Oorlog tegen IS
Lene Jacobs

De vraag is niet 'of' maar 'waarom' België burgerslachtoffers maakt in Irak

Lene Jacobs is campagnemedewerker bij Vredesactie.

1 Lene Jacobs. © rv

Zaterdag maakte De Morgen bekend dat Belgische F-16's eerder dit jaar in Irak betrokken waren bij twee incidenten waarbij burgerslachtoffers zijn gevallen. België vecht daar samen met een internationale coalitie tegen IS. Dat er burgerslachtoffers vallen in een oorlog die voor een belangrijk deel vanuit de lucht gevoerd wordt, is geen verrassing. De vraag is waarom ze gevallen zijn. Hoe draagt de Belgische luchtoorlog bij aan een duurzame oplossing voor het conflict in de regio?

4.887 burgerslachtoffers

We gaan ervan uit dat Belgische militairen er al het mogelijke aan doen om bij de uitvoering van hun opdracht burgerslachtoffers te vermijden. Maar we moeten niet rond de pot draaien. België dropt bommen van minimaal 500 pond, niet zelden boven dichtbevolkte gebieden, daar vallen onvermijdelijk slachtoffers bij. De veiligheidsperimeter (voor bevriende troepen op de grond) voor zo'n bom varieert tussen de 100 en de 400 meter. Op de korrelige zwart-witbeelden vanuit de lucht die gebruikt worden voor het inschatten van het risico vooraf en de controle achteraf is een gebied van die straal onmogelijk met zekerheid te controleren. Uit de statistieken van de VN en de VS over luchtaanvallen boven Afghanistan, Pakistan en Jemen blijkt dat gemiddeld één burger wordt gedood voor elke zeven à tien luchtaanvallen. Kortom, als België erin geslaagd is om bijna 900 bommen te droppen zonder slachtoffers te maken, hebben we de 'schone oorlog' uitgevonden waar elke politicus op zit te wachten.

cult