Column
Ann De Craemer

Delphine Lecomte schrijft kraakpandpoëzie, met Nederlands dat breakdancet op de ogen

1 Ann De Craemer. © Bob Van Mol

Elke dinsdag en donderdag schrijft Ann De Craemer over de kleine en grote dingen des levens die haar beroeren.

Dagenlang al blader ik door The best of Delphine Lecompte. Ik beken dat dat niet gebeurt zoals het hoort met poëzie: in plaats van beleefd bovenaan en zo respectvol tot de laatste letter, duik ik als een aasgier op flarden tekst om verzen open te pikken. Het is woorddorst die me drijft.

Share

Elke generatie heeft nood aan voorbeelden die de taal tot lunapark maken

‘Ik heb geen poëtica/ En mijn muze heeft geen boiler/ Maar wel een razende condensatieketel/ Die ’s nachts in een spinnewiel verandert.’, klinkt het in ‘Ik wil niet dromen dat ik slaap’. Vanwaar toch de rillingen als ik dit soort zinnen lees? Wellicht is het die maffe ‘condensatieketel’, of die muze zonder boiler.

nieuws

cult

zine