Column
Ann De Craemer

Dromen lijken me onmogelijk na te apen: niets reëler dan het onbewuste dat mijmert

1 Ann De Craemer. © Bob Van Mol

Elke dinsdag en donderdag schrijft Ann De Craemer over de kleine en grote dingen des levens die haar beroeren.

Op de trein slingert een tijdschrift dat me laat weten dat artificiële intelligentie in staat is tot dromen. ‘Droom-A.I.’, bloklettert een titel, alsof het een pijnlijke kwestie betreft. Dat intelligentie, net als een coma, kunstmatig kan zijn, wil ik best geloven. Maar dromen? Die lijken me onmogelijk na te apen: niets reëler dan het onbewuste dat mijmert. Er bestaan websites waar men computerdromen kan bekijken, vol foto’s met kleurvlakken en psychedelische dierenlijven. Of het wijs is die kunstmatige binnenwereld zomaar te begluren, is afwachten. Hoopgevend is wel dat dromende intelligentie ook slapende intelligentie betekent, wat de lat voor veel bedreigde beroepsgroepen iets gelijker legt met de algoritmes die ons moeten vervangen: wie slaapt, overslaapt zich ook.

nieuws

cult

zine