Essay
Jonathan Holslag

De Wever loopt het risico de geschiedenis in te gaan als de Vlaamse Caligula

Kerstwensen aan de Vlaams-nationalisten

5 Holslag over Bart De Wever: "Hij flirt dan wel graag met grootse leiders als Augustus, maar hij loopt vooral het risico de geschiedenisboeken in te gaan als de Vlaamse Caligula en een hele generatie politici daarin mee te sleuren." © Bas Bogaerts

Jonathan Holslag is docent internationale politiek aan de Vrije Universiteit Brussel en auteur van 'Vlaanderen 2055' (Uitgeverij De Bezige Bij).

5 Jonathan Holslag. © Jonas Lampens

Er is iets met het Vlaams-nationalisme dat ik niet kan vatten. Aan de ene kant wil de grootste partij die het Vlaams-nationalisme in zijn vaandel voert, de N-VA, uit de hoek komen als een krachtige speler, een speler die hard optreedt tegen terroristen, tegen vluchtelingen en tegen Walen. Het is een partij die prat gaat op sterk leiderschap en zich optrekt aan een voorzitter die de massa bespeelt met citaten van Romeinse oorlogsheren. Daadkracht, dat is het devies en in deze barre tijden bestaat daar bij de mensen belangstelling voor.

Maar zo sterk als de N-VA zich profileert in de strijd tegen de terreur, zo argeloos stelt de partij zich op als het gaat om de welvaart, de waardigheid en de veiligheid van Vlaanderen op lange termijn. Die dubbelzinnigheid is dodelijk voor de toekomst van onze regio. De economische stagnatie van Vlaanderen mag dan niet veroorzaakt zijn door de N-VA, maar met haar huidige machtspositie draagt de partij een verpletterende verantwoordelijkheid om er iets aan te doen.

Welvaart

Share

Als Vlaanderen zich eenzijdig blijft ontwapenen, riskeert zij een wingewest te worden

Veiligheid kan alleen gewaarborgd worden als de samenleving goed boert, samenhangend is en mensen worden aangezet het beste van zichzelf te geven. Een sterk veiligheidsbeleid rond een zwakke samenleving werkt nooit. Lees er de klassieke historici maar op na, Thucydides over de economische machtsbalans, Polybius over burgerschap, Livius over de desastreuze impact van overconsumptie. Slim economisch beleid is de basis van macht en vooruitgang. Ook de nationalistische denkers van de negentiende eeuw hadden dat zo begrepen. Friedrich List, de grondlegger van het Pruisische mirakel, stelde het als volgt: "Een economie die aan zichzelf overgelaten wordt, wordt een puinhoop en betekent zelfmoord voor een natie." Lee Kuan Yew, de vader van het succes van Singapore stelde: "Globalisering is fantastisch, maar de staat moet ze wel sturen."

Nu kan men het ideologisch eens of oneens zijn met economisch nationalisme, maar het feit is dat staten meer dan ooit tussenkomen om hun economische belangen door te drukken. De Amerikanen doen dat bijvoorbeeld met hun koop-Amerika-politiek, de Chinezen door middel van een ongeziene financiële uitputtingsslag en vele andere landen, van Singapore tot Qatar, door hun geldreserves om te zetten in strategische investeringsfondsen. "Handel is oorlog", zei de Chinese professor Yan Xuetong me ooit. Het huidige economische nationalisme heeft dus niet zo zeer van doen met het opwerpen van grenzen, maar met het manipuleren van de globalisering ten bate van nationale belangen. Harvard-professor Dani Rodrik noemde dat de paradox van de globalisering. Voor een open regio als Vlaanderen is dat een ramp, zeker als de Europese Unie op apegapen blijft liggen en de lidstaten hun belangen ook agressiever gaan doordrukken. Vlaanderen moet banen creëren en innovatie nastreven, maar het moet dat meer zélf durven doen.

Je zou dus van Vlaams-nationalisten kunnen verwachten dat zij zich bewust zijn van die uitdaging en onze markt ertegen wapenen. Maar wat doen de Vlaams-nationalisten? Zij geven zich over, zij laten onze regio zich eenzijdig ontwapenen. Of het nu gaat om de Saoedische investeringen in Antwerpen, het aantrekken van dumpwinkels in stadscentra of het bouwen van koopcentra rond steden: steeds opnieuw stellen N-VA-politici dat het aan de consument is om te beslissen, dat Vlaanderen buitenlandse investeringen moet aantrekken, dat Vlaanderen een logistieke draaischijf moet worden, kortom dat de vrije markt primeert. De lijst van opmerkingen in die richting is lang. "Ja, ik ben blij met Primark", verklaarde Siegfried Bracke via Twitter. "Ik kan dit alleen maar toejuichen," oreerde Bart De Wever over de Saoedische investeringen in Antwerpen. "Vlaanderen is geen eiland", reageerde Matthias Diependaele op een opiniestuk. "De keuze voor Uplace is ook een antwoord op de vraag welk investeringsklimaat we in Vlaanderen nog willen."

