Column
Mark Elchardus

De stad aan het einde van haar stedelijkheid

Mark Elchardus is professor emeritus sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en opiniemaker bij De Morgen. Zijn bijdrage verschijnt op zaterdag.

2 'Brussel-liefde is verzet tegen stadshaat. Het is in feite niet veel meer dan dat, want het materiële voorwerp van die liefde is lelijk en stinkt.' © Photo News
2 Mark Elchardus. © Franky Verdickt

Heel wat Brusselaars vinden hun stad lelijk, maar zijn er sterk, uitdagend, ja met bravoure aan gehecht. Architecturale wanorde, kaalslag, verloedering, falend beleid, schreeuwende ongelijkheid, zichtbare miserie, instortende tunnels, verkeersinfarcten, zwerfvuil, brutaliteit… “en toch hou ik van deze stad”. Ik hoorde het al honderd keer. Zei het zelf ook wel eens. Het is overigens niet meteen duidelijk of bedoeld wordt “ondanks dat alles hou ik van deze lelijke, disfunctionerende stad” of “precies ter wille van die rauwe brutaliteit hou ik van deze plek”. 

Beide vormen van Brussel-liefde bestaan, en er zijn er nog meer. Sommige Brusselaars houden van de charmante wanorde van huizen en mensen, maar zouden graag alle auto’s uit de stad bannen, anderen vinden dat auto’s nu eenmaal bij een metropool horen.

nieuws

cult

zine