Opinie
Jogchum Vrielink en Silvia Van Dyck

5 juridische misvattingen over de seksismewet

- Jogchum Vrielink en Silvia Van Dyck
1 © THINKSTOCK

Jogchum Vrielink is postdoctoraal onderzoeker bij het Institute for Human Rights van de KU Leuven. Silvia Van Dyck is docent strafrecht en strafvordering aan de VUB.

Share

Het debat is hevig, maar zelden was er meer consensus onder specialisten: de nieuwe strafbaarstelling van seksisme was niet de juiste weg

Seksistische intimidatie en beledigingen zijn een ernstig probleem en moeten worden aangepakt. Daarover is iedereen het eens (nu ja: bijna iedereen). Maar gebeurt dit best via een strafbaarstelling van seksisme?

Het debat is hevig, maar zelden was er meer consensus onder specialisten: de nieuwe strafbaarstelling was niet de juiste weg. Het ontwerp van seksismewet werd destijds niet alleen door juristen bekritiseerd, maar ook feministen, schrijvers, seksuologen en het Centrum voor Gelijke Kansen spraken zich ertegen uit.

Niettemin werd de wet nog vlak voor de ontbinding van de kamers goedgekeurd door de politieke meerderheid, die daarbij alle tegenargumenten negeerde.

Inmiddels werd een verzoekschrift tot vernietiging ingediend bij het Grondwettelijk Hof. Een goede gelegenheid om stil te staan bij een vijftal juridische misvattingen die leven bij voorstanders van de wet.

1. "De wet is nodig, want andere bepalingen volstaan niet"

Voordat de seksismewet er kwam, bestonden er al talloze juridische middelen om iets te doen aan het probleem waar de wet vooral op richt: seksistische straatintimidatie.

Dergelijke, vaak erg intimiderende, gedragingen konden allang aangepakt worden op grond van een veelheid aan strafbepalingen, waaronder die inzake belaging, bedreiging, laster, eerroof en belediging; bepalingen waarbij bovendien vaak zwaardere straffen gelden als één van de motieven bestaat in "haat, misprijzen of vijandigheid" tegen iemand wegens zijn geslacht.

Ook het systeem van Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS) laat toe om zulke overlast tegen te gaan. In Brussel zijn op die manier inmiddels al diverse boetes uitgeschreven. Bij de toepassing van de seksismewet, op dit vlak, staat de teller daarentegen op nul.

2. "Een extra wet kan toch geen kwaad?"

Share

Het is bijvoorbeeld niet duidelijk of loutere hoffelijkheid of humor strafbaar kunnen zijn

"Ok", zeggen sommige voorstanders, "maar een extra wet kan toch geen kwaad?"

Overbodige wetten lijken misschien onschuldig, maar zijn dat zeker niet. De zogenaamde 'samenloopregels' die uitmaken welke strafbepaling gebruikt moet worden, dwingen strafrechters vaak tot ingewikkelde  denkoefeningen. Door een wet toe te voegen, wordt die oefening bij seksistische gedragingen nóg gecompliceerder dan ze al was. Dat leidt tot tijdrovende afwegingen, die een vlotte rechtsgang verhinderen en die bovendien een bron zijn van juridische betwistingen en beroepsprocedures. Daarmee is de bestrijding van seksistisch gedrag niet geholpen. Integendeel.

Bovendien gaat het niet alleen om overbodigheid. De wet is zo ruim opgesteld, dat zij bijna onbegrensd lijkt. De wet definieert 'seksisme' als handelingen die "klaarblijkelijk bedoeld zijn om minachting uit te drukken" jegens iemand wegens zijn geslacht, of die een persoon "als minderwaardig beschouwen" of "reduceren tot diens geslachtelijke dimensie". Ook moet sprake zijn van een "aantasting van de waardigheid".

Niemand weet wat dit allemaal betekent en vooral: waar het eindigt. Zo is het niet duidelijk of loutere hoffelijkheid of humor strafbaar kunnen zijn. De verzoeker bij het Grondwettelijk Hof voert aan dat ook de meeste porno onder de definitie valt. En wat met reclames waarin iemand wegens zijn geslacht wordt geridiculiseerd ('minachting') of geseksualiseerd ('reductie')? Riskeert men nu hiervoor een strafblad?