Vrije markt

Share

Het is vooral vreemd dat de Vlaams-nationalisten zo kritisch zijn over de miljardentransfer naar Wallonië, maar deze nieuwe transfer naar het buitenland lijken aan te moedigen.

Een vrije markt heeft tal van voordelen en zou zeker de beste manier zijn om de welvaart te verdelen. Maar het probleem is dat de vrije markt niet bestaat. Het is een ideaal. En, zo weten we, idealen neem je beter niet voor de realiteit. Door de globalisering is er bijvoorbeeld nauwelijks nog transparantie, een voorwaarde om van een vrije markt te kunnen spreken. Consumenten kunnen met andere woorden niet inschatten hoe hun koopgedrag hun positie als producent beïnvloedt. Ook de verdoken kosten van de economie worden fenomenaal. De kost, bijvoorbeeld, van al de rotzooi die de containerschepen tussen China en Antwerpen de lucht in blazen of de kost van het transport op het land voor de volksgezondheid, voor het milieu en dus ook voor de samenleving zijn gigantisch. Even belangrijk zijn de interventies van overheden. Niet alleen de Chinezen en de Amerikanen, maar ook onze buurlanden proberen ons met allerlei fiscale ingrepen terrein af te snoepen. De grote multinationale bedrijven maken daar handig gebruik van door al die overheden tegen elkaar uit te spelen om de winst te optimaliseren.

5 © rv

Vrije handel floreert doorgaans in tijden van voorspoed, maar in tijden van onzekerheid komt de harde economische machtspolitiek steevast terug. Als Vlaanderen zich eenzijdig blijft ontwapenen, riskeert zij een wingewest te worden. Nu reeds is Vlaanderen méér afhankelijk van buitenlandse investeerders dan onze buurlanden. Mijn inschatting is dat buitenlandse bedrijven jaarlijks een kleine 7 miljard euro meer aan inkomsten uit Vlaanderen weghalen dan Vlaamse bedrijven aan inkomsten uit het buitenland ophalen. Hoe groter de afhankelijkheid, hoe groter de leegloop. Vergelijkbare landen als Nederland en Denemarken hebben hier een flink surplus. We zijn steeds minder in staat om dat te compenseren met onze uitvoer. De netto-export is zelfs kleiner geworden. Het is vooral vreemd dat de Vlaams-nationalisten zo kritisch zijn over de miljardentransfer naar Wallonië, maar deze nieuwe transfer naar het buitenland lijken aan te moedigen.

5 © rv
Share

Ik heb de voorbije jaren met verschillende N-VA-politici van gedachten mogen wisselen en het gebrek aan economische realiteitszin was stuitend

De opstelling van de N-VA in dossiers als de Saoedische investeringen in Antwerpen, Uplace of de toekomst van de automobielindustrie getuigt van bijzonder veel naïviteit. Ik heb de voorbije jaren met verschillende N-VA-politici van gedachten mogen wisselen en het gebrek aan economische realiteitszin was stuitend. Toen ik Bart De Wever er een keer over aansprak na een televisie-uitzending staarde hij me aan alsof hij het in Keulen hoorde donderen. In vergelijking met de buurlanden hebben we in de Vlaamse administratie ook onvoldoende capaciteit om strategisch over onze belangen na te denken. Daarvan getuigt de recente 2050-visie. Eenieder die deze tekst las, moet zich vragen hebben gesteld bij de denkkracht van deze regering. Ik heb althans nog nooit zo'n mager beestje gezien. Aan de andere kant heb je respectabele liberale ideologen als Johan Van Overtveldt. Zij kennen de klassiekers van de Chicago-school van binnen en van buiten, maar negeren vaak dat de wereldeconomie in de verste verte niet strookt met de wereld van de Chicago-liberalen. Onvermogen en ideologie spelen ons dus parten.

We riskeren daardoor in een vicieuze cirkel terecht te komen. We hebben goedkope import nodig om onze koopkracht op peil te houden, is het devies van de N-VA, tenminste als we voort gaan op het pleidooi van politici als Bracke en De Wever. Maar dat goedkoop schaadt de tewerkstelling in onze maakindustrie. Door het verzwakken van de industrie kunnen sectoren als de logistiek en vastgoed zichzelf naar voren werken als onmisbare spelers in het scheppen van jobs. Maar die jobs leveren op de betalingsbalans niets op en zijn dus niet duurzaam. Het gevolg daarvan dat politici zich meer en meer wijs maken dat we buitenlandse investeringen nodig hebben als alternatief, maar buitenlandse investeringen die kosten dus ook geld.

