iran en Saoedi-Arabië dan in België of Nederland. Dat wij Syriëstrijders en antidemocratische haatpredikers proberen aan te pakken, getuigt alleszins niet meteen van een erg 'vrijelijk' woekeren van antidemocratische meningen en praktijken. Dat ongestoord een giftige ideologie verspreiden alleen maar kan in tolerante maatschappijen, zoals Boudry beweert, klopt niet. De kans dat je in Saoedi-Arabië vervolgd wordt om fundamentalistische meningen, lijkt aanzienlijk kleiner dan bij ons.

Maar dat is hier niet de kern. Wel Boudry's bewering dat de open samenleving per definitie suïcidaal is: de verdediging van de vrije meningsuiting en verdraagzaamheid geeft altijd vrij spel aan wie deze meningsuiting en verdraagzaamheid wil opdoeken. Die bewering druist radicaal in tegen de grote theoretici van de open samenleving.

Karl Popper sprak van een 'tolerantieparadox': "Als je tolerant bent voor hen die intolerant zijn, dan zal uiteindelijk de tolerantie ten onder gaan." Een weerbare open samenleving heeft geen nood aan een totale, radicale vrijheid. Totale tolerantie verwordt altijd tot onverschilligheid. Dat kan nooit een pijler zijn waarop een stabiele, open samenleving steunt. Enkel wie tolerant is, verdient het om getolereerd te worden. De Poolse filosoof Leszek Kolakowski omschreef dat als een 'vrijheidsparadox': je moet geen vrijheid toekennen aan wie verdrukking nastreeft. Dat betekent dat we soms hardhandig de vrijheid en tolerantie moeten bewaken en inperken. Enkel een begrensde vrijheid is een leefbare vrijheid.

Opvallend genoeg ziet Boudry in onze verdraagzaamheid en vrije meningsuiting niet enkel het probleem en de oorzaak van het circuleren van antidemocratische meningen. Hij ziet er ook de oplossing voor datzelfde probleem in. "Moeten we dan de vrije meningsuiting inperken? Helemaal niet: radicale moslims genieten nog te weinig vrije meningsuiting." Enkel via een radicale vrijheid kunnen we volgens Boudry de open samenleving redden van haar eigen ondergang. Niet zo volgens Popper en Kolakowski: de radicale vrijheid betekent altijd de ondergang van de vrijheid zelf. Fundamentalisten en fanatici meer vrijheid van spreken geven, zal weinig heilzaam zijn voor onze open samenleving.

Ik deel met Boudry een verbazing over hoe antidemocratische opvattingen in een democratie opbloeien. Hoe kan het dat iemand, geboren en getogen in Vlaanderen, een moslimfundamentalist wordt? Waarom neemt Anjem Choudary, in Engeland geboren en ooit advocaat van beroep, het voortouw in de Jihad of words - zoals Choudary zijn prediken zelf omschrijft? De diepere oorzaken van de aantrekkingskracht van het fundamentalisme blootleggen is belangrijk.

Over de zogenaamde 'totalitaire verlokking' is reeds veel geschreven. In 'De anatomie van het fascisme' beargumenteert Robert Paxton dat angst en toekomstpessimisme 'activerende hartstochten' van het fascisme zijn. Het geloof dat er binnen de gevestigde orde geen betere toekomst voor je weggelegd is, zwakt het geloof in die orde zelf af en wakkert een ressentiment (wrok)ertegen aan. In ons geval: tegen de democratische orde.

Dat sluit aan bij wat de Duitse filosoof Max Scheler al in het interbellum treffend beschreef. Antidemocratische opvattingen worden gevoed door ressentiment. Ressentiment wordt aangewakkerd door angst en onmacht. En het gevoel van onmacht, toekomstpessimisme en het onvermogen om een succesvol leven op te bouwen, zijn vaak een gevolg van sociale ongelijkheid en immobiliteit. Sociale ongelijkheid en immobiliteit zijn drijfveren van het antidemocratisch ressentiment. Scheler nam dat waar in de Weimarrepubliek.

En misschien geldt dat ook voor het huidig antidemocratisch ressentiment. Jongeren een beter toekomstperspectief bieden en de sociale ongelijkheid wegwerken zijn dan effectievere middelen om hen te wapenen tegen de totalitaire verlokking van de woordenjihadisten, dan louter het maximaliseren van de vrije meningsuiting.

nieuws

cult