De wet is zo ruim, dat zelfs misogyne mannen die ontevreden zijn over hoe hun geslacht gerepresenteerd wordt door de hashtag #WijOverdrijvenNiet in de wet mogelijk een wapen vinden.

3. "De wet viseert alleen persoonsgerichte uitingen"

Voorstanders van de wet zouden zeggen dat niet alle voorgaande zaken onder de wet vallen. De parlementaire debatten suggereren dat de wet alleen gericht is op persoonlijke uitingen (op straat, op internet, etc.), en niet op uitlatingen over groepen.

Dat wil echter niet zeggen dat de wet ook zo zal worden toegepast. De hoogste hoven van België oordelen allemaal dat wat men in het parlement heeft gezegd, niet kan opwegen tegen de tekst van een wet (alleen over de tekst werd immers gestemd). En bepalingen die op een vergelijkbare manier geformuleerd zijn als het seksismeverbod, werden wel degelijk toegepast op uitingen in verband met groepen.

Zelfs als 'persoonsgerichtheid' vereist zou zijn, dan nog is de wet heel problematisch. Het seksismedelict is namelijk geen 'klachtmisdrijf, waarbij de verdachte pas vervolgd kan worden als het slachtoffer dat wil. Als men écht alleen persoonlijke uitingen wilde beteugelen, dan was het nochtans logisch geweest om dit te doen (net als bij laster, eerroof, belediging en belaging).

Doordat men dit niet deed, is het mogelijk om op te treden tégen de wens van seksistisch bejegende individuen in. En die 'individuen' kunnen zelfs publieke figuren zijn. P-Magazine is gewaarschuwd: geen opmerkingen of afbeeldingen meer die J-Lo, ScarJo of hun fotoshoot-dames "reduceren tot hun seksuele dimensie".

4. "Tegenstanders hebben geen vertrouwen in de magistratuur"

Share

(Straf)rechters zijn ertoe gehouden de tekst van de wet te volgen en het is de taak van de wetgever om ervoor te zorgen dat die tekst duidelijk is

Sommige voorstanders erkennen dat de wet op het vlak van duidelijkheid te wensen overlaat. In één adem voegt men er echter aan toe te rekenen op het 'gezond verstand' van de magistratuur die moet oordelen over seksismezaken: critici van de wet zouden gewoon geen vertrouwen hebben in de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie.

Hoewel we niet twijfelen aan het gezond verstand van de magistratuur, zet dit de zaken op zijn kop: (straf)rechters zijn ertoe gehouden de tekst van de wet te volgen en het is de taak van de wetgever om ervoor te zorgen dat die tekst duidelijk is. Hier biedt de tekst geen enkele houvast en schuift de strafwetgever zijn taak volledig door naar de strafrechter.

Ook het Openbaar Ministerie zal vaak niet als filter kunnen dienen, omdat de strafvordering op gang kan worden getrokken door de burgerlijke partij. Als een gedraging onder de strafwet valt, dan kan de strafrechter moeilijk het omgekeerde oordelen. 'Gezond verstand' biedt dan geen redding meer.

5. "De wet is een belangrijk symbool"

Het laatste argument van de voorstanders is dat de wet, ondanks haar tekortkomingen, essentieel is om "een boodschap te sturen" en "een signaal te geven" over de verwerpelijkheid van seksisme.

Maar het strafrecht is het ultimum remedium in onze rechtsstaat en een strafrechtelijke vervolging is geen smsje of vorm van 'direct marketing' om politieke doelen te bereiken. Als je ergens over wilt debatteren of iets wilt aankaarten, debatteer dan, kaart dan iets aan. Schrijf een boek. Organiseer een campagne. Of maak een beklijvende documentaire (zoals Sofie Peeters deed).

Strafrecht dient daar niet voor. Als de nieuwe wet al een 'boodschap' stuurt, dan is het hoe lichtzinnig de wetgever omspringt met de grondrechten van zijn burgers.

Meer opinie? Krijg elke woensdag en zondag onze Opiniemakers nieuwsbrief.

nieuws

cult