column
Lezersbrieven

Dagen Zonder Vlees vraagt niemand om nooit meer vlees te eten

Mijn lekker lapje vlees van bij ons blijft op tafel komen, dixit Hendrik Vandamme, voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat in een veelgelezen opiniestuk (DM 2/3). Een selectie uit de reacties.

1 ©Bas Bogaerts

Nog nooit een vegetariër of flexitariër ontmoet?

Share

Waarom neemt Hendrik Vandamme de handschoen niet op voor al die lokale groenteboeren die mijn voeding telen?

Van een voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat kan je moeilijk verwachten dat hij de loftrompet gaat afsteken over vegetariërs en vleesvervangers. Hij maakt, tussen zijn gefoeter over die diabolische tofoe door, ook een goed punt in zijn opiniestuk: wat vleesconsumptie betreft moeten we gaan voor 'less is more': kwaliteit in plaats van kwantiteit. Ook zijn roep voor lokale consumptie vind ik een nobel principe.

Vandammes kwade obsessie voor tofoe is al tot de orde geroepen in een ander stukje (van Nena Baeyens en Laurens De Meyer), maar deze al dan niet bewuste karikatuur bewijst dat hij nog nooit vegetariërs of, in het geval van mijn gezin, flexitariërs in levende lijve ontmoet heeft. Bij ons is de vaakstgebruikte 'vleesvervanger' (hatelijk woord trouwens)... een groente. Of zuivel. Zo hebben we gisteren rode bietjes met een gestoofd appeltje in combinatie met pasta en geitenkaas in bladerdeeg gegeten. Veelgemaakte klassiekers bij ons zijn: berloumi (Belgisch!) met gestoofde venkel (Belgisch!), couscous, granaatappelpitten en hazelnoten. Ook de risotto met oesterzwammen (Belgisch!) in sojasaus en gemalen kaas gaat geregeld naar binnen bij moeder, vader en kind. Geen tofoe, geen quorn, geen seitan, stel je voor. En in onze spaghettisaus zit inderdaad seitangehakt, ergens tussen de courgettes, aubergines, wortels, champignons en paprika's.

Waarom neemt Hendrik Vandamme de handschoen eigenlijk niet op voor al die lokale groenteboeren die mijn voeding telen? Is het geen idee om tijdens 'Dagen Zonder Vlees' volledig de groentekaart te trekken? Dat zou een positieve benadering zijn van een initiatief dat elk jaar meer zieltjes wint.

Roeland Gunst, Mariakerke

Boeren niet in de hoek drummen

In De Morgen van 2 maart klaagt Hendrik Vandamme over wat hij noemt het ‘vermanend vingertje’ van de Dagen Zonder Vlees campagne. De voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat hanteert een moraliserende toon wanneer hij het heeft over ‘hippe heren en dames’ en ‘klimaatvasten als het nieuwe dogma’. Wat we nodig hebben is een sector die bezorgdheden ernstig neemt, geen achterhoedegevechten.

Mijnheer Vandamme voelt zich in de hoek gedrumd en dat is begrijpelijk, maar het heeft weinig zin om in het publieke debat jezelf terug te trekken in de loopgraven van het oude gelijk. Zeker niet wanneer de samenleving een voortschrijdend inzicht ontwikkelt als gevolg van toenemende signalen uit de wetenschappelijke wereld dat we tegen onze ecologische grenzen aanbotsen. Mensen begrijpen dat we iets moeten doen, er ontstaat m.a.w. een gevoel van collectieve verantwoordelijkheid en dat moeten we koesteren. De dagen zonder vlees afdoen als een modeverschijnsel of een nieuw dogma is een achterhoedegevecht en lost het probleem niet op.

