Opinie
Dirk Rochtus

De kloof tussen verdeeld Turkije en Europa

Dirk Rochtus doceert internationale politiek aan KU Leuven/Campus Antwerpen. Hij is de auteur van Turkije. De terugkeer van de sultan.

1 Dirk Rochtus. © Johan Cappelle

Een grondwettelijke orde moet gebaseerd zijn op een brede maatschappelijke consensus. Wanneer slechts 51,3 procent van de burgers een fundamentele grondwetswijziging goedkeurt, toont dat aan hoe diep de samenleving verdeeld is. Dat is nu net wat er afgelopen zondag in Turkije gebeurde. President Recep Tayyip Erdogan had een grondwetsherziening ter stemming voorgelegd die hem meer macht moet geven. In feite zo goed als alle macht, want hij komt ook aan het hoofd van de regering te staan, hij kan decreten uitvaardigen buiten het parlement om en de toprechters benoemen. Het is bij samenvallende presidents- en parlementsverkiezingen niet ondenkbaar dat hij als lid van een partij kan rekenen op een parlementaire meerderheid.

In het referendum ging het in wezen om de vraag of Turkije vast zou houden aan zijn parlementair systeem dan wel de richting van een presidentiële dictatuur zou opgaan. Een nipte meerderheid van de Turkse burgers heeft voor dat laatste gekozen. Of heeft ze voor de persoon Erdogan gekozen zonder zich ten volle bewust te zijn van de finesses van het nieuwe systeem? Volgens rondvragen gingen ja-stemmers voor Erdogan omdat hij voor meer welvaart heeft gezorgd en de vrome moslims weer een stem gaf in een land waar het seculiere establishment acht decennia lang neergekeken had op hen. 

Hoezo stabiliteit?

Erdogan heeft ook ingespeeld op de nationalistische gevoelens van vele Turken en op hun ressentiment tegenover een EU die Turkije aan het lijntje zou hebben gehouden. Maar wat als er ooit iemand president wordt die niet zo sterk en gewiekst is als Erdogan? Welke gevolgen heeft dat dan voor de stabiliteit die volgens Erdogan zou moeten voortvloeien uit het nieuwe systeem?

Share

De instabiliteit waarvoor Erdogan waarschuwt, is van eigen makelij

Het staatsapparaat steunde voluit de ja-campagne en de media bazuinden voortdurend de boodschap van de president rond dat alleen een ja-stem van Turkije weer een veilig en stabiel land zou maken. Toch stemde 48 procent van de mensen nee, ook al kregen ze het etiket van terroristen of landverraders opgeplakt. Over de internationale waarnemers die onregelmatigheden in de stemlokalen vaststelden, zei Erdogan zelfs dat ze ‘hun plaats moesten kennen’. Maar waarom zou er nu pas stabiliteit kunnen komen als de AKP van Erdogan al veertien jaar met een absolute meerderheid regeert? Was dat dan niet genoeg tijd om voor stabiliteit te zorgen? 

Het klopt dat de AKP heel wat tegenstand vanwege het oude seculiere establishment heeft moeten overwinnen. Het klopt echter ook dat ze alle geledingen van de maatschappij heeft kunnen doordringen en het militaire en gerechtelijke apparaat, de bolwerken van de seculiere krachten, onder controle heeft gebracht. De instabiliteit waarvoor Erdogan waarschuwt, is van eigen makelij. De Turkse regering heeft zich laten meesleuren in het Syrische conflict, de vredesgesprekken met de Koerdische nationalisten afgebroken en de genadeloze vervolging ingezet van de aanhangers van Fethullah Gülen die volgens haar achter de mislukte putsch van 15 juli 2016 zou zitten. 

Erdogan heeft bovendien diepe wonden in Europa geslagen door onze democratieën als broeihaarden van het nazisme te bestempelen. De EU zal zich ook moeten afvragen of ze verder kan met een kandidaat-lidstaat die de scheiding der machten opheft. Door zijn dromen van almacht zal Erdogan die van verbondenheid met Europa doen vervliegen. Er gaapt nu een kloof binnen de Turkse samenleving, maar ook tussen Turkije en Europa.

nieuws