Opinie
Wim Van Den Broeck

Doordat er in het M-decreet geen diagnose nodig is om maatregelen te krijgen, is de bodem uit het vat geslagen

1 Wim Van den Broeck. © RV

Wim Van den Broeck is professor in de onderwijs- en ontwikkelingspsychologie aan de VUB.

Al van voor het M-decreet van start ging, is er discussie over hoe de principes van inclusief onderwijs  in ons onderwijs best gestalte krijgen (DM 12/4) . De meningen hierover zijn sterk verdeeld, van voorstanders van radicale inclusie die het buitengewoon onderwijs (BO) willen opdoeken, tot traditionalisten die liever alles bij het oude laten. Zelf hebben we in een beleidsadviserend stuk eind 2016 gepleit voor een realistische positie met een gematigde vorm van inclusie. 

Een belangrijk motief voor dit voorstel was het feit dat er noch politiek, noch in de onderwijswereld een draagvlak bestaat voor de radicale variant: geen enkele politieke partij pleit voor de afschaffing van het BO, wat de VN nochtans op termijn vraagt, en uit verschillende peilingen bleek dat 80 à 90 procent van de leerkrachten dat ook niet ziet zitten.