Investeren

Share

Het moet gedaan zijn met het subsidiëren van multinationals terwijl onze eigen bedrijven die privileges amper krijgen

Met het huidige beleid riskeren we van Vlaanderen de melkkoe van de wereld te maken. Door het aantrekken van buitenlandse investeringen of het centraal stellen van de logistieke sector riskeren we een nog grotere aanslag op de lopende rekening. Wat ben je met een containerhaven als het economische achterland braakland wordt? We hebben dus echt nood aan meer economisch realisme. De Amerikaanse en de Chinese economische machtspolitiek zijn daarbij niet meteen goede voorbeelden. Vaak promoten zij economische belangen zonder dat de bevolking er beter wordt of op een manier die een ongelofelijke prijs eist op het gebied van het milieu. Ook in het geval van Nederland zie je dat de overheid erg succesvol is in het promoten van uitvoer, maar dat de bevolking tezelfdertijd aan koopkracht verliest. Slimme economische machtspolitiek moet er met andere woorden voor zorgen dat de betalingsbalans in evenwicht blijft én de samenleving er beter van wordt. Het omarmt de globalisering zonder te worden leeggemolken door de globalisering.

Toen ik een aantal jaar geleden deel mocht uitmaken van een toekomstgroep van de Singaporese overheid, werden er voor wat de economie betreft steevast drie vuistregels gehanteerd. Om te beginnen moesten de balansen in evenwicht zijn. De boekhouding moet kloppen en competitiviteit is cruciaal. Daarna was er de overtuiging dat elke samenleving het recht heeft om de economie in te richten, waarden en belangen te definiëren. Het algemeen belang staat steeds voorop. Verder is het aan de overheid om het vermogen van burgers en bedrijven strategisch in te zetten, met het oog op een zo groot mogelijk maatschappelijk rendement. Die zelfbewuste benadering, dat economische realisme staat haaks op de economische politiek waar deze regering en de N-VA in het bijzonder voor staan.

Ik ben er rotsvast van overtuigd dat we de Vlaamse economie enkel kunnen verstevigen en dat we enkel duurzame banen kunnen creëren door het vermogen van de Vlamingen strategischer in te zetten. Het moet gedaan zijn met het subsidiëren van multinationals terwijl onze eigen bedrijven die privileges amper krijgen. En laten we vooral niet bescheiden zijn. De Vlaamse economie is nog steeds 220 miljard euro waard, de spaartegoeden 100 miljard euro. Het doel dat we voor ogen moeten hebben bij het inzetten van dat vermogen is niet groei op zich, maar veiligheid, duurzame steden, aangenaam werk en kansen voor ondernemers.

We hebben bijvoorbeeld dringend nood aan een Vlaams energiefonds. Als we Doel uiteindelijk sluiten riskeren we een miljardenaderlating, ja zelfs het probleem van Electrabel gewoon te vervangen door een andere grote buitenlandse investeerder. Met het energiefonds zouden we onze energie zelf kunnen opwekken, investeren in Europese energieprojecten die ons inkomsten opleveren en vooral nieuwe technologie gaan verhandelen. We zouden het voor een deel ook kunnen gebruiken om oude, verloederde en energieverslindende wijken op te waarderen. Zo scheppen we ook banen, maar dan zonder dat de Vlaamse economie verknecht wordt. Je zou ook kunnen denken aan een fonds ter ondersteuning van de industrie. Nog beter zou zijn om Vlaamse burgers zelf te laten participeren en te evolueren van passieve belastingbetalers naar actieve investeerders. We zouden zoals in Nederland een beurs voor starters kunnen opzetten, transparant en door de overheid gesuperviseerd.

Belangrijk is om de middelgrote steden opnieuw in te bedden in een sterk economisch weefsel. Dat betekent meer dan distributiecentra rond de stad en wat banken in de stad. Onze steden zouden opnieuw dooraderd moeten worden met een duurzame en innovatieve maakindustrie, met als doel om basisproducten als voedsel en huisraad op een hoogwaardigere manier te produceren en toptechnologie af te leveren die wereldwijd competitief is. Lokale verankering betekent dat we Vlamingen opnieuw de kans geven om te ondernemen en te werken in de nabijheid van de woonplaats, de nutteloze tijd in de pendel te reduceren en in plaats daarvan meer tijd te besteden aan het gezin, de sportclub. Een sterke economie voor een sterke samenleving, daar gaat het om.