Share

Dagen Zonder Vlees en hun partners vragen niemand om nooit meer vlees te eten. Het gaat over verminderen

Laten we echter vooral klaar en duidelijk stellen dat het niet de bedoeling is om een van de belangrijkste actoren in ons voedselsysteem, namelijk de boeren, in de hoek te drummen. Het gaat immers om het hele voedselsysteem, dat onder invloed van een uitsluitend economische benadering heeft geleid tot een doorgedreven intensifiëring op mondiale schaal, zonder rekening te houden met de consequenties voor de planeet. We moeten de feiten onder ogen zien: volgens de cijfers van de FAO is 75% van de mondiale uitstoot van broeikasgassen door de landbouw te wijten aan de veehouderij. Het gaat dan voornamelijk om de uitstoot van methaan gassen door de dieren en de productie van gewassen die als basis dienen voor veevoeder. Met name in Zuid-Amerika worden natuurgebieden op grote schaal omgezet in plantages van voornamelijk soja. Een belangrijk onderscheid daarbij is het verschil tussen soja voor humane consumptie en deze voor dierlijke consumptie. De sojaburger of tofu die een bewuste burger nuttigt is gemaakt van soja uit onder meer Canada en de Verenigde Staten die beantwoordt aan heel andere eisen.

Ook Belgische dieren worden massaal bijgevoederd met Braziliaanse soja: niet minder dan 93% van de soja die Europa invoert gaat naar het veevoeder – wat maakt dat de gemiddelde Europeaan zonder ooit zelf sojaproducten te kopen 61 kilogram soja verorbert per jaar. Het geeft overigens geen pas dat mijnheer Vandamme de Belgische productie probeert te minimaliseren - als klein land waren we in 2016 de negende producent van rundsvlees en de zevende producent van kippenvlees in Europa (cijfers Eurostat). Een groot deel van dat vlees wordt vanzelfsprekend uitgevoerd.

Dagen Zonder Vlees en hun partners vragen niemand om nooit meer vlees te eten. Het gaat over verminderen. Ons huidige consumptiepatroon is gekenmerkt door overconsumptie. Onze planeet is echter eindig. Wat we vragen is om kwaliteit te verkiezen boven kwantiteit: we moeten het aantal dieren verminderen in ons land, de afhankelijkheid van de boeren van buitenlandse toevoer verminderen en de aankoop van soja beperken tot gecertificeerde duurzame soja (RTRS of ProTerra).

In Nederland zijn vandaag al initiatieven zoals ‘Kippen en Varken van morgen’ actief aan het timmeren aan grotere duurzaamheid van de veestapel. Met dergelijke initiatieven kan de sector het voortouw nemen en laten zien dat het de bezorgdheid van het publiek die zijn producten afneemt ernstig neemt.

Koen Stuyck en Elly Peters (resp. woordvoerder en voedselexperte van WWF België)

Hoe de veeteeltsector helemaal post-truth gaat

“Als we op een correcte manier het debat willen voeren over gezonde, duurzame en diervriendelijke voeding, dan gaan de Boerenbond en het ABS moeten ophouden met het misleiden van de bevolking.” Dat was de duidelijke oproep aan de belangenorganisaties van de veeteeltsector in ons opiniestuk in De Morgen. Het opiniestuk klaagde de post-truth houding van de veeteeltsector aan, waarbij wetenschappelijke, objectieve feiten van geen tel meer zijn. Blijkbaar wou Hendrik Vandamme, voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat, er nog een schepje post-truth bovenop doen met een reactie in De Morgen.

Vandamme verwijst met trots naar de Belgisch witblauw dikbilrunderen en de Piétrain-varkens die heel efficiënt voeder omzetten in spierweefsel. Nochtans is het wetenschappelijk bewijs duidelijk: het vlees van die runderen en varkens heeft nog steeds een hogere ecologische voetafdruk dan volwaardige plantaardige alternatieven. Dat dat vlees een lagere voetafdruk heeft dan nog ergere dierlijke producten, praat natuurlijk niet het gebruik van dat vlees goed. Wat Vandamme dan weer verzwijgt, is de kost op vlak van dierenleed: die runderen en varkens hebben namelijk een ernstige lichamelijke handicap van overdadige spiergroei. Welke gezondheidsproblemen een dergelijke intensieve vleesproductie kan teweeg brengen, zien we op undercoverbeelden van de Vlaamse varkensveeteelt en op foto’s van dikbilrunderen met een keizersnede in hun zij.

