discriminatie
Stijn Baert

Discriminatie is zoals te snel rijden: er is wetgeving met sancties nodig, maar de pakkans dient ook voldoende hoog te zijn

2 Een man bekijkt vacatures (archieffoto) © ANP XTRA

Stijn Baert is professor arbeidseconomie aan de UGent

Het Interfederaal Gelijkekansencentrum Unia opende in 2016 al 74 dossiers voor leeftijdsdiscriminatie. Volgens UNIZO-topman Karel Van Eetvelt volstaat dit cijfer niet om discriminatie van ouderen op de arbeidsmarkt als een belangrijk probleem te zien. Hij pleit ervoor om "van een mug geen olifant te maken." Wetenschappelijk onderzoek geeft echter een fatale mep aan het beeld van de mug die leeftijdsdiscriminatie zou zijn. 

In 2014 en 2015 stuurden we met een team van vier onderzoekers aan de UGent meer dan 1.000 fictieve sollicitaties naar bestaande vacatures in Vlaanderen. Het ging hierbij om werknemers die enkel inzake hun leeftijd verschilden. Gemiddeld ontvingen de 6 of 12 jaar oudere kandidaten zo maar even 39% minder uitnodigingen voor een jobgesprek. Deze discriminatie bleek bovendien sterker dan wat we eerder vonden via gelijkaardig onderzoek omtrent discriminatie op basis van geslacht, origine, crimineel verleden of actief vakbondslidmaatschap.

2 Stijn Baert. © rv

Unia heeft dus volkomen gelijk wanneer zij leeftijdsdiscriminatie op de politieke agenda wil krijgen. En Minister van Werk Kris Peeters (CD&V) heeft dus volkomen gelijk dat "sancties" en "concrete maatregelen" nodig zijn. Nu nog de daad bij het woord voegen. Hierbij twee denkrichtingen die tonen dat dit mogelijk is.

Het is met discriminatie zoals met te snel rijden: om het te ontraden is er niet alleen een wetgeving met sancties nodig, maar dient de pakkans ook voldoende hoog te zijn. Onze Belgische discriminatiewetgeving behoort tot de meest uitgebreide en moderne van Europa, maar tot bestraffing komt het zelden, omdat discriminatie niet actief wordt opgespoord. Een voor de hand liggende manier om leeftijdsdiscriminatie op te sporen werd al geopperd door Minister Peeters: praktijktesten. 

Deze testen zouden, op grote schaal, doen wat wij als wetenschappers al jaren doen: fictieve sollicitaties uitvoeren en kijken of ongelijke behandeling plaatsvindt op basis van kenmerken waarop niet gediscrimineerd mag worden. Peeters krijgt zijn coalitiegenoten echter moeilijk mee om deze testen in te voeren. Twee kritieken snijden immers hout: ongelijke behandeling op basis van twee of enkele fictieve sollicitaties kan gedreven zijn door toeval en praktijktesten leiden ook voor "brave" werkgevers tot tijdverlies. 

Share

Eerder dan de productiviteit te volgen, is ons loon een weerspiegeling van het aantal jaren op de teller

Beide problemen kunnen worden opgelost. Wanneer een praktijktest naar leeftijdsdiscriminatie zo wordt ontworpen dat aan de oudere kandidaten een licht voordeel (bijvoorbeeld extra ervaring en/of extra talenkennis en/of een extra diploma) wordt gegeven, dan is het moeilijk vol te houden dat op basis van een ander detail toch voor jongere fictieve kandidaten wordt gekozen. Daarnaast kan in het kader van praktijktesten de stok en de wortel gecombineerd worden: waarom bedrijven die wel met glans meerdere testen doorstaan niet belonen met een label van "fair employer"? Met dat label kunt dan uitpakken naar klanten die gevoelig zijn voor diversiteit op en buiten de arbeidsmarkt.

Hebben werkgevers en werkgeversorganisaties absoluut geen gelijk wanneer ze stellen dat leeftijdsdiscriminatie een mineur probleem is, dan hebben ze wel een punt inzake minstens één vergoelijking: oudere werknemers zijn, gemiddeld genomen, erg duur. Dat komt omdat de lonen in ons land sterk gebaseerd zijn op anciënniteit. Eerder dus dan de productiviteit te volgen, is ons loon een weerspiegeling van het aantal jaren op de teller. Dit maakt sommige oudere jobkandidaten verdedigbaar minder aantrekkelijk voor werkgevers. 

De aanpak van deze problematiek staat in het regeerakkoord van de regering-Michel. Of beter nog: ze ligt in Michels koelkast. Het hervormen van de loonvorming in ons land zodat die nauwer de productiviteit van werknemers kan volgen, blijkt echter erg delicaat. In deze staan de vakbonden immers op de rem. Een meer flexibele loonvorming die ertoe kan leiden dat de lonen vanaf een bepaalde leeftijd dalen, valt voor hen moeilijk te slikken. Op zich niet onlogisch natuurlijk, maar in deze is het van twee dingen één: ofwel aan tafel omtrent een herziening van de samenhang tussen loon en anciënniteit ofwel een belangrijke bron voor leeftijdsdiscriminatie wetens en willens laten bestaan.

De achterstelling van ouderen op de arbeidsmarkt is dus, veeleer dan een mug, de olifant in de kamer voor zowel werkgevers- als werknemersorganisaties. Aan de overheid om de moed te tonen die aan ouderen elke dag gevraagd wordt en een ambitieus beleid door te drukken.

Meer opinie? Krijg elke woensdag en zondag onze Opiniemakers nieuwsbrief.

nieuws

cult

zine