De tekst gaat verder onder de foto.

5 De haven van Antwerpen. © BELGA

Cynisme

Share

Het gaat niet op om de samenleving in het harnas te jagen tegen terroristen en anderzijds met de broek op de enkels de economische belangen verder te verkwanselen

De essentie is dan dat we onze markt minder te grabbel gooien, maar ze zelf opnieuw inrichten in functie van het algemene belang. Dat staat haaks op de uitverkooplogica van de huidige Vlaams-nationalisten. We zouden onze burgers bewust moeten maken van het belang van kwaliteit, valse concurrentie van buiten uit moeten uitschakelen en de bedrijven die onze Vlaamse samenleving versterken ook als dusdanig herkenbaar moeten maken, met een kwaliteitslabel, bijvoorbeeld. We zouden de nieuwe industrie ook kansen moeten geven door te pleiten voor strengere duurzaamheidscriteria. Het moet dus gedaan zijn met de idee van een overheid als machteloze spelers, met het idee van een samenleving als het leidend voorwerp. We moeten en kunnen van onze markt opnieuw de bouwplaats van een betere samenleving maken.

Opnieuw: de N-VA draagt niet als enige de schuld voor de lamentabele staat van onze economie. De economische verzwakking van Vlaanderen is al decennia aan de gang en alle politieke partijen hebben daar hun verantwoordelijkheid in. Ik heb die bezorgdheid ook toen reeds geuit, bijvoorbeeld aan het adres van Kris Peeters en Johan Vande Lanotte. Maar we kunnen er niet omheen dat de N-VA al lange tijd meedoet aan het Vlaamse beleid, dat het met de huidige macht een verpletterende verantwoordelijkheid draagt en dat het dus maar normaal is dat het wordt aangesproken op tekortkomingen. Niets is zo problematisch als macht hebben en ze niet goed gebruiken. Ik vind dat de partij zich ook bijzonder snel tevreden stelt met economisch cynisme: we kunnen niets aan doen, we zullen er niets aan doen. Met dat soort houding moet je eigenlijk gewoon niet aan politiek doen.

Share

Je kunt geen veilige samenleving bouwen als je haar economisch verzwakt

Het is vooral gevaarlijk dat de partij zich in die context steeds meer profileert als een veiligheidspartij. Nu heb ik zelf steeds gepleit, nog voor de N-VA ook maar in de buurt van de macht kwam, om meer te investeren in veiligheid, in ons leger en in onze inlichtingendiensten. Maar veiligheid mag de aandacht van de bevolking niet afwenden van de kern van de zaak: het bouwen van een sterke, welvarende, eendrachtige en creatieve samenleving. Mensen als Bart De Wever, vertrouwd met de geschiedenis, zouden dat moeten weten. Zonder de decadentie en het maatschappelijk verval, had de invasie van de barbaren in het Romeinse Rijk veel minder gemakkelijk plaatsgevonden. Het bederf van binnenuit, noemde Sallustius dat. Je kunt geen veilige samenleving bouwen als je haar economisch verzwakt. Je kunt geen sterke leider zijn en tegelijkertijd de verdediging opnemen voor decadentietempels als Uplace en de schijnkoopkracht van de Primark. De Wever flirt dan wel graag met grootse leiders als Augustus, maar hij loopt vooral het risico de geschiedenisboeken in te gaan als de Vlaamse Caligula en een hele generatie politici daarin mee te sleuren.

Fouten maken we allemaal, maar je moet ze durven inzien. Kritische stemmen binnen de partij worden echter meteen belachelijk gemaakt door tafelspringers als Matthias Diependaele of Siegfried Bracke. Dat brengt me meteen bij de kern van het probleem: schijnnationalisme. Als je nationalistisch uit de hoek wilt komen, moet je dat consequent doen. Het gaat niet op om de samenleving in het harnas te jagen tegen terroristen en anderzijds met de broek op de enkels de economische belangen verder te verkwanselen. Ik hoop dus vooral dat de partij, haar leden en de duizenden militanten die wél willen strijden voor een sterke Vlaamse economie dat zelf gaan beseffen en dat we niet moeten wachten tot de volgende verkiezingen. Dan is het namelijk te laat. Vlaanderen heeft nog steeds het potentieel om Europa mee naar nieuwe welvaart te leiden, maar dan moeten we nu van koers veranderen.

Dit essay verscheen eerder op het persoonlijke blog van Jonathan Holslag.

nieuws

cult