Vervolgens zwaait Vandamme met het argument van de circulaire economie: melkkoeien eten de reststromen op van de productie van tofu. Bij die productie worden sojabonen verwerkt tot twee componenten: sojamelk en sojapulp of perskoek. De sojamelk (niet sojaolie, zoals Vandamme ten onrechte schreef) wordt dan zoals kaas gestremd tot tofu. En het restproduct, de sojapulp? Die is voor de koeien. Vandamme beweert dat de tofu-adepten de veehouders dankbaar zouden moeten zijn voor het opruimen van wat hij noemt: “hun ecologische troep”. Maar die sojapulp kent veel andere toepassingen. Ten eerste wordt ze in de Aziatische keuken vaak gegeten en staat het in Japan bekend als okara. Ten tweede kunnen we die sojapulp verwerken in brood, koekjes, veggieburgers, vegetarische worstjes, tempeh en noem maar op. Ten derde kan ze ook gewoon dienen als compost of stikstofmest. Dieren kweken die veel broeikasgassen uitstoten, veel grondstoffen nodig hebben en veel granen omzetten in oneetbare mest, om de sojapulp van de tofu te kunnen verwerken, is niet bepaald de meest efficiënte vorm van circulaire economie. De veeteelt is zelfs de grootste verstoorder van de mondiale stikstofkringloop.

Share

Vandamme weet best dat melkkoeien wel degelijk antibiotica krijgen, want waarvoor dienen anders die brochures over het gebruik van antibiotica in de melkveehouderij?

Vandamme klaagt dat de sojabonen voor de tofu van de andere kant van de wereld komen met door zware stookolie aangedreven schepen. Wat hij verzwijgt is dat de meeste geïmporteerde soja bestemd is voor de veeteelt, dat die sojaperskoek niet louter het restproduct is van de marginale tofuproductie, dat de soja voor de tofu niet altijd komt van de andere kant van de wereld en dat de ecologische voetafdruk van het transport met grote vrachtschepen veel kleiner is dan de ecologische voetafdruk die koeien nalaten. Het is de veeteelt, niet de tofuproductie, die de economische drijvende kracht vormt achter de huidige sojateelt.

Het meest schrijnende in de reactie van Vandamme is zijn verwijzing naar het opiniestuk: “Wie praat over het dagelijks toevoegen van antibiotica aan melkveevoeder weet duidelijk niet dat antibiotica taboe zijn in de melkveehouderij”. Het woordje “dagelijks” mocht alvast geschrapt worden, want dat werd niet beweerd. Maar wil Vandamme nu zeggen dat al die zieke koeien met uierontstekingen niet eens antibiotica krijgen? Wil hij even iedereen die het goed meent met dierenwelzijn op stang jagen? Nee, Vandamme weet best dat melkkoeien wel degelijk antibiotica krijgen, want waarvoor dienen anders die brochures over het gebruik van antibiotica in de melkveehouderij?

Vandamme vraagt zich af of hij ook niet bijdraagt tot het beperken van de broeikasgasuitstoot door het behoud en gebruik van graslanden als koolstofopslag. Wetenschappelijke studies voor Nederland die de uitstoot van broeikasgassen vergelijken tussen koemelk en sojamelk, wijzen duidelijk in dezelfde richting: koemelk is ongeveer dubbel zo belastend voor het klimaat dan sojamelk.

Een laatste wapenfeit van Vandamme: verwerkte vleesvervangers bevatten vaak veel toegevoegde calorieën en zout. Als dat een argument is om vleesconsumptie te rechtvaardigen, dan is het een drogreden. Het maakt niet uit of er ook ongezonde plantaardige producten bestaan, zolang er maar vleesvervangers bestaan die gezonder zijn dan vlees.

Dit alles indachtig is het wel zeer ironisch en ongemeen bizar dat Vandamme afsluit met datgene waar ik precies naartoe wil: “Dan kan er misschien een objectiever debat pro en contra vlees gevoerd worden, als het even mag?” Het moet.

Stijn Bruers is doctor in de moraalfilosofie en doctor in de wetenschappen

Ik verwelkom met groot enthousiasme het cultuurvlees

Share

Een Maastrichtse onderzoeksgroep is pionier in het kweken van cultuurvlees. Binnen de drie jaar verwachten ze er een betaalbare hamburger te kunnen produceren

We kunnen idyllisch doen over koeien die grazen op onze graslanden en daarmee onszelf wijsmaken dat vlees eten bijdraagt tot natuurbescherming (DM 2/3). Maar veel meer dan het wegwerken van cognitieve dissonantie is dat niet. Want de realiteit is keihard. De laatste statistieken leren ons dat elk jaar 700.000 runderen, 11 miljoen varkens en 260 miljoen kippen worden geslacht in Vlaanderen. De meeste van die dieren zie je nooit, tenzij verpakt in de supermarkt. En zelfs dat laatste valt te betwijfelen, want we exporteren ook enorme hoeveelheden vlees. Als je onze productie vergelijkt met wat we zelf consumeren, hebben we een zogenaamde zelfvoorzieningsgraad van 160 procent voor rundsvlees, voor gevogelte geldt hetzelfde percentage en voor varkensvlees bedraagt die maar liefst 260 procent. En die cijfers zijn in flink stijgende lijn. Straf genoeg om ons af te vragen waarmee we eigenlijk bezig zijn, zowel op vlak van milieu en klimaat als op vlak van dierenwelzijn. Ondertussen hebben onze boeren het bijzonder moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen en zitten ze gevangen in een race naar een nog hogere productiviteit.

De vleespromotoren hebben gelijk op één punt: de wereldwijde honger naar vlees stijgt. En dat zal de komende veertig jaar niet veranderen. Prognoses van de Verenigde Naties over vleesconsumptie in 2050 zijn niet bepaald rooskleurig. Zelf vegetariër of veganist worden, of veertig dagen vasten, verandert daar niet onmiddellijk iets aan. Tegemoet komen aan die wereldwijde vraag door in Vlaanderen nog meer dieren te kweken en slachten, houdt echter geen steek. Wat gaan we doen? Nóg meer dieren bij elkaar duwen en stapelen in verdiepingen? De oplossing ligt volgens mij elders: cultuurvlees, vlees gekweekt in celcultuur waarvoor je niet hoeft te slachten. Vanuit het perspectief van dierenwelzijn is de impact niet te overschatten. Als dieren laten lijden en zelfs doden niet meer hoeft, waarom zouden we het dan nog doen?

Een Maastrichtse onderzoeksgroep is vandaag wereldwijd pionier in het kweken van cultuurvlees. Binnen de drie jaar verwachten ze er een betaalbare hamburger te kunnen produceren. Op termijn zou de prijs van vlees zelfs lager komen te liggen dan die van vandaag. De biefstuk in cultuur wordt binnen een kleine tien jaar verwacht. De helft van de financiering van al dat onderzoek komt trouwens van… de vleesverwerkers. De andere helft van filantropen die heil zien in deze technologie. En uit de eerste marktonderzoeken blijkt dat de consument er positief tegenover staat, ondanks dat de technologie nog bijzonder futuristisch lijkt. De verwachtingen zijn niet alleen hoog gespannen op vlak van dierenwelzijn. Ook minder grondstoffengebruik, geen milieuvervuiling en zelfs betere voedselbevoorrading motiveren de onderzoekers.

Het hele Amazonewoud wordt nog eerder gekapt voor productie van sojavoer dan dat de biefstuk zal verdwijnen. Dieren worden nog eerder bij miljarden opeengepakt en opgestapeld dan dat er wereldwijd geen vlees meer zal gegeten worden. Ik verwelkom met groot enthousiasme het cultuurvlees. Alleen moeten we er misschien nog een betere naam voor vinden.

Hermes Sanctorum

zine